Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Milieu en natuur

Wanneer kan er leven zijn?

Wij kennen maar één soort leven, het aardse: van bacterie tot blauwe vinvis, van zeewier tot kamerplant. Ons type leven is erg afhankelijk van water en ook van voldoende (maar niet te veel) zonlicht – al zijn andere energiebronnen mogelijk. Om leven te vinden in het heelal zijn astronomen daarom op zoek naar planeten die op de onze lijken. Met als belangrijkste kenmerk dus: vloeibaar water. Dat vind je op rotsachtige planeten, en niet op planeten die vooral uit gas bestaan. Die planeet moet ook niet te heet (waterdamp) of te koud (ijs) zijn. Enigszins sprookjesachtig heet dat het goudhaartjesprincipe in de sterrekunde: niet te veel, niet te weinig, maar precies goed. Niemand kan zich echt voorstellen dat er een ander type leven kan bestaan. Want zonder een goed oplosmiddel (water dus) kunnen er toch nooit de gecontroleerde chemische reacties van het leven mogelijk zijn? En waaruit zou ooit de celwand van een gasvormig organisme moeten bestaan?