Robuuste economie belangrijker dan staatsschuld

Een 10 procent hogere staatsschuld leidt tot 0,15 procent lagere groei, schrijft het kabinet in de Miljoenennota 2012. Dat is nogal een eendimensionale benadering, luiden de commentaren. Belangrijker is het creëren van een robuuste economie.

De gezondheid van de Nederlandse economie valt of staat bij de exportprestaties binnen de EU, schrijven de economen Marten van den Bossche en Marcel Canoy op debatsite Mejudice.nl. “Zo’n 75 procent van de Nederlandse export blijft binnen de Europese grenzen, vooral onze buren zijn onze belangrijkste handelspartners. Ook de uitvoer naar Spanje, Italië, Griekenland en Portugal is ruimschoots groter dan die naar Brazilië, India en China. “

Liever pragmatische handelsgeest
Het Nederlandse EU-beleid staat volgens de auteurs haaks op deze werkelijkheid. “Nederland bruuskeert, polemiseert en zondert zich af. Daarmee handelt Nederland politiek niet in het eigenbelang van een structureel sterk exporterende economie.” Oorlogstaal over Griekse belastingontduikers zien Van den Bossche en Canoy liever ingeruild voor een pragmatische handelsgeest.

In de paragraaf ‘Grenzen aan de schuld’ geeft de regering toe dat de economische literatuur geen optimale hoogte geeft voor de staatsschuld. Wel is er in het Europese verdrag een politieke afspraak gemaakt: niet meer dan 60 procent van het BBP. Het binnen de perken houden van de schuld motiveert de regering als volgt: “Bij een hogere schuld moet de overheid over een groter bedrag aan rente betalen. Bovendien kunnen de financiële markten een hoger rentepercentage vragen. De hogere rentelasten kunnen de financierbaarheid van de overheidsschuld bemoeilijken en private investeringen ontmoedigen.”

Welvaartsmachine voor het nageslacht
In 2008 ving de overheid de grootste klappen van de crisis op, memoreert het vrijdagcommentaar van NRC Handelsblad. De keuze om niet meteen flink te bezuinigen heeft volgens het Centraal Planbureau 100.000 banen gered. “Het is raadzaam om dat beleid te herhalen”, aldus de krant. “Daarmee wordt dan wel een extra financiële last op de schouders van toekomstige generaties gelegd. Daar tegenover staat dat beleid er op moet worden gericht de Nederlandse economie dynamischer te maken. Grotere arbeidsparticipatie, betere kinderopvang, beter onderwijs en een gunstiger ondernemingsklimaat. Dat strookt met het adagium van het Internationale Monetaire Fonds, waarvan hoofdeconoom Blanchard letterlijk door het CPB wordt aangehaald. Niet alleen de huidige maar ook de toekomstige generaties hebben recht op een samenleving die zich beter staande kan houden en zo welvaart genereren kan.”

De aangekondigde bezuinigingen worden in de Miljoenennota gekoppeld aan het ideaal van een slankere overheid. Maar garanties dat een kleinere overheid beter aan de verwachtingen van de burger voldoet zijn er niet, schrijft NRC-columnist Marc Chavannes. “Met name in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië wordt al decennia gesneden in de staat. Met zeer gemengd resultaat: hier en daar efficiëntiewinst maar ook een grotere onderklasse – zie Londen.”

Bestemming Nederland ligt in Europa
‘Koersvast in onzekere tijden’, het motto van de Miljoenennota, miskent volgens Trouw-columnist Hans Goslinga de complexe internationale werkelijkheid. Wel ziet hij, net als Van den Bossche en Canoy, dat de regering nu meer aandacht aan Europa besteedt dan bij haar aantreden. “Met zijn open economie en zijn enorme afzetmogelijkheden in een achterland met meer dan 500 miljoen mensen, ligt de bestemming van Nederland in Europa”, benadrukt Goslinga.

Dat moet volgens hem gepaard gaan met wat meer realiteitszin. “Een kapitein heeft controle over zijn schip, maar niet over de zeeën die hij bevaart, noch over de winden”, zo citeert hij de katholieke minister Van Maarseveen van eind jaren veertig.

Eerder in deze serie:
Lees de Miljoenennota door de ogen van je belangenbehartiger