Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Religie

Een laatste fatwa

Ooit riep de befaamde filosoof Immanuel Kant de bevolking van Europa op om zelf te durven denken en zich niet afhankelijk te maken van de mening en het oordeel van de machten boven haar. Dat was volgens hem de essentie van de Verlichting.

Daar moest ik aan denken toen deze week Tofik Dibi, Tweede Kamerlid van GroenLinks, opriep tot een laatste fatwa, die alle moslims opdraagt zelf te denken, openlijk met elkaar in discussie te gaan en van mening te verschillen.

Anders dan veel westerlingen denken, zijn fatwa’s doorgaans geen doodvonnissen. Dat onjuiste idee heeft postgevat door de wereldberoemde fatwa van ayatollah Khomeini tegen Salman Rushdie naar aanleiding van diens boek De Duivelsverzen.

In werkelijkheid hebben verreweg de meeste fatwa’s niets van doen met dergelijke gruwelijkheden. Het zijn opinies van één of meer moslimgeleerden over de juiste uitleg van het islamitisch recht, de sharia. Een fatwa wordt soms ongevraagd gegeven, zoals die tegen Rushdie, maar meestal wordt ze op verzoek van de gelovigen uitgevaardigd.

Stel, een islamitische vrouw wil trouwen met een christen die zich op termijn wil bekeren tot de islam. Haar familie en gemeenschap zeggen haar dat dit huwelijk volgens het geloof verboden is. De moslima kan dan en zal dikwijls naar een geleerde toestappen om hem te vragen of het volgens het islamitisch recht daadwerkelijk verboden is voor een moslim om met een christen te huwen, indien deze man zich in de toekomst wenst te bekeren tot ‘het ware geloof’.

Waarom zou deze vrouw dat doen? Om twee redenen. Ten eerste natuurlijk omdat de kennis van de islam van de geleerde vaak groter is dan die van haarzelf. Door een fatwa te vragen verzekert ze zich ervan dat ze niet ‘haram’ handelt. Maar ook als haar eigen kennis toereikend is, kan zij het nodig vinden om het woord van een geleerde aan haar zijde te hebben. Dat woord heeft status en kracht in de gemeenschap. Wat in een fatwa staat heeft veel meer gezag dan de opvatting van een gewone vrouw.

Hieraan zie je dat moslims niet gewend zijn voor zichzelf te denken en ook dat de moslimgemeenschap het niet pikt als een van hen dat wel zou doen. Over allerlei dingen – grote, zoals een huwelijk, maar ook kleine, zoals hoe je moet plassen – wordt het oordeel van een geestelijke autoriteit gevraagd. Precies zoals de rooms-katholieken vroeger en detail wilden wordt geleid door hun ‘herders’.

Zelf denken, zelf een mening vormen, ho maar. Dat is waar Tibi tegen te hoop loopt. En daarvoor verdient hij alle lof.

naema tahir