'Er moet frictie zijn, conflict'

De Vlaamse acteur Matthias Schoenaerts is het gezicht van zijn generatie en ook in Nederland gevraagd: zie De president en De bende van Oss. Parijs en Hollywood lonken.

Matthias Schoenaerts
Matthias Schoenaerts

Of hij nu een schele Roemeen speelt, zoals vanaf deze week in De president, een agressieve alcoholist zoals in De bende van Oss of een aan hormonen verslaafde vetmester, zoals in Rundskop, de film die zijn internationale doorbraak betekende: Matthias Schoenaerts kan het allemaal. De 33-jarige acteur is het gezicht van zijn generatie en de meest gevraagde Vlaamse acteur van dit moment. Hij trok als enige van de oorspronkelijke Belgische cast met regisseur Erik van Looy naar Amerika om mee te spelen in de remake van overspelthriller Loft. En vorige week werd bekend dat hij dit najaar op de set zal staan met de Franse actrice Marion Cotillard in de nieuwe film van Jacques Audiard, die Un prophète regisseerde.

Je bent de zoon van toneelspeler Julien Schoenaerts, in België een grootheid. Kroop het acteursbloed waar het niet gaan kon?

„Allicht had het feit dat mijn vader acteur was invloed. Maar hoe dat precies gelopen is? Op een bepaald moment, toen ik 21 was, realiseerde ik me dat spelen datgene was waar ik het liefste mee bezig was. Niet eens met het vooruitzicht om acteur te worden. Ik was helemaal niet bezig met vooruitzichten. Ik wilde spelen, dat voelde als thuiskomen.”

Wat was het precies: het spelen zelf, verhalen vertellen of het met z’n allen op het toneel staan?

„Het was iets veel intiemers en dat had zeker te maken met mijn vader, die toen op sterven lag. Misschien dat ik dacht dat ik dichterbij hem zou komen als ik theater zou gaan doen. Het is een vreemde toevalligheid, dus dat moet iets met elkaar te maken hebben. We hebben niet altijd samengeleefd, natuurlijk ging ik als kind naar zijn voorstellingen, en toen ik klein was hebben ik met hem De kleine prins gespeeld.”

Wat is het belangrijkste voor een acteur?

„Vrijheid. Als ik een leermeester zou moeten noemen, is dat acteur Peter Gorissen. Hij benadrukte vooral de autonomie van de speler. Neem de tijd, neem de vrijheid, verval niet in spelclichés. Wat toneelpedagoog Herman Teirlinck zei: ‘de acteur is God’. Hij creëert en zonder hem is er niets. Dus neem de vrijheid om wat in je leeft toe te laten en vorm te geven. Acteurs die ik bewonder zoals Daniel Day-Lewis of Javier Bardem kunnen dat ook, met een mix van passie, intelligentie en meesterschap.”

In Nederland zien we je in films als Rundskop, De president en De bende van Oss vooral als een heel fysieke acteur. Maar onlangs zagen we een meer lyrische kant in Pulsar. Twee polen in je werk?

„Als je Pulsar en Rundskop tegenover elkaar zet, dan heb je dag en nacht. Maar ik hoop dat ik nog meer polen heb en ontdek. Het boeiende aan acteren is namelijk dat je het allemaal kunt zijn. Een Robert De Niro-achtige acteur die zich volvreet voor Rundskop en een denkende acteur in Pulsar. Het gaat erom te vinden wat de rol van je vraagt.”

Hoe doe je dat?

„Door veel te praten met de regisseur over hoe hij de film voor zich ziet. Wat de toon van de film is. En dan voorbereiden. Tekst leren. Uiteindelijk haal je heel veel uit het script. Wie is die mens die je moet spelen? Hoe voelt hij zich? Handwerk. En tegelijkertijd is het nooit een absolute zekerheid. Film is tot op zekere hoogte een soort Russische roulette, waarbij je pas achteraf het resultaat weet.”

We hoorden je in films West-Vlaams, Limburgs, Antwerps, Brabants praten. Je lijkt een meester in accenten en dialecten.

„Er is in België een jonge generatie filmmakers, zoals Michaël Roskam van Rundskop, die heel uitgesproken films wil maken, verbonden met een streek. Zij realiseren zich dat je de rijkdom van de streektaal niet kunt laten liggen. Voor acteurs is het geweldig om daarmee te werken. Neem een film als De bende van Oss. Iedere Nederlander kent wel iets van het Brabants, het is zo’n uitgesproken taal die in het verlengde ligt van wat die mensen uitstralen. Iets bots en lomps en bruuts. De klanken van het Brabants passen gewoon bij de personages. Via de taal ontdek je de ritmiek van hun gedrag. Opeens krijg je een klik en dan brengt de taal je bij het personage. Er zijn zoveel verschillende mensen, we zijn een geflipte diersoort.”

Wil je ze allemaal spelen?

„Het is geweldig om een dolgelukkig iemand te zijn, maar een dolgelukkig iemand spelen is saai. Er moet wrijving zijn. Frictie. Tegenstrijdigheid. Conflict. Maar nu ik erover nadenk: hoeveel dolgelukkige mensen zijn er eigenlijk? Ik denk dat het de aard van de mens is om ongelukkig in het leven te staan. In gradaties natuurlijk. Maar er is een gevoel van onbehagen, of het nu conditioneel is of relationeel. De mens is altijd in gevecht met zichzelf.”

Helpt de kunst mensen daarmee?

„Ik denk dat de kunst mensen laat zien dat ze niet alleen zijn. Dat is al heel wat. Cinema hoeft ook geen reflectie te zijn op de realiteit, geen kopie. In het beste geval is het een verheviging ervan.”