Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Cultuur

Zoekt u het maar uit, meneer de kunstenaar

Door Andreas Kouwenhoven

Last van cultuurbezuinigingen? Leo van der Veen (29) grinnikt. „Kijk maar eens rond.” De Amersfoortse kunstenaar (warrig haar, blond sikje) wijst in het rond in zijn bakstenen schuur – zijn atelier. Het staat vol met „absurde projectielen” die Van der Veen probeert te verkopen aan „allerlei festivalletjes”. Maar dat loopt de laatste tijd niet zo lekker. „Dit hier,” gebaart de kunstenaar naar een tot kijkdoos omgevormde parkeerautomaat, „stond een tijd geleden nog op het Edamse Singelfestival. Maar nu wordt het steeds moeilijker om dit soort objecten kwijt te kunnen. De poen is op bij kunstfestivals.”

Zijn objecten kosten hem nu meer geld dan ze opleveren. Daarom moet hij met het oog op de bezuinigingen zijn werkterrein verleggen. „Ik ben nu bezig om een ludieke attractie voor de Huishoudbeurs te maken. Zoiets is toch lucratiever dan een kunstevenement. Nee, niet iedere kunstenaar wordt daar blij van. Commercie is in deze wereld een vies woord. Het heeft te maken met babbelen. Een ander circuit.”

Maar subsidies zijn moeilijk te krijgen, zeker nu het kabinet zo’n 200 miljoen euro bezuinigt op cultuurfondsen. Gelukkig heeft Van der Veen nog ander werk: hij maakt applicaties voor de iPhone. Dat komt goed uit nu zijn vrouw Iris werkloos thuis zit. Het MediaLAB van de Hogeschool van Amsterdam waar ze werkte, is wegbezuinigd.

Dit kabinet, zegt Van der Veen, weet niet wat het veroorzaakt met haar snoeiwerk. „Cultuur is een linkse hobby? Ga toch weg. Kunstenaars werken harder dan wie dan ook. Een negen-tot-vijfbaan bestaat bij ons niet. Hoeveel tijd ik soms wel niet kwijt ben met het maken van een object... Die uren krijg ik er nooit voor terug. Dat is niet erg, want het is mijn passie. Maar de houding van de overheid is nu: voor passies betalen we niet. Zoekt u het zelf maar uit, meneer de kunstenaar. Eigenlijk krijgt Wilders dus gelijk: straks is kunst in Nederland slechts nog een hobby.”