‘Ik heb altijd al de grap willen vertellen’

Je hoeft de Amerikaanse schrijver David Sedaris niets meer te leren over het voorlezen uit eigen werk. Zondagmiddag staat hij in de grote zaal van Carré.

De eerste buitenlandse auteur die optreedt in Koninklijk Theater Carré – zo wordt het optreden van David Sedaris, zondagmiddag in Amsterdam, aangekondigd. Voor wie de Amerikaanse humorist al kent, klinkt het wat merkwaardig. Sedaris is nu eenmaal niet louter schrijver – hij is minstens evenveel performer. Na zijn eenmalige optreden in Carré volgt een Amerikaanse tournee, waarin Sedaris in 43 dagen 41 steden aandoet; in januari leest hij weer voor in Australië.

„Ik houd van aandacht”, zegt hij. Hij had nog net een gaatje voor een telefonisch interview vanuit West-Sussex (Engeland), waar hij tegenwoordig woont. „Ik houd ervan om voor publiek te staan. Maar ik ben geen acteur. In de jaren tachtig deed ik van die verschrikkelijke performance art-voorstellingen, iets met een zwembrilletje en piepschuim balletjes. Ik beleefde er geen plezier aan. Ik vergeef mezelf, ik was jong, maar nu denk ik: waarom las ik niet gewoon grappen voor? Ik vind het fijn als mensen lachen.”

En dat is wat hij nu doet. Hij laat mensen lachen, heel hard lachen, om zijn bizarre verhalen, voornamelijk autobiografisch en echt gebeurd. Gaat-ie bijvoorbeeld met zijn zwager naar de Costco (de Amerikaanse Makro), dingetjes inslaan om uit te delen op voorleesavonden. Hij kiest een pak condooms „ter grootte van een betonblok”. Zijn zwager zet er een grote doos aardbeien naast, ruim twee kilo. Hebben ze niet nog iets nodig waardoor ze minder op een stel homoseksuele geliefden lijken die na de seks graag nog iets zoets eten, vraagt Sedaris zich af. Waarna zijn zwager zegt dat hij nog wel olijfolie zou kunnen gebruiken.

Vorig jaar publiceerde Sedaris – openlijk homo, overigens – zijn eerste bundel duistere dierenverhalen, Squirrel seeks Chipmunk, waarin naamloze dieren dezelfde streken met elkaar uithalen als bijvoorbeeld vervelende familieleden of collega’s kunnen doen. Waarom hij daar dieren voor nodig had? „Nou, ik houd van audioboeken”, zegt hij. „Ik weet niet hoe het bij jullie is, maar in de Verenigde Staten zijn die heel populair. Het begon bij de blinden en toen wilden de luie mensen ze ook. Op een gegeven moment luisterde ik naar Zuid-Afrikaanse volksverhalen. Dat ging van: ‘De hyena en de giraf gingen trouwen. Toen sneed de giraf ’s nachts de keel van de hyena door. Conclusie: wees voorzichtig met wie je trouwt.’ Ik dacht: dat kan ik in mijn slaap nog beter.”

Hij denkt dat hij in Amsterdam wel een of twee dierenverhalen zal voorlezen, al is zijn programma nog niet definitief. „Ik ga er wel over nadenken, hoor. Tegen de tijd dat ik op het podium sta, weet ik het wel. Ik ging een keer naar een voorleesavond van een vrouw die haar publiek steeds vroeg: zal ik dit lezen, zal ik dat lezen? Ik dacht: zeg, wij hebben hier goed geld voor betaald en jij hebt je zaakjes niet voorbereid!” Dan, uit het niets: „Wat betekent ‘tentoonstelling’?” Eh… exhibition, waarom? „Het is het enige Nederlandse woord dat ik ken. Ik zag het op een museum staan.” Ja, dat klopt dan wel. „Ja.”

In de Verenigde Staten werd Sedaris zo’n twintig jaar geleden ontdekt door Ira Glass, presentator van de populaire radioshowThis American Life. Inmiddels ontdekt hij zelf mensen: aan het eind van zijn voorleesavonden verkoopt hij niet alleen eigen boeken, maar ook altijd één boek van een ander dat hij goed vond. „Ik probeer de passage te zoeken waarvan ik, als iemand die aan mij zou voorlezen, zou denken: verkocht!”

Het zijn Engelstalige boeken; hij weet nog niet of hij het ook in Carré gaat doen. Maar voor zijn Amerikaanse tour koos hij River Town van The New Yorker-schrijver Peter Hessler, een reisverslag over China. „Hij beschrijft heel mooi hoe het is alsof er een sluier wordt opgelicht naarmate je de taal beter gaat beheersen: ineens realiseer je je welke mensen eigenlijk enorme eikels zijn. Ik denk dat ik wel vijftig stuks van dat boek per avond kan verkopen.”

David Sedaris

David Sedaris (1956) is van Grieks-Amerikaanse komaf en groeide op in Raleigh, North Carolina. Van zijn boeken zijn inmiddels naar schatting 8 miljoen exemplaren verkocht. Zijn verhalen verschijnen in The New Yorker.