Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Cultuur

Wat zijn dat, super-aardes?

Dat zijn planeten die niet zwaarder zijn dan tien aardmassa’s en grotendeels uit gesteente bestaan. Als ze nog groter worden, heten ze reuzenplaneten en bestaan ze vrijwel altijd uit gas. In ons eigen zonnestelsel komen wel reuzenplaneten voor (Jupiter, Saturnus, Uranus), maar geen super-aardes. Van de rotsachtige planeten die om de zon draaien is onze aarde de grootste. Venus is bijna even groot, Mars is de helft en Mercurius is mini, die weegt maar 5 procent van de aarde. Het gewicht van de aarde is ongeveer 6 yottakilo: een 6 met 24 nullen, 5,9742 × 1024 kg om precies te zijn. Pas sinds een jaar of twintig kunnen astronomen planeten bij andere sterren ontdekken. Het gebeurt steeds vaker, dankzij de steeds gevoeligere apparatuur. De planeten worden indirect gezien, omdat zij hun ster een heel klein beetje laten wiebelen; hoe zwaarder de planeet, hoe groter de wiebel. Die wiebel leidt tot een kleine regelmatige verschuiving in de lichtfrequentie van de ster (het dopplereffect) en die kunnen we nu ontdekken. De laatste jaren worden planeten óók ontdekt omdat als ze voor hun ster langs bewegen het licht van die ster een klein beetje minder helder is.