Polderen in de joodse gemeente

De Joodse Gemeente Amsterdam beschouwde zich als dé vertegenwoordiger van joods Nederland. Maar intern brandde een felle richtingenstrijd.

Doopritueel in de Joodse gemeenschap begin de jaren zestig. Foto Spaarnestad Religies, Jodendom. Doop binnen Joodse gemeenschap. Doop van een baby door Joodse geestelijken. Plaats niet vermeld 1962.;
Doopritueel in de Joodse gemeenschap begin de jaren zestig. Foto Spaarnestad Religies, Jodendom. Doop binnen Joodse gemeenschap. Doop van een baby door Joodse geestelijken. Plaats niet vermeld 1962.; Spaarnestad

De Joodse Gemeente Amsterdam noemt zich de laatste eenheidsgemeente van de wereld. Orthodoxen, liberalen, zionisten, anti-zionisten, vroom levenden en niet vroom levenden, ze kunnen allemaal terecht bij de Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS), zoals de gemeente officieel heet. Het is ook nog de grootse joodse gemeente van Nederland. Maar de naoorlogse geschiedenis toont een 375-jarige gemeente die de laatste decennia te midden van nationale en internationale ontwikkelingen steeds kleiner is geworden. En waarvoor het bewaren van die unieke eenheid een doel op zich lijkt te zijn geworden.

Dat blijkt uit het vandaag gepresenteerde boek Die ons heeft laten leven, de geschiedenis van de Joodse Gemeente Amsterdam (NIHS) van 1945 tot 2010. „De eerste drie eeuwen van de gemeente zijn al uitgebreid beschreven. Dit is de eerste keer dat de naoorlogse jaren uitgebreid op basis van de gemeentearchieven is beschreven”, zegt historicus Bart Wallet van de Universiteit van Amsterdam, die het boek samen met collega Paul van Trigt van de Vrije Universiteit en Hans Polak, voormalig secretaris van de NIHS, heeft geschreven. „Overigens is de gemeente minder uniek dan ze zelf denkt, want ook in Duitsland bestaan eenheidsgemeenten.”

De NIHS, waarvan alle Asjkenazische joden (joden uit Oost-, Midden- en West-Europa) die zich niet actief hadden uitgeschreven automatisch lid waren, was met meer dan honderdduizend leden voor de oorlog verreweg de grootste joodse gemeente van Amsterdam. De gemeente beschouwde zich dan ook als dé vertegenwoordiger van joods Amsterdam – en Nederland.

Dat zelfbeeld, ook al was het ledental door de Shoah gedecimeerd, veranderde niet na de Tweede Wereldoorlog. Wel verplaatste het joodse leven zich eerst naar Zuid en later naar Buitenveldert en Amstelveen. Van de vroegere joodse wijk rond het Jonas Daniel Meijerplein bleef weinig over. De NIHS probeerde dan ook zijn bezit daar te verkopen. Ook de gehavende en buiten gebruik zijnde Grote Synagoge, waarvan restauratie voor de NIHS te duur was. Talloze plannen passeerden de revue, vertelt Wallet. „De Volkskrant wilde het gebouw wel hebben, maar het ging veel leden te ver dat de katholieke pers haar ‘risjes’, antisemitisme, vanuit de oude sjoel zou verspreiden.” Uiteindelijk kocht de gemeente Amsterdam het gebouw en verhuisde na een jarenlange restauratie het Joods Historisch Museum naar de oude synagoge.

In de periode tot 1960 ondernam de NIHS pogingen om ook de Portugees-Israëlietische Gemeente en de Liberaal Joodse Gemeente in de NIHS op te nemen. Per slot van rekening waren alle joden zonder onderscheid in de oorlog afgevoerd. Uit angst voor te veel invloed van de orthodoxe opperrabbijn Tal sloegen de liberalen en de Sefarden (Portugese en Spaanse joden) de uitnodiging af.

Binnen de gemeente steeg, na het besluit van de Verenigde Naties in 1947 om in Palestina een joodse staat te stichten, het aantal zionisten. Zij wilden de religieuze gemeente in een nationale joodse gemeenschap veranderen en het gebed voor Israël in de synagoge invoeren. Dat leverde spanningen op, omdat opperrabbijn Tal antizionistisch was. Een scheuring dreigde, maar werd voorkomen omdat Tal het gebed voor het in zijn ogen seculiere Israël uiteindelijk accepteerde.

Tot leedwezen van de NIHS groeide de Liberale Joodse Gemeente vanaf de jaren zestig uit tot de grote concurrent die zich ook probeerde te profileren tot spreekbuis van alle joden in Nederland. De NIHS probeerde het tij nog te keren door net als de liberalen de prijs voor een huwelijk te verlagen, maar het ledental bleef afnemen.

De laatste jaren is de NIHS volgens Wallet vooral bezig geweest om de eenheid te bewaren en hoe dan ook een afscheiding te voorkomen. „Door heel Nederlands te polderen. Zo is met de nodige moeite de oprichting van een eigen middelbare school van de streng-orthodoxen geaccepteerd.” Tegelijkertijd is de interne verdeeldheid groter dan ooit. „Het bestuur wordt nog steeds gekozen door ‘politieke’ partijen. Er is wel eens gepoogd het systeem af te schaffen door een eenheidspartij op te richten, niet geheel toevallig ten tijde van de oprichting van het CDA. Maar nu is er net als in de landelijke politiek juist sprake van versplintering.”