Opinie

Over de nuance in de relatie tussen NRC en Israel

Vandaag publiceert Hans Moll een boek waarin hij ons verwijt dat we ‘onwelgevallige’ nieuwsberichten en meningen uit de krant houden. Daardoor zou NRC Handelsblad een karikaturaal beeld geven van wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Hans was tot aan zijn pensioen, vorig jaar, redacteur van onze krant en schrijft dat hij van binnenuit heeft kunnen zien hoe de krant systematisch de Palestijnen de hand boven het hoofd houdt en vijandig schrijft over Israel. Het boek heet Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant; NRC Handelsblad neemt stelling tegen Israel.

Dat is even schrikken.  Iedereen die ons een spiegel voorhoudt is natuurlijk van harte welkom en ik heb uitgezien naar dit boek, omdat we van kritiek kunnen leren. Zelfs al is het ongeveer het zwaarste verwijt dat iemand kan maken aan een krant als de onze, die zich immers laat voorstaan op zijn liberale principes.

Maar ik moet ook bekennen dat ik door dit boek teleurgesteld ben. Ik heb Hans niet als collega meegemaakt, dus ik kan niet uit eigen waarneming bevestigen dat hij in de tijd dat hij aan de krant was verbonden, heeft geprobeerd een debat hierover aan te wakkeren, zoals hij schrijft, maar geen van mijn voorgangers in de hoofdredactie herinnert zich desgevraagd dat hij ooit een discussie over dit onderwerp heeft geëntameerd. Hans Moll sprak en e-mailde met individuele collega’s die over de islam en het Midden-Oosten schreven, maar dat werd opgevat als collegiale belangstelling en kritiek. Geen van hen was zich ervan bewust dat hij materiaal verzamelde voor een boek. 

Wat ik ook kan zeggen is dat de redactie die ik aantrof na mijn aantreden in 2010 een andere is dan de vooringenomen groep collega’s die Hans beschrijft.

Maar ten gronde is er natuurlijk de inhoud van het boek.  Ja, natuurlijk maakt NRC Handelsblad geregeld fouten; elke fout is er een te veel. Die zetten we dan recht.  Maar omgekeerd mogen we van iemand die ons zo de maat neemt verwachten dat de feiten waarop hij zijn oordelen baseert, kloppen. Ik zal straks iets meer zeggen over onze journalistieke uitgangspunten en werkwijze, maar ik moet na een eerste lezing wel vaststellen dat veel ‘feiten’ uit zijn boek simpelweg niet kloppen.

Zo schrijft hij over de zogeheten ‘weggeefkast’ op de redactie van het Boeken-bijvoegsel, waarin boeken zouden terechtkomen die niet worden besproken. Dat lot treft volgens hem pro-Israel en anti-islam boeken, want die zouden uit de krant worden geweerd. Hij noemt dertien titels als voorbeeld.

Ik ben zijn lijst eens langs gelopen, en vond het volgende. Drie van de dertien boeken die Moll noemt hebben wel degelijk een recensie gekregen (Roger Scruton, The West and the Rest; Ed Husain, The Islamist; Martin Amis, The Second Plane). Aan de andere auteurs is geen formele recensie gewijd - de krant kan nu eenmaal niet alle boeken bespreken - maar alle door hem genoemde auteurs zijn in de krant herhaaldelijk en uitgebreid behandeld in reportages, achtergrondstukken, columns en essays (en zelfs in de rubriek ‘Voorkeur’ op de tv-pagina). Over sommige van de door hem genoemde auteurs schreven wij meer dan tien keer.

Wij bespraken Andrew Bostoms boek The legacy of Jihad niet, maar over Bostom, die als getuige door Geert Wilders werd opgeroepen in zijn proces, schreven wij natuurlijk wel. Het door Moll genoemde boek van Wim Kortenoeven, medewerker van het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israel), hebben we ook niet besproken, maar de krant had op 5 augustus 2006 een groot interview met hem (‘Historische sympathie voor Israel in Nederland kalft af’). Het boek De ziekte van de islam van Abdelwahhab Meddeb bespraken wij evenmin, maar op 28 mei 2010 stond er een groot interview met hem in NRC Handelsblad.
Onder de dertien door Hans genoemde boeken is ook Sam Harris, The Suicide of Reason, dat wij niet zouden hebben besproken. Dit is juist. De auteur van dat boek is namelijk Lee Harris, en diens werk is juist wel uitgebreid besproken in de krant. Sam Harris schreef het boek The End of Faith. Dat boek besprak de krant wel, op 26 mei 2006. De auteur van die recensie? Hans Moll zelf.

Eerder blijkt dus het tegendeel van wat hij beweert. Ik vind het ook bijzonder zorgelijk, en zelfs weinig professioneel, dat hij het niet nodig vond aan wederhoor te doen, een principe dat ook in zijn tijd bij NRC Handelsblad al in hoog aanzien stond.

Dan de berichtgeving over Israel en het wijdere Midden-Oosten. Hans schrijft dat ,,de teneur” is dat wij Hamas – die in Gaza nu de dienst uitmaakt - geen terreurorganisatie vinden. Dat is onjuist. Een beweging die raketten op Israël afvuurt is een terreurbeweging.

Hans maakt er zelfs van dat NRC partij voor Hamas heeft gekozen. Niets is minder waar. Achtereenvolgende correspondenten in Israel hebben herhaaldelijk reportages gemaakt uit Gaza en beschreven hoe dat in een islamitisch rijkje is veranderd. De teneur van de stukken was juist niet dat het allemaal wel meevalt, maar wel degelijk dat de bevolking de gevolgen ondervindt van een dictatuur, die zich onder meer uit met islamitische regels als een verbod op dansen, homoseksualiteit en gokken.

Moll claimt dat de krant niet heeft geschreven over meldingen dat Fatah-leden door Hamas zijn gedood. Ook dit is onjuist, de krant heeft er meermalen over geschreven. NRC Handelsblad was aanwezig bij het gewelddadig neerslaan door Hamas van een seculiere studentenopstand, op 16 en 17 maart 2011. Toen feesttenten en restaurants vorig jaar overal in brand werden gestoken, wees Hamas naar salafisten. NRC schreef dat Hamas zelf achter de brandstichtingen zat, om de salafisten de schuld te geven (8 oktober 2010).

In hoofdredactionele commentaren heeft de krant inderdaad praten met Hamas de enige kans op een oplossing genoemd, maar is dat ‘kiezen voor’? Hamas is een beweging met vele gezichten, waaronder een radicaal en een gematigd. Die in beeld brengen lijkt mij onze journalistieke plicht.

Hans Moll schrijft herhaaldelijk dat onze buitenlandredactie en onze correspondenten zich laten bedriegen door pro-Palestijnse en anti-Israelische propaganda. Zijn case in point is onder meer de kwestie  Mohammed al-Dura, de kleine jongen die zou zijn doodgeschoten door het Israëlische leger juist toen hij met zijn vader schuilde voor gevechten.  Over die beeldbepalende gebeurtenis als de dood van al-Dura ontstond een grote controverse. NRC Handelsblad heeft daar herhaaldelijk over geschreven. Onder meer op de mediapagina van 14 maart 2009. De auteur van dat stuk was Hans Moll. In zijn boek schrijft hij echter: ,,Maar waarom mag de NRC-lezer niet weten dat er een uitgebreide, internationale discussie gaande is over Palestijnen die gebeurtenissen in scène zetten voor hun anti-Israël-propagandadoeleinden?’’

Dit is een naar mijn smaak ontluisterend voorbeeld van de partijdige journalistiek die hij juist de krant verwijt. Als NRC-redacteur was hij direct betrokken, maar in zijn boek stelt hij het anders voor omdat het  beter uitkomt voor zijn centrale stelling dat de krant pro-Palestijnen en anti-Israel is.

Mij valt op dat Hans het  conflict in het Midden-Oosten allereerst als een religieus conflict ziet, tussen Goed en Kwaad. Dat is een verschil met de lijn van de krant. Wij zien het vooral als een politiek probleem, een kwestie over  land en macht, en niet in de eerste plaats als een botsing der beschavingen. Onze artikelen worden geschreven volgens de regels van de kritische journalistiek, we voeren geen politiek-ideologische campagne. Wij willen niet behagen of verdraaien ten gunste van de een of andere ideologie of sympathie. Over Israël schrijven we dus niet anders dan over de Palestijnen. Zakelijk, feitelijk en in het besef dat we zelden over alle puzzelstukjes beschikken.

 ,,Ik wil dat de krant zo veel mogelijk verifieerbare feiten presenteert, en als dat moeilijk is, dat de krant in ieder geval een evenwichtige berichtgeving biedt’’, schrijft Hans. Ik kan het daarmee alleen maar eens zijn. Maar ik vrees dat zijn boek eerder de vooringenomenheid toont die hij de krant kwalijk neemt.

 Midden-Oostenberichtgeving is ,,de hoogspanningsleiding van de journalistiek”, schreef de ombudsman van The New York Times afgelopen zomer, ,,touch it and burn”.
Wie schrijft over het Midden-Oosten doet het zelden voor alle lezers goed. Voor elke brief die we krijgen over onze vermeende sympathie voor de Palestijnen krijgen we er een die ons verwijt dat we niet kritisch genoeg over Israël zijn. Dat is niet verwonderlijk voor een onderwerp dat zulke diepe sporen heeft getrokken, in de geschiedenis, in mensenlevens. Het overkomt The New York Times, de BBC, en het is iets waar wij mee hebben te leven. Maar zolang beide stapeltjes post ongeveer even hoog zijn, geloven we dat we zo evenwichtig mogelijk berichten.

Dat  betekent overigens niet dat de waarheid per definitie wel ergens in het midden zal liggen. En evenmin dat we nooit een oordeel vellen. Maar dat oordeel vellen we in onze hoofdredactionele commentaren, niet op de nieuwspagina’s, en ook dan gebeurt het alleen nadat we alle argumenten hebben gewogen. We hopen dat dat onze lezers helpt hun eigen mening te vormen.

Kritiek op de krant nemen we serieus. Dit weblog is geen recensie. Net om dat te onderstrepen heeft de redactie Boeken aan een onafhankelijke auteur gevraagd Hans’ boek te bespreken. De recensie door Peter Vasterman, docent mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam,  is vrijdag te lezen in de bijlage Boeken.

Dit boek is hoe dan ook een aansporing om onze berichtgeving over en uit het Midden-Oosten tegen het licht te blijven houden. Het debat daarover zullen we natuurlijk graag voeren. Maar feiten en argumenten moeten wel kloppen. Hans Moll is van harte uitgenodigd daaraan een constructieve bijdrage te leveren.

Peter Vandermeersch
Blogger

Peter Vandermeersch

Peter Vandermeersch is hoofdredacteur van NRC en schrijft op deze blog over nieuwe ontwikkelingen bij NRC en de dagelijkse praktijk op de redactie. U kunt hem ook volgen op Twitter.