Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Geen kinderhand te zien bij de luciferfabriek

‘De Joker’ ligt er verregend bij in de modder van Rose Gardens bij Hauz Khas Village in Delhi. Toch raap ik hem op. Gehavende lucifersdoosjes komen ook in mijn verzameling. De Joker heeft een lange reis gemaakt. Hij is gefabriceerd in Gudiyattam, een stadje in Tamil Nadu, in het zuiden van India. Dat maakt nieuwsgierig. Maar een zegsman van Sri Kannika Match Works, de schepper van De Joker, houdt de boot af. „Jullie willen toch alleen maar schrijven over kinderarbeid”.

Daarom komen we uit bij Ragavi Match Industries, een andere luciferfabriek in Gudiyattam. In een donkere loods in een buitenwijk zit een vrouw op de vloer. Zwijgend prikt ze kale luciferhoutjes in een houten frame. Twee mannen drukken elk blok met 2.500 houtjes voorzichtig in een bruine substantie. Zo krijgen ze hun ontvlambare kopjes. Andere vrouwen stoppen de gedroogde exemplaren in kartonnen doosjes, 75 in elk.

‘Gomatha’ is het best verkopende lucifermerk van Ragavi Industries, zegt Shivakumar, de zoon van de oprichter. Gomatha is een sprekende koe die haar bazin waarschuwde voor een boze geest. Iedereen in Zuid-India kent de overlevering.

Op nummer twee komt 501 (Five Not One). „De naam is goed te onthouden en de kwaliteit is goed”, zegt Shivakumar. Het getal 500 was geen optie, zegt hij. Niemand in het bijgelovige India zal een rond getal kiezen. Maar nummer 54 en 49 verkochten om de een of andere reden ook niet. Twee fraaie etiketten (Deluxe Quality) uit een stoffige stapel zitten nu in mijn collectie.

Het zijn leuke verhaaltjes. Maar Shivakumar is pessimistisch. Tien jaar geleden werd een doosje lucifers voor 1 rupee verkocht, nu nog steeds. Terwijl de kosten zijn gestegen. Veel bedrijfjes zijn gestopt. Een enkele fabriek heeft Chinese machines gekocht. Daar heeft Ragavi Industries het geld niet voor. Alles gebeurt met de hand. De doosjes en de houtjes komen van elders. Ook het maken van de etiketten is uitbesteed, de drukker mag zelf weten wat hij op de achterkant van de doosjes laat zien. „Ik denk dat we over een paar jaar ander werk moeten zoeken”, zegt Shivakumar. Zijn toekijkende broers en ooms knikken zwijgend.

Zou De Joker ook somber zijn? Toch maar eens proberen bij de poort van Sri Kannika Match Works. Een bewaker haalt manager Paramasivan erbij. „Komt u helemaal uit Nederland omdat u geïnteresseerd bent in De Joker? Wat leuk”, zegt hij. Paramasivan nodigt ons binnen. Hoeveel mensen Sri Kannika in dienst heeft? „Wat wilt u horen? Het officiële aantal of het werkelijke aantal? Dat is tweeduizend, verdeeld over verschillende vestigingen”, zegt hij.

De Joker vreest niet voor zijn toekomst, zegt hij. De eigenaar is een vooruitziend man. Hij geeft leningen aan boeren om populieren en andere bomen te planten, die hij later koopt om luciferhoutjes te maken. Jaren geleden heeft hij al machines uit China en Zuid-Korea laten komen. Achter in de bedrijfshal passeren miljoenen luciferhoutjes op een lopende band. Een machine doet het werk van vijfhonderd mensen.

Maar ook bij Sri Kannika zitten tientallen vrouwen op de grond om de lucifers in doosjes te doen. Misschien komen daar ook ooit machines voor. Een jonge moeder heeft haar dochtertje meegenomen. Ze speelt met De Joker. „Kinderen werken niet bij ons”, zegt manager Paramasivan. „Sommige fabrikanten laten vrouwen thuis de doosjes inpakken. Het zou kunnen dat dan ook kinderen mee helpen. Maar in het algemeen kun je zeggen dat kinderarbeid hier niet meer voorkomt”.

De Joker is het bekendste merk van Sri Kannika. De lucifersdoosjes worden via lokale handelaren in heel India verkocht. De naam De Joker is niet zomaar gekozen, zegt de manager. „25 jaar geleden is de eigenaar naar een numeroloog gegaan. Die adviseerde De Joker als merknaam te gebruiken”.

Nog steeds verkoopt De Joker het best. „Het logo staat geregistreerd. Niemand kan er mee aan de haal”, zegt Paramasivan.

Wim Brummelman