opinext@nrc.nl

Voorstel tot verwijderen niet afdoen als ‘bizar’

Terecht protesteren Harry van Bommel (SP), Mariko Peters (GroenLinks), het Landelijk Platform Slavernijverleden en het Comité Nederlandse Ereschulden tegen de afbeelding op de Gouden Koets waarop halfnaakte, donkere mensen hun rijkdom aanbieden aan een blanke, goed geklede, Nederlandse maagd. Dat de rit en het voertuig symbolische fossielen zijn, doet daaraan niets af. Het hele ritueel van Prinsjesdag, hoedjes en koningin incluis, drukt uit dat oude symboliek nog relevant is. Juist daarom moet het een uitgemaakte zaak zijn dat een racistisch beeld daarin geen plaats heeft.

Toch heeft premier Rutte gezegd dat hij het verzoek om de afbeelding van de Gouden Koets te verwijderen „bizar” vindt.

Het tekent deze minister-president, die zo’n technocratisch beeld van politiek heeft, dat hij beledigingen in het politieke bedrijf negeert zolang ze maar niet worden omgezet in beleid. Het beeld, betekenisgeving, kwetsing – het doet er voor Rutte allemaal niet toe.

Wanneer beseft Rutte dat politiek meer is dan de optelsom van daden en resultaten van nu? Wanneer ziet hij dat beeldvorming en valse symboliek kwaad en leed aanrichten als ze niet worden ontmaskerd, verworpen en ontkracht? Wanneer beseft hij dat het de verantwoordelijkheid is van iedere naoorlogse politicus om daarvoor sensitief te zijn in plaats van abjecte stigmatiseringen te laten passeren of weg te zetten als „bizar”?

Helmer Helmers

Leiden

Bied je excuses aan en toon die Gouden Koets ieder jaar

De ophef over de Gouden Koets laat zien hoe wij Nederlanders worstelen met onze identiteit. Frits Bolkestein predikte de superioriteit van de westerse beschaving. Een paar dagen later moeten we volgens de Kamerleden Van Bommel en Peters diep door het stof voor de gruweldaden die dezelfde beschaving heeft begaan.

Waarom kiezen we geen middenweg? Natuurlijk moet Nederland zich verantwoordelijk weten voor de gruweldaden die zijn verricht in het verleden. Hier past geen verheerlijking van de VOC-mentaliteit. De overheid zou er goed aan doen om, net als Australië en de Verenigde Staten, ruimhartig haar excuses aan te bieden aan de slachtoffers. Dan is het het niet nodig om de Gouden Koets te molesteren en gedeeltelijk weg te stoppen in een museum. Na de excuses kan de Gouden Koets dienstdoen als herinnering aan ons koloniale verleden – een deels pijnlijk verleden, dat evenwel volop deel uitmaakt van onze Nederlandse identiteit. Hieraan zullen we dan iedere Prinsjesdag worden herinnerd.

Jos Gommans

Hoogleraar koloniale en wereldgeschiedenis, Universiteit Leiden