Jaloezie over Vlaamse durf

Tijdens het Nederlands Film Festival wordt er ook altijd even over de grens gekeken. Het programmaonderdeel Focus Vlaamse Cinema toont de beste producties van onze zuiderburen. Dat leidt soms tot gênante situaties: in 2008 was Aanrijding in Moscou een hoogtepunt van het festival.

Misschien kunnen we iets leren van de durf en de eigenzinnigheid waarmee ze in Vlaanderen films maken. Jaloersmakend mooi en intrigerend is dit jaar de onlangs nog op het Filmfestival Montréal bekroonde essayfilm Antwerpen Centraal van Peter Krüger, losjes gebaseerd op de cultroman Austerlitz van de Duits-Britse schrijver W.G. Sebald. Met de Joodse architectuurhistoricus Austerlitz (Johan Leysen) dwalen we door het station van Antwerpen, en door tijd en geschiedenis. Niets ontsnapt zijn aandacht: industriële revolutie, koloniale geschiedenis en het wegvoeren van de Antwerpse Joden uit de naast het station gelegen Diamantbuurt.

Krüger heeft oog voor de surrealistische setting van het station, waar haastige mensen elkaar in drommen passeren. Wat speelt zich ’s nachts af, als hun schaduwen en echo’s tussen de pilaren van de spoorwegkathedraal met zijn immense koepel dwalen? Het kan best dat een leeuw uit de dierentuin daar dan een ommetje maakt.

Treinen spelen van oudsher een prominente rol in de film. De filmgeschiedenis begon met de trein die de gebroeders Lumière in 1895 een zaal lieten inrijden, Lenin verhief het volk met ‘cinetreinen’, Lars von Trier liet in Europa (1991) een nachttrein door de duistere geschiedenis van Europa razen. Het lijkt wel alsof ze allemaal arriveren op Antwerpen Centraal, bepaald niet alleen een film voor treingekken.

Dana Linssen

‘Antwerpen Centraal’ is te zien op 25 en 26 september bij het Nederlands Film Festival.