Met 52 kilo tegen de wind gaat niet

De Duitse Judith Arndt won de WK tijdrijden, Marianne Vos stelde teleur.

De Nederlandse richt zich nu op de wegwedstrijd van komende zaterdag.

Marianne Vos op de natte wegen van Kopenhagen tijdens de tijdrit op WK wielrennen. Foto AP Marianne Vos of The Netherlands rides on wet roads during the women's elite time trial over 27.8 kilometers (17.3 miles) with start and finish in Copenhagen, Denmark, Tuesday, Sept. 20, 1001. (AP Photo/Polfoto, Thomas Sjoerup) DENMARK OUT
Marianne Vos op de natte wegen van Kopenhagen tijdens de tijdrit op WK wielrennen. Foto AP Marianne Vos of The Netherlands rides on wet roads during the women's elite time trial over 27.8 kilometers (17.3 miles) with start and finish in Copenhagen, Denmark, Tuesday, Sept. 20, 1001. (AP Photo/Polfoto, Thomas Sjoerup) DENMARK OUT AP

Niet alles wat Marianne Vos aanraakt, verandert direct in goud. In de individuele tijdrit bij de WK wielrennen in Kopenhagen, op een nat en stormachtig parcours, eindigde de olympisch en meervoudig wereldkampioen gisteren op de tiende plaats. De Duitse routinier Judith Arndt (35) won goud, voor de Nieuw-Zeelandse Linda Willumsen (26) en de Britse Emma Pooley (28). De Nederlandse Ellen van Dijk (24) eindigde knap als zesde.

„Ik ben erg teleurgesteld”, vertelde Vos (24) aan de finish. Ze had zich serieus voorbereid op haar debuut bij de WK tijdrijden. De alleenheerser van het vrouwenpeloton putte er dit seizoen extra motivatie uit om zichzelf in trainingen naar een hoger niveau te pushen. In de Holland Ladies Tour, die ze onlangs glansrijk won, behaalde ze achter Van Dijk een tweede plaats in de tijdrit. „Op een WK kan Marianne altijd iets extra’s”, ging bondscoach Johan Lammerts na de rit in Breda hoge verwachtingen niet uit de weg. Zelfs goud viel volgens de ex-prof niet uit te sluiten.

Een dag voor de WK voorspelde hij nog dat de zware weersomstandigheden in het voordeel van Vos en Van Dijk zouden zijn. Maar in plaats van te strijden om de medailles miste Vos een klassering bij de eerste acht, waarmee ze zich direct had kunnen plaatsen voor de Olympische Spelen volgend jaar in Londen.

Uitgerekend de wind was gisteren de grootste tegenstander van Vos, die in juli nog als nooit tevoren heerste in de Ronde van Italië. In een interview in NRC Handelsblad verklaarde ze afgelopen zaterdag haar spectaculaire progressie dit seizoen. „Training en gewicht. Ik ben langer en intensiever gaan trainen. En er kon nog best wat af. Ik weeg nu 52, ben zeven kilo afgevallen. Dat is veel. Bergop hoef ik nu minder mee te zeulen, en ik houd nog genoeg vermogen over voor de tijdrit en de sprint.”

Met 52 in plaats van 59 kilo over een zware Giroklim als de Mortirolo is een voordeel. Maar in haar eentje tegen de harde wind in Kopenhagen bleek het gewichtsverlies een groot nadeel. „Het draaide vanaf het begin niet”, concludeerde Vos na afloop. „Op zo’n parcours met wind tegen moet je een grote versnelling blijven trappen. Dat lukte niet. Met het oog op de tijdrit in Londen is er nog veel werk te doen.”

Maar schrijf Vos niet af voor de olympische race tegen de klok, na het tegenvallende resultaat in Kopenhagen. „De tijdrit is voor mij altijd een uitdaging geweest”, vertelde ze vóór de WK. „Vanaf de junioren was het nooit mijn specialiteit. Ik had de inhoud en de kracht niet, miste de grote motor voor het tijdrijden. Ik heb er elk jaar stappen in gezet. Hard gewerkt, ook aan dingen als de ideale houding. Met ieder trainingsjaar wordt de belastbaarheid groter. Het is hard werken, maar dan komt er ook iets uit.”

Heeft ze niet te veel gewicht verloren? „Het is wel een zoektocht geweest, het randje is heel dun. Je verbruikt als wielrenner heel veel, dus je kunt best goed blijven eten. Je moet alleen precies het goede nemen. Nu kan er echt niets meer af. Als ik meer zou afvallen, gaat het serieus fout. Maar dat gebeurt niet. Fietsen, eten en slapen zijn mijn grote liefhebberijen. Dat blijft zo.”

Zaterdag is Vos ‘gewoon’ weer favoriet in de wegwedstrijd, waarin ze na de regenboogtrui van 2006 vier keer op rij als tweede eindigde. „Je moet succes nooit als vanzelfsprekend gaan zien. Daar ben ik me wel van bewust. Er is geen gouden toverformule, want die ken ik zelf ook niet.”