Alles roepen om je doel te bereiken

Elke woensdag een filosofisch dilemma naar aanleiding van de actualiteit.

Vandaag: waarom Wilders en Rutte de lichten van de Verlichting doven.

Minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers kwam afgelopen vrijdag met vijf nieuwe wetsvoorstellen voor een strenger Nederlands asielbeleid. Leers’ voorstellen leken vooral een poging tegemoet te komen aan het gedoogakkoord dat regeringspartijen CDA en de VVD aan het begin van hun regeerperiode sloten met gedoogpartner PVV. De minister wil uitzetting van vreemdelingen vergemakkelijken, gezinshereniging bemoeilijken en ‘buitenlandse veelplegers’ tot twintig jaar na binnenkomst in Nederland kunnen terugsturen naar het land van herkomst.

Leers’ voorstellen zijn volgens de Specialistenvereniging Migratierecht Advocaten veelal in strijd met de Europese richtlijnen voor migratie en lijken derhalve vooral te bestaan om voorlopig de steun van gedoogpartner PVV voor het kabinet te behouden. Maar sinds vorige week lijkt de migratiekwestie niet meer het zwaartepunt in Wilders’ arsenaal aan breekpunten om het kabinet te laten vallen. Hij heeft zijn focus verlegd. Het gaat nu om de ‘Griekse kwestie’. De wereld staat wellicht in brand, maar Zuid-Europa staat in het rood. En de Noord-Europese staten – waaronder Nederland – schrijven voortdurend cheques uit voor Ierland, Spanje, Portugal en Griekenland. Precies een week geleden vroeg PVV-leider Geert Wilders in de Tweede Kamer daarom om een brief van het kabinet over de situatie in Griekenland, en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse belastingbetaler. Wilders eiste daarbij een eerlijke voorstelling van zaken. „Dus geen spookverhalen”, zei hij, zoals ‘het licht gaat uit in Europa’ als Griekenland niet verder wordt gesteund.

Een Volkskrant-verslaggever merkte op dat Wilders dit citaat – een verwijzing naar een uitspraak van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Sir Edward Grey, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog – met eenzelfde genoegen al eerder gebruikte. Toen het proces wegens het aanzetten van haat en discriminatie tegen hem werd hervat, kreeg Wilders zelf het woord. In zijn korte toespraak zei hij dat overal in Europa de lichten uitgaan, omdat „de multiculturalistische elites een totale oorlog uit[vechten] tegen hun bevolkingen”. Een oorlog „met als inzet de voortzetting van de massa-immigratie, uiteindelijk resulterend in een islamitisch Europa – een Europa zonder vrijheid: Eurabië”.

Toen was de vooronderstelde islamitische massamigratie naar Nederland nog wel belangrijk.

In haar Dilemmalezing in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, eerder dit jaar, sprak forensisch psycholoog Pleun van Vliet over het Nederlandse asielbeleid. Zij stelt dat de betekenis van ‘politieke systeem’ aan het kantelen is. Eén van de belangrijkste kenmerken van een politiek systeem is immers dat er een ideologie aan ten grondslag ligt. Van Vliet meent dat het geheel aan beweringen in de politiek op dit moment ieder fundament in een ideologie of wijsgerig stelsel mist. Het citaat van Wilders over Eurabië is zo’n voorbeeld. Ideologie, zo stelt Van Vliet, is dan een bewering geworden die geldigheid verleent aan ieder middel dat noodzakelijk wordt geacht om een ultiem doel te bereiken, waarbij de uitingen dus niet meer worden getoetst aan een wijsgerig stelsel.

Een basale stap als falsifiëring – de (on)juistheid van uitspraken aantonen – wordt niet meer toegepast. De ideologie is los komen te staan van de grondslag. Wat telt, is het doel: het uitoefenen van macht.

Van Vliet presenteerde die avond in De Balie een simpel maar interessant onderzoekje dat illustreert hoe deze nieuwe vorm van ideologie in de politieke praktijk gestalte krijgt. Premier Rutte, bijvoorbeeld, koppelde de veronderstelde massamigratie enkele maanden voor de hervatting van Wilders’ proces aan de financiële crisis. De minister-president kondigde aan de „economische crisis [in Nederland] op te lossen” en „de creatie van een nieuwe sociale onderklasse te voorkomen” door het asielbeleid „stevig aan te scherpen”.

Dat klinkt aantrekkelijk, zei Van Vliet, niemand wil immers deel uitmaken van een ‘sociale onderklasse’ of anderen daartoe veroordelen. En op een langdurige economische crisis zit al helemaal niemand te wachten. Het lijkt dus een geldige motivatie.

Vervolgens keek Van Vliet naar het aantal asielaanvragen in Nederland. Dat is gedaald, merkte ze, van 44.000 in 2000 tot 15.000 in 2010. Ze keek ook naar de populariteit van Nederland als migratieland. In de top tien van Europa staan we op de zesde plaats. Ook de migratiedruk betrok ze in haar overwegingen: Malta en Cyprus vangen, zei ze, per hoofd van de bevolking twee tot zesmaal zoveel vluchtelingen op. In 2012 worden er 27.200 reguliere verblijfsvergunningen verleend. Dit betekent dat er jaarlijks minder dan één twintigste procent van de Nederlandse bevolking als migrant bijkomt. Een aanscherping van het asielbeleid lijkt, in tegenstelling tot wat Rutte probeerde suggereren, dus geen recept om de economische crisis te doen keren.

Wilders was slim genoeg om een embargo op spookverhalen aan te vragen bij de minister toen het over Griekenland ging, maar zelf doet hij niet veel anders: Wilders is de grootmeester van het spookverhaal. Hij spreekt steevast over een oorlog die er niet is, een islamitisch Europa dat niet bestaat, een tsunami van migranten die niet tot stand komt. Dit zijn voor velen wellicht terecht onwenselijke, maar tevens behoorlijk onechte verschijnselen (waarmee het bestaan van spanningen, eerwraakproblemen, een hoge bevolkingsdruk niet wordt ontkend).

Wilders wil de ander als ‘vreemdeling’ en ‘veelpleger’ kunnen bestempelen, want dat maakt hem minder racistisch. Wij zetten – zo leert de geschiedenis – liever ‘geitenneukers’ dan ‘mensen’ uit. Een economische migrant is een gevaarlijke profiteur, een Iraans politiek vluchteling zielig. Hoe minder migranten ons mededogen verdienen, des te liever is het Wilders.

Enigszins schetsmatig gesproken zou je kunnen zeggen dat Wilders en Rutte zelf de lichten van de Verlichting doven. Die lichten zijn: de wens om te falsifiëren wat wij zeggen en horen, vrijheid van godsdienst als een grondrecht en de kans jezelf te ontwikkelen (op een plek waar de kansen daartoe het beste zijn). Hoe minder kritische weerstand onze bewindslieden ervaren, hoe steviger hun machtspositie.

Aan het einde van haar lezing gaf Van Vliet een vierstappenplan om deze verschuiving van het begrip ideologie in het politieke systeem tegen te gaan. De eerste stap is de lastigste, zei ze. Het is het erkennen van (on)gevoeligheid voor de juistheid van de grondslag van een gesteld doel. De tweede stap is het herkennen van dit mechanisme in (politieke) situaties. Migratie is niet het grootste probleem voor de Nederlandse economie, al lijkt dat wel zo. De derde stap is ontmenselijking geen kans te geven (door je belevingswereld niet vanzelfsprekend de voorkeur te geven boven de ‘feitelijkere’ wereld). De vierde stap is het opeisen van je verantwoordelijkheid als burger. Kortom: hebben wij als samenleving wat aan de wetsvoorstellen van Gerd Leers of dienen ze alleen om de – toch al behoorlijk smalle – machtsbalans van Leers, Rutte en Wilders in stand te houden? En is onze ideologie dus naast een wassen neus ook een ruilhandel geworden?

Wij zijn een land van minderheden die het met elkaar moeten doen, in plaats van een land van een grote, uniforme meerderheid die door een gevaarlijke, eenvormige minderheid wordt bedreigd, zoals Wilders schetst. De enige minderheid die ons bedreigt, is de minderheid van machtswellustelingen.