Smullen in de culinaire hel, voor de halve prijs

Nergens anders in Europa, behalve misschien in Nederland en op het Roemeense platteland, kun je zo slecht eten als in Frankrijk.

Stap bij toeval de verkeerde bistrot binnen en je belandt in een culinaire hel, waar zelfs een simpele croque-monsieur om zeep wordt geholpen: je krijgt een dikke homp half gesmolten, veel te zoute kaas op een sponsachtige substantie die voor brood moet doorgaan.

De wijn is er van een zurige scherpte die geen vinoloog kan thuisbrengen, gegrild staat synoniem voor zwartgeblakerd en de pasta is er murw gekookt. Dat alles opgediend door een norse ober die wordt begeleid door een indringende zweetgeur. Nee, dineren in Frankrijk, het is soms geen pretje. Er zijn ongeveer 150.000 restaurants in dit land, waarvan 6.917 in Parijs, daar moet af en toe wel eens een iets mindere kok werken.

Maar het is niet daarom dat deze week in het land van de gastronomie ‘Tous au restaurant’ plaatsvindt, een culinaire feestweek met als apotheose komende zondag het eerste ‘Fête de la Gastronomie’. De restaurantweek, vorig jaar voor het eerst georganiseerd op initiatief van meesterkok en verzamelaar van Michelinsterren Alain Ducasse en wegens „overdonderend succes” nu herhaald, moet mensen die niet zo vaak een restaurant bezoeken warm maken voor de Franse gastronomie.

Is dat nodig dan? Neenee, de Franse keuken is niet op zijn retour, bezweren ze bij Ducasse. Het is gewoon de keuken nog bekender maken bij een nog breder publiek. Maar uit cijfers blijkt dat de Fransen wel degelijk steeds minder uit gaan eten. In ‘echte’ – lees Franse – restaurants dan. Amerikaanse ketens als Subway en McDonald’s zijn steeds succesvoller, hoe hard culinaire kenners ook hun best hebben gedaan om de broodjes en hamburgers weg te zetten als malbouffe.

’s Middags kan je haastige kantoorklerken een slaatje zien eten met een plastic vorkje uit een plastic bakje, rechtstaand aan een speciaal ingerichte bar bij de Monoprix.

Sinds de Franse gastronomie is opgenomen op de lijst van immaterieel cultureel werelderfgoed van de Unesco, lijkt de reputatie van de Franse keuken tanende. Te traditioneel, te weinig vernieuwend. Te duur ook, vooral de wijn dan.

De inspecteurs van de Michelingids riepen Tokio uit tot culinaire wereldhoofdstad. En de ontelbare kookprogramma’s op de Franse zenders zijn van Angelsaksische snit.

Ook het eenvoudige principe van de promotieweek Tous au restaurant kopieerde Ducasse uit New York: twee halen, één betalen. Bij Ducasse zelf ben je dan nog altijd 230 euro lichter (zonder wijn), maar bij de ruim 2.000 andere deelnemende restaurants, waarvan 109 in Parijs, kan je al een dubbel déjeuner of dîner scoren voor 30 tot 50 euro.

Het loopt storm, zegt woordvoerder Bertrand Chenaud, en sommige restaurants bieden hun ‘twee voor de prijs van één’-maaltijden nu zelfs ’s middags én ’s avonds aan. Anderen denken eraan ook volgende week door te gaan met de promotie, om de vele bellers niet teleur te stellen.

De deelnemende restaurants en bistrots ondertekenen wel een kwaliteitscharter, maar een externe controle is er niet, en dat is toch een beetje een zwak punt als het de bedoeling is de betere Franse keuken te promoten.

„Als er klachten komen, worden restaurants volgend jaar uitgesloten”, zegt Chenaud. De Fransen mogen dus zelf eens voor Michelin-inspecteur spelen, in het land van de gastronomie een erg tot de verbeelding sprekend beroep. En dan kan je zelf eens je hart luchten over die zwartgeblakerde steak of azijnwijn, of anders lyrisch worden over de op je tong smeltende confit de canard. Misschien is de week daarom zo’n succes.

Dirk Vandenberghe