Dit is een artikel uit het NRC-archief

Cultuur

Tijd voor enige alien-contemplatie

Op dit moment draaien er twee alienfilms in de bioscoop, en dit weekend heb ik ze beiden gezien: een goed moment voor enige alien-contemplatie. Ik hou van alienfilms, of het nu een slijmerige invasie betreft, avonturen op een andere planeet of een gevoelige ontmoeting tussen mens en buitenaardse lichtblauwe waas. (Alleen Alf heb ik altijd

Op dit moment draaien er twee alienfilms in de bioscoop, en dit weekend heb ik ze beiden gezien: een goed moment voor enige alien-contemplatie.

Ik hou van alienfilms, of het nu een slijmerige invasie betreft, avonturen op een andere planeet of een gevoelige ontmoeting tussen mens en buitenaardse lichtblauwe waas. (Alleen Alf heb ik altijd een beetje vies gevonden). Toch is er een bepaald aspect van de alienfilm waarvan ik vind dat we er niet meer mee wegkomen, anno 2011. En dat is de anaalplug-alien.

Goed, ik begrijp dat het een van de mens’ grootste angsten is om onvrijwillig medische experimenten te ondergaan, die zich ook nog richten op fysiek gevoelige punten, en die ook nog uitgevoerd worden door schimmige onbekende wezens in een blauw uitgelicht ruimteschip. Dat is niet vreemd. Niemand wil graag wakker worden terwijl een enorme grijsgroene alien met insectenkaken en klauwachtige tentakels naar manieren zoekt om een metalen lichtgevende staaf in je lichaam te laten verdwijnen.

Toch zijn de motieven van de aliens om dit uit te voeren doorgaans niet erg overtuigend. We hebben het hier over wezens die miljoenen en miljoenen kilometers moesten reizen om hier te komen. Zij zijn zo goed ontwikkeld dat ze in staat waren een voertuig te bouwen dat smakelijk lacht in het gezicht van tijd en ruimte. De kans dat ze andere levensvormen vinden is bovendien miniem – er zijn meer planeten in het heelal dan er zandkorrels zijn in de Sahara. En dan eindelijk: ze vinden ons! Ze zijn niet aardig! Ze willen de planeet overnemen! Maar wacht, bedenken de aliens – laten we eerst met wat rectale proefjes beginnen.

In Cowboys & Aliens, die nu draait, zijn de aliens precies zo: in pijlsnelle, onoverwinnelijke ruimteschepen scheren ze langs het cowboystadje, lichtflitsen afvurend die alles in vlammen zetten. In de chaos gappen ze ook snel wat mensen mee – om proeven op te doen, blijkt later. Het zijn namelijk verkenners, die ‘willen weten wat de zwaktes van de mens zijn’.

Volgens mij waren die zwaktes al gevonden: heel lullig, maar de mens verbrandt als er laserstralen op hem worden afgevuurd. Later wordt er ook nog gezegd dat de mensen één voordeel hebben: de aliens onderschatten hen. Ze beschouwen hen als een soort insecten. Kijk: als je enige doel is om de aarde over te nemen, waarom zou je dan de moeite nemen om de bewonende insecten te ontvoeren, ze vast te binden en uit elkaar te trekken? Het enige antwoord is: deze aliens waren aspirant-biologen of een select clubje sm-meesters.

In de film Super 8 is de alienpsychologie gelukkig een stuk subtieler. De alien in deze film is goed noch kwaad: hij is vooral praktisch. Hij wil graag naar huis, eet soms iemand op omdat-ie nou eenmaal honger heeft, maar laat ook mensen met rust als ze met goede argumenten komen. Verder is zijn houding voornamelijk: ‘Jongens, láát mij maar, oké? Tjiezus.’

Dat is een geloofwaardige, moderne alien.