Meer druk op Italië na somber oordeel

Kredietbeoordelaar S&P besloot tot afwaardering van Italië omdat de economische groei achterblijft.

De Amerikaanse kredietbeoordelaar Standard & Poor’s heeft de kredietwaardigheid van Italië maandagavond met een punt afgewaardeerd, van A+ naar A.

De Italiaans beursindex hield gisteren stand, maar het renteverschil met Duitsland liep verder op. Het rendement op tienjarige staatsobligaties steeg met 0,13 punten naar 5,65 procent, een verschil van 4 procentpunten met Duitsland.

S&P besloot tot de afwaardering omdat de Italiaanse groei achterblijft en omdat de kredietbeoordelaar niet gelooft dat de huidige regering de noodtoestand adequaat aanpakt.

„De vertraagde groei […] zal waarschijnlijk de effectiviteit van het ombuigingsprogramma in Italië beperken”, stelt S&P. „De kwetsbare regeringscoalitie en de meningsverschillen in het parlement beperken waarschijnlijk de capaciteit van de regering om met daadkracht te reageren op de zeer moeilijke interne en externe macro-economisch situatie.”

Premier Berlusconi reageerde gisteren afkeurend op de afwaardering. Hij verweet S&P dat haar mening meer gebaseerd is op mediaopinies dan op de werkelijkheid. De kredietbeoordelaar lijkt „te zijn beïnvloed door politieke afwegingen”, aldus Berlusconi. Hij wees er op dat zijn regering deze zomer al bezuinigingen heeft aangekondigd en momenteel hervormingen voorbereidt om de groei te stimuleren.

Het parlement keurde vorige week onder druk van de financiële markten een ombuiging definitief goed die volgens economen vanaf 2014 jaarlijks 60 miljard euro moet opleveren. Deze maatregelen werden mede afgedwongen door de Europese Centrale Bank en de Europese Unie.

De ECB beloofde Italiaanse schuldpapieren op te kopen als Italië de noodzakelijke ingrepen zou doen om in 2013 een begrotingsevenwicht te realiseren. Nu de groei echter tegenvalt, stellen Italiaanse economen dat er nog een extra ingreep nodig is om dat doel te realiseren.

Intussen neemt de druk op premier Silvio Berlusconi toe om zijn ontslag in te dienen, omdat hij het landsbelang zou schaden. Gisteren riep oppositieleider Luigi Bersani van de Democratische partij hem op om dat „binnen uren te doen”. (NRC)