Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

Een steunpilaar zonder grote woorden

Een oefentoernooi in eigen land was voor de Nederlandse volleybalsters de laatste voorbereiding op het EK, dat komende vrijdag begint. En midspeelster Ingrid Visser werd recordinternational.

Als Ingrid Visser het karakter van voetbaltrainer Louis van Gaal zou hebben gehad, had ze misschien wel getetterd dat ze nu de beste van Nederland is. Of van Europa. Of wie weet van de wereld. Maar zo zit de 34-jarige volleybalinternational niet in elkaar. Visser is bescheiden, ook nadat ze dit weekeinde het onwaarschijnlijke aantal van 503 interlands heeft bereikt. In Nederland is zij daarmee recordhoudster. En niet alleen van de volleyballers, maar van alle teamsporters.

Hoe bijzonder ook, kom bij Visser niet aan met superlatieven. Ze is er trots op het record van 500 interlands van Peter Blangé te hebben gebroken, vooral omdat ze zestien jaar basisspeelsters is geweest. Daarover geen misverstand. Maar het was ook een kwestie van volhouden. Na elke olympische cyclus mocht Visser, die met haar lengte van 1.91 meter vooral in de blokkering uitblinkt, bij de nationale selectie blijven en voelde ze zich sterk en fit genoeg om er weer een periode aan vast te knopen. Voornamer moet het niet worden gemaakt, vindt de midspeelster, die wil doorgaan tot en met de Olympische Spelen van volgend jaar in Londen.

Maar met die houding doet Visser zich tekort, vindt bondscoach Avital Selinger. Hij noemt haar de steunpilaar van het Nederlands team. Maar de man die 387 interlands achter zijn naam heeft staan, vindt het vooral bijzonder dat Visser al die jaren op internationaal niveau is gebleven. Selinger: „Want in de nationale selectie is alleen plaats voor de besten. Het record zegt alles over Vissers toewijding, over haar liefde en passie voor de sport. Zij is een voorbeeld voor het team, voor Nederland en voor alle volleybalsters met ambities. Zelf zei ze gekscherend dat het mooi zou zijn als ze nu een Fiat 500 cadeau zou krijgen. Nee Ingrid, heb ik gezegd, jij verdient een Mercedes 500 CL.”

Visser is geen speelster van de grote woorden. Nooit geweest ook. Ze kwam als zestienjarig verlegen meisje uit Gouda in 1994 bij de selectie onder aanvoering van bondscoach Bert Goedkoop. Het was de lichting van Cintha Boersma, Jerine Fleurke en Henriëtte Weersing. En naast Visser met Elles Leferink en Riëtte Fledderus als nieuwe talenten. Met dat drietal werd Nederland in 1995 Europees kampioen, een prestatie die sindsdien nooit is geëvenaard. Intussen hebben Leferink en Fledderus de huiselijkheid verkozen boven de sporthallen. Maar Visser is doorgegaan, met na de Olympische Spelen in 1996 in Atlanta nog zeven EK’s en vijf WK’s. Simpelweg, omdat ze geen reden zag ermee te stoppen.

Denk niet dat het Visser allemaal voor de wind is gegaan. Ze heeft sportief de nodige tegenslagen gekend – vooral het missen van drie Olympische Spelen op rij hakte erin – maar ook privé kende ze problemen. Ze scheidde van haar Braziliaanse man, mede als gevolg van het vele reizen, heeft ze aangegeven. Maar steeds weer vond Visser in volleybal een uitlaatklep. En steeds weer hoopte ze op dat ene grote succes, waarvoor ze zich voortdurend in het zweet werkte. Want de slagroom op de taart heeft ze als international niet echt mogen proeven. Ja, Nederland won in 2007 de World Grand Prix, maar bij die toernooizege is het gebleven. Tweede bij de EK (2009) was mooi, maar ook weer net niet.

Het adagium van de ploeg die overal net naast greep blijft het Nederlands team achtervolgen. Het stemt Visser een beetje bitter. „Het moet ook meezitten”, zegt ze. „Volleybal is een moeilijke sport. Het vereist veel vaardigheden. En die moeten bij zeven speelsters op het juiste moment samenvallen.”

De huidige selectie is in balans, maar heet ook mentaal zwak te zijn. De bewijzen zouden de laatste drie mislukte kwalificaties voor de Olympische Spelen zijn. Visser bestrijdt die opvatting. „Elk team heeft een periode van weinig vertrouwen. Op een goed moment moet je een spiegel worden voor gehouden. En dat is de afgelopen tijd opnieuw gebeurd. Ja, er is een mentale begeleider aan de ploeg toegevoegd. Maar dat zie ik niet als een zwaktebod. De psyche is een aspect waaraan aandacht moet worden besteed, net zoals aan tal van andere onderdelen. Ik vind daarom nog niet dat wij een mentaal zwakke ploeg zijn.”

Die scepsis is volgens Visser een opvatting van de buitenwacht. Zij blijft het nationale team én bondscoach Avital Selinger hartstochtelijk verdedigen. Licht geërgerd: „Zonder Avital was deze ploeg er niet geweest, hadden we geen World Grand Prix gewonnen en waren we niet tweede bij het Europees kampioenschap geworden. Hij heeft het Nederlandse volleybal een push gegeven.”

En wat heeft de volleybalcarrière haar zelf gebracht? Visser: „De sport heeft me gevormd. Ik ben bereisd, spreek veel talen en heb geleerd voor mezelf op te komen. Ik ben bij lange na niet meer dat introverte meisje van zeventien jaar geleden.”