Talibaan blazen vredesmakelaar op

De moord op de Afghaanse oud-president Rabbani lijkt een fatale klap voor vredesberaad met de Talibaan maar hoeft dat niet te zijn.

Aanhangers van de vermoorde oud-president Rabbani houden diens portret omhoog in Kabul. Foto Reuters Supporters of Burhanuddin Rabbani, former Afghan president and head of the government's peace council, hold a picture of him as they stand outside his house a day after he was killed in Kabul September 21, 2011. A Taliban suicide bomber on Tuesday killed Rabbani, a dramatic show of insurgent reach and a heavy blow to hopes of reaching a political end to the war. REUTERS/Ahmad Masood (AFGHANISTAN - Tags: CIVIL UNREST POLITICS)
Aanhangers van de vermoorde oud-president Rabbani houden diens portret omhoog in Kabul. Foto Reuters Supporters of Burhanuddin Rabbani, former Afghan president and head of the government's peace council, hold a picture of him as they stand outside his house a day after he was killed in Kabul September 21, 2011. A Taliban suicide bomber on Tuesday killed Rabbani, a dramatic show of insurgent reach and a heavy blow to hopes of reaching a political end to the war. REUTERS/Ahmad Masood (AFGHANISTAN - Tags: CIVIL UNREST POLITICS) REUTERS

De diplomatieke wijk in de Afghaanse hoofdstad Kabul was nog amper bekomen van de grote aanslag van een groep Talibaan-strijders vorige week, toen er gisteren weer een bom afging. Ditmaal in het verblijf van oud-president Burhanuddin Rabbani, die sinds vorig jaar aan het hoofd stond van de Hoge Vredesraad. Namens de regering van de huidige president, Hamid Karzai, moest deze proberen vredesoverleg met de Talibaan op gang te brengen.

Een afgezant van de Talibaan, die Rabbani gisteren in Kabul kwam spreken, bracht tijdens de traditionele omhelzing bij het begin van hun ontmoeting een bom tot ontploffing die vermoedelijk in zijn tulband verstopt zat. Het geldt onder Afghanen als een belediging van bezoekers om hun tulband vooraf te inspecteren. De Talibaan hebben de laatste maanden deze hoofdbedekking echter al herhaaldelijk gebruikt om tegenstanders op te blazen, onder wie de burgemeester van Kandahar. Ook Rabbani (71) was op slag dood.

Een duidelijker signaal van Talibaan-zijde dat ze geen prijs stellen op vredesbesprekingen lijkt op het eerste gezicht nauwelijks denkbaar. Maar zoals wel vaker in Afghanistan liggen de zaken gecompliceerder. Al ver voor zijn reïncarnatie als vredesengel was Rabbani, ondanks zijn kalme professorale uitstraling en zijn voorliefde voor het vertalen van poëzie, een omstreden figuur in eigen land. Er bestond geen tekort aan mensen, die hem liever dood dan levend zagen. Zij beschouwden hem vooral als een op macht beluste politicus, die zo nodig over lijken ging.

Juist onder de Talibaan zijn er velen die Rabbani nog altijd als een regelrechte vijand beschouwen. Dat dateert uit de tijd dat Rabbani en zijn legendarische militaire aanvoerder Ahmed Shah Massoud zich hardnekkig verzetten tegen de heerschappij van de Talibaan tussen 1996 en 2001. De Talibaan slaagden er nooit in de bergachtige gebieden in het noordoosten, waar zij zaten, te onderwerpen. Bij hun afkeer speelde mee dat Rabbani en Massoud tot de Tadzjiekse minderheid behoorden, terwijl de Talibaan vooral uit Pashtun uit het zuiden van het land bestonden.

In 2001 trok Rabbani met de Noordelijke Alliantie, gesteund door de Verenigde Staten, zegevierend Kabul binnen, zonder de inmiddels vermoorde Massoud. Door veel Pashtun werd Rabbani echter als een verrader beschouwd, net als Hamid Karzai, de man die uiteindelijk president werd.

Ook veel andere Afghanen associeerden Rabbani niet met vrede maar met de verwoesting van Kabul halverwege de jaren ’90. Tot dan had de hoogleraar in de islamitische theologie in hoog aanzien gestaan wegens zijn leidende rol in de strijd tegen het door de Sovjet-Unie gesteunde communistische bewind in Kabul. Maar na 1992, toen hij president werd, ging het bergafwaarts. Hij vocht een harde machtsstrijd uit met zijn grote rivaal Gulbuddin Hekmatyar, waarbij naar schatting 25.000 mensen om het leven kwamen. Veel Pashtun verweten Rabbani dat hij had geweigerd het presidentschap over te dragen aan een ander. Dit ondanks het feit dat was afgesproken dat deze functie zou roteren.

Sinds 2001 voerde hij een bestaan op de achtergrond, maar vorig jaar stelde Karzai hem tot veler verrassing aan als hoofd van de Hoge Vredesraad. Dat deed de president niet zozeer omdat hij hoge verwachtingen had van Rabbani’s gaven op dat gebied als wel als gebaar naar de Tadzjieken en andere etnische minderheden, die vreesden de dupe te worden van het vredesberaad met de Talibaan. Volgens veel waarnemers waren de resultaten van Rabbani’s inspanningen tot dusverre bescheiden.

Betekent zijn dood dus ook het onherroepelijke einde van het prille vredesoverleg met de Talibaan? Dat hoeft niet zo te zijn. Karzai kan andere kanalen gebruiken dan de Vredesraad om het overleg met de Talibaan voort te zetten en heeft hij dat naar wordt aangenomen ook al gedaan.

Onduidelijk is echter in hoeverre de Talibaan voor zulk vredesberaad openstaan. Een gematigde groep lijkt er voor te voelen, terwijl anderen – mogelijk gesteund door Pakistan – er tegen zijn.

Evenzeer kan de vraag worden gesteld in hoeverre de Amerikanen achter zulk overleg staan. Veel Amerikaanse militairen zouden liever eerst de Talibaan op het slagveld verder in het nauw dringen voor ze besprekingen beginnen. Ook de nieuwe ambassadeur in Kabul, Ryan Crocker hangt die lijn aan. Anderen, op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington, hoopten juist op nauwere contacten via een nog te openen politiek kantoor van de Talibaan in Qatar.

De dood van Rabbani zal daaraan weinig veranderen. Wel zal die de al oude rivaliteit tussen Tadzjieken en Pashtun opnieuw aanwakkeren.