Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Sport

Waar komt de wind vandaan?

Doen wat al jaren moest gebeuren: een Hollandse jongen leert zeilen.

Dat er drie decennia overheen gingen maakt het plezier er niet minder om.

'Ik ben te ver opgeloefd. Een beetje afvallen maar.' Foto Hollandse Hoogte Noorwegen, Oslo, 02 Juli 2011 Een zeilboot vaart in het Oslofjord. A sailboat in the Oslofjord. Foto: Stijn Rademaker/HH
'Ik ben te ver opgeloefd. Een beetje afvallen maar.' Foto Hollandse Hoogte Noorwegen, Oslo, 02 Juli 2011 Een zeilboot vaart in het Oslofjord. A sailboat in the Oslofjord. Foto: Stijn Rademaker/HH rademaker/Hollandse Hoogte

De wind verandert snel op de Kralingse Plas. Het roer moet om. „Klaar om te wenden? Ree”, zeg ik in gedachten. Zo is ’t me geleerd, in mijn hoofd klinkt de harde stem van mijn zeilleraar. „Doen! Doen! Duwen!”

Even klapperen de zeilen. Dan vaart de Efsix (19 m2 zeil) soepel verder, over de andere boeg. Bij de achtersteven borrelt het water. Het zonlicht strijkt over de plas. Dit is zeilen!

Het is de tweede keer dat ik een boot huur en alleen rondzeil. Gedachteloos check ik waar de wind vandaan komt. Ik kan de paalsteek leggen en ik ken zelfs de voorrangsregels op het water.

En zeker weet ik: vaak zal ik nog klungelen met lijnen en ik zal ook nog wel eens een stormrondje draaien bij de steiger voor ik door heb hoe ik verder moet. Maar hier ben ik in mijn element.

Het kostte me vijf cursusdagen op de Kralingse Plas om dat zeker te weten. Hoe stom kan je zijn om decennia te wachten met zelf te leren zeilen? Vijf dagen! Heb ik dan al die jaren slaapwandelend geleefd?

Er is weinig excuus. Want zeilen is geen recente ontdekking. Als jongen vond ik het al geweldig. Nu keren al die geluiden en emoties van eerdere zeiltochten terug, vele zomers oud. Het geluid van kabbelend water tegen de boot. Het gevoel van ruw grootschoottouw in mijn hand. De typische blauwe stof van de huik. De opwinding van de steeds schuiner hangende boot vol aan de wind. Het gepiel met de knopen.

Nooit was ik toen schipper, altijd zeilde een ander. Eerst waren de zeeverkenners de baas, in hun onverwoestbare stalen vletten op het Wantij. Later een schoolvriend in zijn mooi blank gelakte Schakel in de Biesbosch. En toen een stoere vriendin in haar 16m2 op de Friese meren. Altijd volgde ik commando’s. Dertig jaar geleden wist ik al: ik zou het snel zelf moeten leren.

Ik had alle reden. Want was ik niet ook op een eiland opgegroeid? En waren mijn voorouders geen zeelui en scheepsbouwers? Een echte Hollandse jongen kon toch zeilen?

En het leven ging verder, de 16m2-vriendin verdween. En hoe belangrijk is zeilen voor een identiteit? Pas aan gedrag herken je echte drijfveren, dat wist ik ook wel. Ach ja. Ik deed weer andere dingen.

Maar het knaagde. Dat ik niemand meer met zeilboot kende is een slecht excuus om een bestemming te missen.

Voor de wind zeil ik terug naar de steiger, nu en dan een tikje oploevend uit angst dat het zeil gaat gijpen. En ik denk na. Kan ik weten of dit het juiste moment was om eindelijk te leren zeilen? Of is het eigenlijk te laat?

Als ik in Hogere Machten geloofde zou het duidelijk zijn. Nooit in mijn leven heb ik ‘nee’ gezegd tegen zeilen, maar nu had ik een wel héél duidelijk Teken gekregen.

Ik ben gered door mijn zoon. Het idee om hem op zeilcursus te sturen kwam niet eens van mij. Maar toen het plan er was, wist ik: nu of nooit. Ik ging mee. Als ik toen niet vijf dagen vrij had genomen, had ik een zonde begaan. Of in ieder geval een fout.

Maar waarom had ik niet eerder zelf kansen gecreëerd? Gewoonten zijn veel dominanter dan vage plannen. Maar misschien was dit een geval van wat in de psychologische literatuur ‘actieve vertraging’ heet, active delay: dat je iets niet doet omdat je je er nog niet klaar voor voelt. Je wacht op het juiste moment. Een ideale theorie, vind ik. En ik zie dat ik te ver ben ‘opgeloefd’. Een beetje ‘afvallen’ maar. En pas op voor de gijp!

Uit puur plezier oefen ik alvast de aanlegprocedure bij een boei: zo manoeuvreren dat de boeg superzacht de boei aantikt en de boot stil ligt in de wind. Het is net als bij inparkeren: niet nadenken.

Gewoon doen.

Dit stuk is onderdeel van een serie over het vervullen van lang gekoesterde dromen. Hendrik Spiering is redacteur van nrc.next