Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Biografie

Kultuurkamer was 'bevlieging' WFH

Willem Frederik Hermans had soms ‘blinde bevliegingen’ en waarschijnlijk heeft hij in een van die buien zich aangemeld voor de Kultuurkamer. Dat zegt Willem Otterspeer over de inschrijving van de toen 20-jarige Hermans, eind augustus 1942. De kamer verwerkte de aanmelding op 31 augustus en stuurde in oktober twee vervolgformulieren. Of Hermans die invulde is onbekend.

Biograaf Otterspeer ontdekte de aanmelding van Hermans dankzij een tip van een medewerker van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. De aanmeldingskaart van Hermans bevindt zich in het Niod, maar is daar jarenlang onopgemerkt gebleven. Otterspeer was al enige jaren op de hoogte en meldde de ontdekking zaterdag in de Volkskrant. „Ik had een aantal redenen om er nu mee naar buiten te komen. Om te beginnen bleken meer mensen op de hoogte dan ik leuk vond en ik wilde mijn interpretatie aan de zaak toevoegen om te voorkomen dat het nieuws zou worden in de trant van ‘Hermans was fout in de oorlog’.” Volgend jaar verschijnt het eerste deel van Otterspeers biografie over Hermans. „Ik wilde ook niet dat dit dat hele boek zou overschreeuwen”, zegt Otterspeer.

De Nederlandse Kultuurkamer werd in november 1941 door de Duitse bezetter opgericht. Alle actieve kunstenaars moesten zich registreren om te kunnen blijven werken. Willem Frederik Hermans had bij zijn aanmelding één verhaal gepubliceerd. Slechts weinig schrijvers werden lid van de in zes ‘gilden’ georganiseerde instelling. Op een bewaard gebleven ledenlijst staan onder anderen P.C. Boutens, Dirk Coster, Lodewijk van Deyssel en J.W.F. Werumeus Buning. Hermans staat er niet op, mogelijk omdat zijn inschrijving nooit is afgerond. De administratie van de Kultuurkamer was gebrekkig en is slechts gedeeltelijk bewaard gebleven.

Na de Tweede Wereldoorlog zocht Hermans regelmatig de polemiek over de bezettingstijd, met name met J.B. Charles die in Volg het spoor terug verslag had gedaan van zijn verzetsverleden. Hermans maakte Charles uit voor ‘oranje-fascist’, wat volgens Otterspeer moeilijk los te zien is van Hermans’ wetenschap dat Charles tijdens de bezetting dapperder was geweest dan hijzelf. De belangrijkste verklaring voor de inschrijving van de jonge Hermans bij de Kultuurkamer zoekt Otterspeer in Hermans’ compromisloze verlangen om schrijver te worden. „Ik heb ook veel materiaal uit zijn middelbareschooltijd. Elke keer duikt weer op dat alles moest wijken voor het schrijven.”