Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Je ziet het meteen: die zeilboten zijn familie

Lang voordek, kleine opbouw – een jacht van ‘Koopmans’ is herkenbaar én zeer Nederlands. Vijftig jaar geleden begon Dick senior te tekenen, Dick junior zet de lijn voort. In Lelystad werd het jubileum gevierd met een vlootschouw en sterke verhalen.

Zeilplan van de Jantine I, een ontwerp uit 1966.
Zeilplan van de Jantine I, een ontwerp uit 1966.

Jachtontwerper Dick Koopmans junior hangt zijn natte sokken op een rekje voor de ronde kachel. In de spartaans ingerichte kajuit van zijn jacht Jager ruikt het naar brandspiritus. „Het was echt Koopmansweer”, zegt hij. „Harde wind, regen. Eigenlijk het ideale weer voor een Koopmansreünie.”

Op het Markermeer voor Lelystad voeren zondag zo’n zeventig jachten die sinds 1961 zijn getekend door Dick Koopmans jachtontwerpers. Het schip van Dick Koopmans jr (48) is Koopmans 35, een toer/wedstrijdschip met een lengte van 35 voet (10,65 meter). Zijn vader, Dick Koopmans senior (77), zeilde op de Jantine V, een jacht van 13,75 meter met een midzwaard, dat je door de kiel kunt optrekken zodat je minder diepgang hebt. Het woei hard. „Ik heb de kluiver niet bijgezet”, zegt Dick sr na afloop van de ‘jubileumvlootschouw’. „Je kent de visserswijsheid: ‘Eerst de regen dan de wind, berg uw zeilen gezwind. Eerst de wind en dan de regen, daar kan het scheepje best wel tegen.”

Een ‘Koopmans’ is een begrip in zeilerskringen en staat voor tijdloze, klassieke lijnen. Met een vrij lang voordek en een relatief kleine opbouw achter de mast, degelijk en goede zeileigenschappen.

In 1961 begon zeezeiler Dick Koopmans sr na een korte carrière als jachtmeter bij het Centraal Bureau voor de Watersport met een eigen ontwerpbureau. Samen met zijn zoon heeft hij sindsdien ruim 340 boten ontworpen.

De jachtontwerpers staan in een traditie die teruggaat naar de Verenigde Oostindische Compagnie. De meeste Amsterdamse kooplieden beschikten in de zeventiende eeuw over een jacht, onder andere om de schepen op het IJ te bezoeken en zakenreizen te maken. Inmiddels doet, volgens gegevens van de branchevereniging Hiswa, een kwart van de Nederlandse bevolking aan watersport en waterrecreatie. Voor veel zeilers is ‘een Koopmans’ een droom. Een dure droom – een nieuwe boot van veertien meter gebouwd volgens een ontwerp van Koopmans kost ongeveer 800.000 euro.

Zo’n honderd Koopmansschepen hadden zich afgelopen weekend verzameld in de jachthaven van Lelystad; zeewaardige jachten en jachtjes, maar ook motorboten en sloepen. Het merendeel deed onder barre omstandigheden mee aan de zeiltocht – zeventig verschillende schepen, maar allemaal zeer herkenbaar.

„Een Koopmans is: klassiek, maar niet te extreem”, zegt jachtontwerper Andre Hoek, die onder meer de Athos tekende, met 62 meter de grootste privéschoener ter wereld. „Koopmans-schepen zijn zeegaande jachten voor de lange afstand. Oerdegelijk en met een geringe diepgang. Een Koopmans is vooral ook heel Nederlands.”

Op het water herkent Dick junior alle boten bij naam, type en bouwjaar. De oudste is een Victoire 22 uit 1966 – de nieuwste is ‘ontwerp 470’, de Jooley uit Antwerpen. Een extra sterke aluminium boot, want de eigenaar verwacht dat hij veel in Antarctica zal zeilen. „IJs, dus dan moet je boot wat extra’s hebben”, zegt Dick jr.

Wat Koopmansvaarders bindt zijn lange en verre zeereizen. Tijdens de reünie worden verhalen verteld waarbij de vinger over de wereldkaart gaat. Ook Ruud Martijn en Esther van Raan hebben die ambitie. Hun Lostris (een Koopmans 185S) hebben ze zelf gebouwd. Het witte jacht ligt tegenover de receptietent in de jachthaven van Lelystad. „Alle boten lijken op elkaar, maar er is er niet één gelijk”, zegt Esther van Raan. En waarom een Koopmans? „Het ontwerp heeft een mooie lijn en het schip is oerdegelijk”, zegt Ruud Martijn. „Een toerbuffel.” Zelf een jacht bouwen zagen ze in eerste instantie niet zitten, totdat ze in 2002 op de Hiswa in gesprek raakten met Dick Koopmans junior. Martijn: „We waren verkocht.” Na 5.600 uur werk konden ze varen en nu sparen ze voor een wereldreis. „Deel één van de droom is gerealiseerd, de Lostris, nu deel twee nog”, zegt Martijn.

In 1986, nadat hij de opleiding scheepsbouw in Haarlem had afgerond, ging Dick jr bij zijn vader werken. Drie jaar later vertrokken zijn ouders voor een wereldreis. Aan boord van de Jantine V laat Dick sr op een wereldkaart de route zien. Antarctica, Falklandeilanden, het Caraïbisch, Labrador, Groenland, IJsland, Lelystad. „Na thuiskomst bleek Dick jr het heel goed te hebben gedaan”, vertelt Dick sr. Hij werkte nog twee jaar onder leiding van zijn zoon, en in 1992 ging sr samen met zijn vrouw opnieuw op wereldreis nu via de Roaring Forties, de stormachtige breedtegraden op het zuidelijk halfrond. In 1998 besloot Dick senior te stoppen. „Dick junior zet de lijn voort”, zegt Dick sr. „Hij legt iets meer het accent op het wedstrijdelement.”

Gevraagd naar zijn ideale jacht wijst hij om zich heen. „Met de Jantine V is mijn droom uitgekomen”, zegt hij. „Dit jacht heeft alles wat ik van een boot verwacht. Het is een zwaardjacht waardoor je, door de geringe diepgang, interessante gebieden kunt bevaren.” Zo kan de boot ‘droogvallen’, bijvoorbeeld op de Waddenzee bij eb, wat redelijk uniek is voor dergelijke schip. „Met de Jantine IV en V zijn veel testen gedaan in de laboratoriumtank van de Technische Universiteit in Delft, waardoor we veel te weten zijn gekomen over de weerstand van de romp en de werking van kiel en roer. Al die kennis zit in deze boot.”

De Jantine V is voor Dick sr het eind van een ontwikkeling die in 1961 begon met het ontwerp, samen met Ger Luyten, van de Schakel. Een populaire open midzwaard boot met een lengte van 4,70 meter. „Maar onze bedrijfshistorie laten we beginnen met de Victoire 22”, zegt senior. Een 6,60 meter lang polyester kajuitjachtje. Er zijn er ongeveer tweeduizend van gebouwd. „Ik heb er zo’n 1.000 gulden aan verdiend.”

Gevraagd naar zijn ideale jacht, zwijgt Dick jr een tijdje. Hij is een fanatiek solo-wedstrijdzeiler. In 2009 deed hij mee aan aan de transatlantische Ostar-race: van Plymouth (Engeland) naar Newport, Rhode Island (Amerika) – 5.000 kilometer tegen de heersende wind en stroom varen. De eerste race werd in 1960 gewonnen door Francis Chichester – de Brit was zes jaar later de eerste man die non-stop solo om de wereld zeilde – in een tijd van 40 dagen, 12 uur en 30 minuten. Dick jr deed er 22 dagen en drie uur over. „Ik had kunnen winnen, maar ik koos voor de zuidelijke route. De noordelijke is gevaarlijker in verband met ijsbergen. Voor die tocht zou ik nog wel eens een racer willen ontwerpen.”

De economische crisis raakt ook de jachtbouw en de jachtontwerper. „We hebben veel ontwerpen op de plank liggen die wanneer de economie weer aantrekt gerealiseerd kunnen worden.”

Daarbij is de nationaliteit van de opdrachtgevers veranderd. Dick jr: „Vroeger was 80 procent van onze opdrachtgevers Nederlands en kwam de rest uit het buitenland, nu ligt die verhouding andersom.”

Koopmans ontwerpt jachten tot twintig meter. Ruim 40 procent van alle megajachten – jachten groter dan 40 meter – komt uit Nederland. De rijken der aarde laten hun jachten steeds vaker in Nederland ontwerpen en bouwen. Maar „dergelijke jachten wil ik niet ontwerpen”, zegt Dick junior resoluut. „Bij een megajacht teken je niet voor de eigenaar, maar voor zijn relaties. Onze klanten zijn echte zeilers.”

cees banning