Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Natuurkunde

Kunnen we er ooit naar toe?

Nee. Dat schrijft tenminste de Nederlandse Nobelprijswinnaar en natuurkundige Gerard ’t Hooft in zijn boekje Planetenbiljart. Sciencefiction en echte natuurkunde (2006). De afstanden buiten het zonnestelsel zijn gewoon te groot. Sneller dan een procent van de lichtsnelheid zal al snel onmogelijk zijn, schrijft ’t Hooft, en dan duurt het al gauw duizend jaar om bij de dichtstbijzijnde ster te komen – om over de terugreis nog maar te zwijgen. Als de kolonisten tenminste niet sterven door de alles verzengende kosmische straling (waartegen wij op aarde worden beschermd door het gigantische aardmagnetische veld). Maar de natuurkundige Michio Kaku is in zijn boek Onmogelijke natuurkunde (2008) positiever. Misschien kan interstellair reizen ooit met antimaterie of met het verbuigen van ruimte en tijd. Dan zal de mens alleen wel zo ongeveer alle energie nodig hebben die onze zon voortbrengt. Wie weet. Ooit. Maar dan is het misschien wel net zo praktisch om niet allemaal kwetsbare schepen uit te zenden, maar gewoon met ons hele zonnestelsel te gaan reizen. Een werkelijk enorm zonnescherm zou de zonnewind in een specifieke richting kunnen afbuigen en het hele zonnestelsel van koers kunnen laten veranderen. Met zijn allen, op naar Gliese 581!