Maar wie zal er vandaag spreken over het geluk?

Er zijn soms van die momenten dat je even ‘stilgezet’ wordt, momenten die je bepalen bij de dingen waar het werkelijk om gaat. Het kan een ingrijpende gebeurtenis zijn, maar ook iets wat je hoort, wat je leest.

Het overkwam mij eind van deze zomer, in mijn ligstoel op het strand van Zoutelande, bij zoiets alledaags als het lezen van de krant.

In Trouw werd ik gegrepen door het verhaal van Ric Elias, de man die de dood in de ogen zag toen hij als passagier van de Airbus A320 een noodlanding overleefde in het ijskoude water van de Hudson bij New York. Die crash leerden hem drie dingen. Stel belangrijke zaken niet langer uit. Probeer voldoende tijd over te houden voor mensen die belangrijk voor je zijn, zoals je partner, je vrienden, de mensen in je omgeving. En wat voor hem uiteindelijk het allerbelangrijkste was: wees een goede vader voor je kinderen.

In de NRC liep ik aan tegen het indrukwekkende verhaal van Liesbeth en Guido, mensen die op een heel bijzondere manier hun geluk zochten. Samen hebben ze vier kinderen grootgebracht. Na de succesvolle verkoop van hun IT-detacheringsbedrijf kozen ze er niet voor om verder te leven als god in Frankrijk. In plaats daarvan besloten ze zeven kinderen uit een Amerikaans probleemgezin te adopteren. Geïnspireerd door de joodse denker Martin Buber wilden ze het leven zin geven door er te zijn voor de ander.

Het zijn twee verhalen die elk op eigen wijze iets laten zien van het goede (samen) leven. Verhalen die ook ongemakkelijke vragen stellen. Aan iedereen, aan ons, aan mij. Wat doen wij met ons leven? In hoeverre zijn wij goed bezig? Getrouwd, allebei een baan, drie opgroeiende kinderen, druk, druk, druk. Ik ben al blij als ik nog voldoende tijd kan vrijmaken voor het huiswerk van mijn dochters, het brengen naar de sportvereniging en het lezen met mijn jongste zoon.

De verhalen zijn ook politiek relevant. In hoeverre zijn we als politici bezig met de vragen die er echt toe doen? Hoe vaak wordt er nog gesproken over idealen, over wat je drijft in de politiek en je visie op het goede samenleven?

Vandaag, tijdens de Algemene Beschouwingen, zal het in de Tweede Kamer ongetwijfeld gaan over de financiële crisis, de economie, de werkgelegenheid en onze portemonnee. Allemaal belangrijke onderwerpen, daar niet van. Maar wie zal er vandaag spreken over het geluk dat voor het oprapen ligt wanneer we wat vaker omzien naar elkaar?

Het politieke debat moet over het Goede Leven gaan. Juist nu we voor een grote economische crisis staan en de vooruitzichten op materiële vooruitgang somber zijn. Als het goed gaat en de welvaart neemt alleen maar toe, kom je in de verleiding te denken dat je het wel in je eentje kunt redden. Het is de vraag of we het ons in tijden van crisis nog langer kunnen veroorloven om alleen aan ons zelf en ons eigen belang te denken. Zullen wij elkaar, in Nederland en in Europa, niet keihard nodig hebben om samen deze crisis goed door te komen? Dit vraagt om heldere politieke keuzes. In de eerste plaats een keuze voor elkaar. Waarbij we uitspreken dat we iedereen in deze samenleving nodig hebben en iedereen respect verdient, ongeacht afkomst of overtuiging.

Het debat dient over meer te gaan dan alleen welvaart, koopkracht en staatsschuld. Verantwoordelijkheid nemen voor elkaar, oog hebben voor de toekomst, gezin, opvoeding en omgangsvormen, dat zijn de thema’s die aandacht verdienen.

Politiek is meer dan boekhouden en cijferen. Het gaat vooral om de vraag welke kant we met de samenleving op willen. Hoe we gezamenlijk kunnen werken aan het goede leven? Dat is wat Nederland nodig heeft. Misschien wel meer dan ooit.

Ad Koppejan is Tweede Kamerlid voor het CDA. Hij schrijft deze wisselcolumn beurtelings met Frans Timmermans (PvdA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).