Voor iedere gedoger iets aardigs

Niet „eurofiel”. En een hard immigratiebeleid verpakt in zachte woorden. Met de Troonrede van gisteren heeft Mark Rutte gepoogd iedereen te vriend te houden.

Een vrij gewone Troonrede. Niet het triomfalisme dat de regeringspartners en gedoger Geert Wilders vorig jaar bij de installatie van het kabinet tentoonspreidden. In de regeringsverklaring noemde Mark Rutte Nederland nog „een prachtig land” en hij zei „we hebben alles in huis om toonaangevend te zijn”. Nu, in de Troonrede dus, werd elke positieve opmerking meteen gevolgd door een stevig ‘maar’. Zoals: „De uitgangspositie van Nederland is positief, maar door het inzakken van de wereldhandel zal de economische groei volgend jaar lager zijn dan verwacht.”

De vroege publicatie van de Miljoenennota had geen gevolg voor de inhoud van de Troonrede. Premier Mark Rutte gaf de koningin geen bijzondere teksten om uit te spreken. Niemand tegen het hoofd stoten. Centrale gedachte: het gaat nog goed met het land, maar we moeten oppassen.

Geen visievol verhaal, maar een gewone boodschappenlijst van plannen, al ziet de premier dat anders. „Dat is écht niet waar”, riep hij gisteren verontwaardigd toen hem dat tijdens een gesprek met journalisten in het Torentje werd voorgelegd. „Hebben jullie iets gehoord over infrastructuur en milieu, het ministerie van Schultz van Haegen? Of iets over de woningmarkt? Ik wilde juist geen departementale Troonrede, zo’n Gamma-bestellijst. Ik wilde een rede die de visie van de regering geeft.”

Rutte heeft daarin gelijk. Een enkel ministerie heeft even moeten slikken dat het geen alinea kreeg toebedeeld. Maar tegelijkertijd lijken Rutte en zijn bewindslieden ervoor te hebben gekozen alle politieke partijen een beetje tegemoet te komen. PVV-leider Wilders kon tevreden constateren dat de Troonrede veel minder positieve verwijzingen naar Europa bevatte dan de Miljoenennota, die hij „eurofiel” noemde. Gisteren werd slechts eenmaal het belang van Europa en de euro geschetst, en dan nog redelijk neutraal. „Een goed werkende interne Europese markt en een stabiele euro zijn essentieel voor de economische doelstellingen van het regeringsbeleid.”

Niet alleen Wilders werd gespaard. Hetzelfde leek te gebeuren voor de oppositie, die de minderheidsregering het afgelopen jaar geregeld heeft gesteund. Neem: de missie naar Kunduz, de steun aan Griekenland, het pensioenakkoord.

Wegens die bijzondere omstandigheden moet bijna iedereen in het parlement tevreden worden gesteld. De intensiteit van de economische crisis, de problemen met de euro en Griekenland en Geert Wilders die op belangrijke onderwerpen gewoon hard oppositie voert, dwingen Rutte tot een hachelijke balanceeract in het parlement. Dit minderheidskabinet heeft in zijn eerste jaar steun moeten zoeken bij alle partijen in het kabinet. Alleen de SP en de Partij voor de Dieren hebben nog niet de eer geproefd een kabinetsvoorstel aan een meerderheid te helpen.

Zelfs het toch harde immigratiebeleid werd verpakt in woorden waar niemand tegen kan zijn. Dat beleid is er namelijk op gericht „de onderlinge betrokkenheid in de samenleving te versterken”. Zo’n zin is in het gedoogakkoord met de PVV niet te vinden.

Heel wat confronterender dan de Troonrede was minister De Jager (Financiën, CDA) nadat hij de Rijksbegroting aan het parlement had aangeboden. Hij zinspeelde op mogelijke extra bezuinigingen in het voorjaar. Rutte krijgt er dan een grotere kluif aan om iedereen te vriend te houden. Daar zijn alle ‘gedogers’, van links tot rechts, op tegen.