Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Grondrechten op rantsoen

In het jaar 158 na Christus heerste onder Romeinse politici een moordende concurrentie om de aandacht van de burger. Daarom zetten ze overal in de stad, te pas en te onpas, beelden neer van zichzelf: op een paard, op een stoel of met een toga aan. Het Romeinse stadsbestuur kreeg uiteindelijk schoon genoeg hiervan en stelde een standbeeldenstop in. Vanaf nu mochten bekende Romeinen alleen een beeld van zichzelf plaatsen als ze het ius imaginis hadden verworven – het recht om te worden afgebeeld.

Ik haast me te zeggen dat ik niet echt verstand heb van het republikeinse Rome en dat de kwestie onder deskundigen omstreden is. Voordat je het weet, zet je iets in de krant wat niet klopt. Dit komt het vertrouwen in de instituties van de democratie dan natuurlijk niet ten goede – maar het verhaal over dat Romeinse beeltenisrecht is te mooi om te laten liggen.

Andy Warhol kan wel zeggen dat ieder mens in de toekomst vijftien minuten lang beroemd zal zijn, maar roem en aandacht worden steeds schaarser. Het recht om te worden afgebeeld zul je waarschijnlijk steeds moeizamer moeten veroveren op de bureaucratie. De kans is bovendien groot dat je flink voor dit recht zal betalen.

Hetzelfde geldt voor gewichtiger vormen van schaarste. Denk eens aan mobiliteit. Bij gebrek aan bewegingsruimte zal in de toekomst het recht om vrij rond te reizen snel worden ingeperkt. Kilometers gaan op rantsoen. Als je eenmaal vijfduizend kilometer hebt gereden, moet je de rest van het jaar thuisblijven.

Daarna volgt het overige gedrag in de publieke ruimte. In natuurgebieden wandelen, met meer dan twee mensen op straat staan praten: het wordt allemaal ingeperkt. Binnenkort – ik voorspel het – gaan zelfs de grondrechten op rantsoen. Dan moet je je mond houden als je de leges voor het recht op meningsuiting niet meer kunt betalen; eventueel krijg je nog gelegenheid gratis je mening te uiten op de maandagochtend.

Dit klinkt misschien als paranoia, alarmisme en catastrofisme, maar zo gek is de gedachte in feite niet. Veel van onze grondrechten zijn al gerantsoeneerd. Omdat te veel burgers tegenwoordig hun recht willen halen, heeft het bestuur een stop ingesteld. De toegang tot de rechter is beperkt. Artikel 17 en 18 van de Grondwet krijgen minder betekenis. De rechtsbijstand wordt duurder. Het wetsvoorstel over kostendekkende griffierechten maakt van rechtvaardigheid een luxe.

Artikel 11 van de Grondwet wordt exclusiever. De onaantastbaarheid van het menselijk lichaam geldt nog wel hier en daar, maar niet in de „gebieden met preventieve controle”. Daar mag de overheid je naar hartelust betasten. Onlangs deed de Nationale ombudsman onderzoek naar dat preventieve fouilleren door de politie. Hij stelde vast dat die grens steeds verder wordt opgerekt. Dat wil zeggen dat het steeds vaker gebeurt. Inmiddels wil minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) de regels voor preventief fouilleren nog verder versoepelen.

Artikel 13, dat het brief- en telefoongeheim regelt, en artikel 10, dat recht geeft op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, gelden steeds minder royaal. Zo verzamelt de overheid telefoongegevens en data over reis- en verblijfplaatsen. Ze verplicht therapeuten en psychiaters intieme gegevens af te staan over hun patiënten, ook als die patiënten de behandeling zelf betalen. Vervolgens stopt de overheid al die persoonlijke data in een digitale archiefkast. Ze zet die archiefkast op straat en vergeet haar op slot te doen.

Je hoort weleens van verre landen waar politieke partijen prachtige namen hebben. Ze heten Unie van Juiste Krachten of Partij van het Paradijselijk Geluk. Dan weet je dat je moet oppassen. In Nederland staan partijen aan het roer die ‘Vrijheid’ beloven. Het hoeft dus ook eigenlijk niet te verbazen dat de vrijheid in rap tempo verdwijnt.

Niet alleen de vrijheden uit de artikelen 17, 18, 11, 13 en 10 van de Grondwet vervagen. Ongelimiteerde samenscholingsverboden, minimumstraffen, werkstraffen voor jongeren die met zijn drieën naast elkaar fietsen – het doet onplezierig veel denken aan wat een hoogleraar van een Californische universiteit onlangs schreef in een wanhopig pamflet. „Dertig jaar geleden ontving de University of California 9 procent van het overheidsbudget en de gevangenissen 3 procent. Nu krijgt de University of California 3 procent en de gevangenissen 9 procent.”

Het is verbazingwekkend hoe snel het gaat, dat opschroeven van de controle, dat vermeerderen van straffen, dat ontnemen van vrijheden en rechten. De beloofde vrijheid verdampt. Het recht verdampt even hard mee. Probeer je als burger je recht te halen via de rechter, dan blijken niet alleen zijn bevoegdheden te zijn ingeperkt. Je kunt hem ook niet langer betalen.

Het is al met al een teleurstellend, rechts resultaat. De laatste jaren werd in de samenleving veel gemopperd op de vermeende linkse oriëntatie van de rechterlijke macht, maar ik denk toch dat de meeste mensen liever een rechter hebben die D66 stemt dan een oppermachtige staat en helemaal geen rechter.