Het kabinet manoeuvreert

De situatie is zorgelijk, maar niet hopeloos. Met dit cliché kan de toonzetting van de Troonrede die koningin Beatrix gisteren tijdens Prinsjesdag uitsprak, eenvoudig worden samengevat. Aan de leden van de Staten-Generaal liet het staatshoofd namens premier Rutte en de overige leden van de regering weten dat de bezuinigingsvoorstellen, die de koopkracht van alle Nederlanders raken, „ons incasseringsvermogen op de proef stellen”. Maar ook: „Toch is er reden voor optimisme, want de uitgangspositie van ons land is en blijft relatief goed.”

Omdat Nederland al heel wat kabinetten achter de rug heeft die om uiteenlopende redenen bezuinigingen hebben moeten doorvoeren, klinken de zinnen bekend in de oren. Had het kabinet-Rutte, bij monde van de vorstin, meer bijzonders te melden op deze derde dinsdag van september? Niet veel, althans niet veel dat niet al bekend was. Dat kon ook moeilijk anders nadat zowel de Miljoenennota als de afzonderlijke begrotingshoofdstukken vorige week waren geopenbaard, en dus alle voorgenomen maatregelen al bekend waren.

Bovendien kent het minderheidskabinet van VVD en CDA zijn plaats. Uitlatingen van, toen nog beoogd, premier Mark Rutte, dat „rechts Nederland de vingers zou aflikken” bij het beleid dat zijn kabinet zou voeren, zijn van hem niet meer te horen. Al was het maar omdat de houdbaarheid van het regeerakkoord, waarmee gedoogpartner PVV gedeeltelijk heeft ingestemd, allang door de werkelijkheid is achterhaald. Ook niet ongebruikelijk trouwens.

Rutte is weliswaar volgens de fractieleider van de PvdA, Job Cohen, „een tuinman met een kettingzaag”, zoals hij vanochtend in de Tweede Kamer bij de Algemene Politieke Beschouwingen zei, op het meest cruciale onderdeel van het beleid steunt de grootste oppositiepartij met recht en rede tot nu toe het kabinet. De bezuinigingen komen volgens Cohen te veel terecht op de zwakste schouders, maar als het gaat om de euro en wat daarmee samenhangt, steunen de PvdA en andere oppositiepartijen wel het kabinet. De PVV doet dat niet. Dat leidde vandaag in de Kamer direct tot een zinledig en vruchteloos debat tussen PVV-leider Wilders, Cohen en anderen over de vraag wie nu eigenlijk de grote gedoger is van het kabinet-Rutte, of „bedrijfspoedel”, zoals Wilders zei.

Het kabinet wordt op delen gesteund door een officiële gedoogpartner, waarvan de inhoudelijke inbreng beneden peil is, en moet anderzijds te biecht bij oppositiepartijen ter linkerzijde en in het midden. Daar kan het zijn vingers moeilijk bij aflikken. Dat noopt tot bescheidenheid en terughoudendheid met stellige opvattingen, en leidt aldus tot de bleke Troonrede die gisteren in de Ridderzaal werd uitgesproken.