Aziaten zijn gek op inpolderen

Marcel van Roosmalen is bij de workshop ‘Cultureel ondernemen: Kans of Kater?’

Joep kwam duidelijk in tijdnood en vertoonde het ene filmpje na het andere.

In deze tijd was het volgens Alice van de organisatie zaak dat je als museum 'een goed verhaal hebt, waarmee je eventuele sponsors over de streep kunt trekken'. Foto Jan-Dirk van der Burg Nederland, Leiden, 19-09-2011 Erfgoed Nederland organiseert een bijeenkomst over erfgoed en ondernemerschap met lezingen van experts op het gebied van erfgoed en ondernemerschap, een debat, workshops en stands. Voor de rubriek 'Marcel werkt' ©Jan-Dirk van der Burg
In deze tijd was het volgens Alice van de organisatie zaak dat je als museum 'een goed verhaal hebt, waarmee je eventuele sponsors over de streep kunt trekken'. Foto Jan-Dirk van der Burg Nederland, Leiden, 19-09-2011 Erfgoed Nederland organiseert een bijeenkomst over erfgoed en ondernemerschap met lezingen van experts op het gebied van erfgoed en ondernemerschap, een debat, workshops en stands. Voor de rubriek 'Marcel werkt' ©Jan-Dirk van der Burg Burg, Jan-Dirk van der

Erfgoed Nederland organiseerde een bijeenkomst over erfgoed en ondernemerschap in Museum Naturalis in Leiden. Mevrouw Alice Duiven van de organisatie, een vrouw met een kort kapsel die van een filtersigaretje hield, begroette ons op de binnenplaats.

Ze gaf ons een badge, dat was verplicht.

Op mijn badge stond: ‘Daan Hertogs, Stadsarchief Breda’, een misverstand. Het gaf niks.

„Als je maar een badge op hebt”, zei Alice.

We kregen stapels papier.

„Erfgoed is heel breed.”

’s Ochtends was er „een spetterende discussie” geweest met onder andere de directeur van het Scheepvaartmuseum en de directeur van Historisch Centrum ‘Het Markiezenhof’, die hadden we dan gemist. In deze tijd waarin de culturele sector onder druk stond, was het volgens Alice zaak dat je als museum „een goed verhaal hebt, waarmee je eventuele sponsors over de streep kunt trekken”.

Op de tweede etage van het gebouw waren ‘pitches’ bezig, gepensioneerde ondernemers wilden culturele instellingen graag helpen. Die mochten we bijwonen, maar we konden ook naar een van de workshops.

We kozen voor de workshop ‘Cultureel ondernemen: Kans of Kater?’. Cursusleider was Joep Firet, een kalende man in een knalroze blouse die namens ‘MKB Winstpunt’ door het land reisde en bij allerlei sectoren ‘in de knel’ hetzelfde verhaal ‘Geloof mij, er zijn kansen!’ vertelde. Dat had hij een paar dagen eerder ook tegen boekhandelaren gezegd.

Volgens Alice was Joep een man met ‘spit’, ze bedoelde ‘pit’, maar toen ik ’m bezig zag met z’n blauwe kaartjes en zijn staafdiagrammen besefte ik dat ‘pit’ en ‘spit’ best samen konden gaan.

Hij behandelde de casus van Nieuwland Flevoland, een museum dat het verhaal vertelde van het grootste inpolderingproject aller tijden, iets waar in de vestigingsplaats Lelystad weinig belangstelling voor bestond.

„Het merendeel van de bevolking is laagopgeleid, ze geloven het verder wel.”

De directeur in kwestie droeg een bril en was in gesprek met Joep, die allerlei doelgroepen opsomde.

Gezinnen, vijftigplussers, gezinnen van buiten, dagjesmensen, buitenlandse toeristen, laagopgeleide mensen, hoogopgeleide mensen: ze hadden allemaal weinig interesse in het grote inpolderingverhaal.

Joep maakte een treurig makende grafiek en opperde daarna om de naam van het museum in ‘onderzeeland’ te veranderen en misschien eens te mikken op de buitenlandse toerist. „Ik zou helemaal niet raar opkijken als ze in Shanghai wel interesse hebben. Aziaten zijn gek op inpolderingverhalen.”

De man van Nieuwland zei dat het museum een nieuw restaurant had, een potentiële moneymaker volgens Joep. „Wat kost een cappuccino? Vermenigvuldig dat eens met duizend!”

De man van Nieuwland: „Alles trekt naar Bataviastad, daar doen ze boodschappen en drinken ze koffie.”

Joep: „Toch niet allemaal?”

„Jawel hoor, allemaal.”

Een mevrouw van het Stedelijk Museum in Amsterdam vroeg zich af of ze in Lelystad een stadspas hadden. Dat was in Amsterdam een groot succes.

Joep: „Begrippen als ‘free’ en ‘gratis’ veroorzaken vaak een vliegwieleffect. Moet je eens kijken hoeveel koffie je dan verkoopt...”

Joep kwam duidelijk in tijdnood en vertoonde het ene filmpje na het andere op een groot scherm. Het was bedoeld om de museumdirecteuren duidelijk te maken dat er interactief een heleboel mogelijk was.

„Maar het allerbelangrijkste is dat jullie in kaart brengen waar jullie kracht ligt.”

Na afloop dronken we jus d’orange met de hele bubs. Alice van Erfgoed Nederland vroeg of we genoten hadden van de workshop van Joep, ze baalde er nog steeds van dat ze had gezegd dat hij ‘spit’ had, terwijl ze ‘pit’ bedoelde.

Ze had ervaren dat de meeste musea ongelooflijk creatief bezig waren in deze moeilijke tijden. In recordtempo stelde ze ons voor aan diverse directeuren en medewerkers.

Een wat zorgelijk kijkend heerschap van het Joods Historisch Museum uit Amsterdam zei dat ze daar de laatste tijd onverklaarbaar veel Zwitsers over de vloer hadden en een pittige mevrouw van het Koninklijk Instituut voor de Tropen repte van een enorme subsidie van de Braziliaanse overheid, die ze volledig ging besteden in dat land. „Zo snijdt het mes aan twee kanten.”En verder waren ze daar volledig ‘digitaal ontsloten’.

„Het KIT heeft daarin een voorbeeldfunctie”, zei Alice die de volgende dag op vakantie ging naar Suriname, ze had een voorkeur voor ‘ongestructureerde landen’.

Na een kort gesprek met een archeoloog van ‘Rivierenland’, een gebied rond Tiel waar wonderbaarlijk veel bijzonders in de bodem zat, naderde een van de gepensioneerde ondernemers die culturele instellingen wilde helpen. Hij hield een heel verhaal. Heel kort samengevat: alles was beter dan thuis zitten niksen en voor een goede sigaar deed hij alles.