Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Weer

Door de regen

Arme hardlopers. Voor velen van hen is de Dam tot Damloop – van Amsterdam naar Zaandam – een sportief hoogtepunt van het jaar. Gezellig met z’n allen in een mild zonnetje over het asfalt zoeven, toegejuicht door tienduizenden mensen langs de kant. Een fantasie om te koesteren, maar de werkelijkheid doet niets liever dan zulke fantasieën wreed ontwrichten.

Zelf was ik er met een paraplu op voorbereid toen ik me tegen elven naar de start op de Prins Hendrikkade begaf. Méér had ik niet nodig, want ik was geen deelnemer maar toeschouwer. Voor de 40.000 deelnemers was het heel wat lastiger. Sommigen staken de paraplu op toen ze zich bij de startstreep meldden. „Wat zie ik nu, papaplu’s?” hoonde de speaker. En dus bleef het bij klamme plastic jasjes en capes die het lopen ernstig bemoeilijkten.

Het is een reusachtige logistieke operatie, zo’n tocht. Je kunt 40.000 mensen niet tegelijkertijd laten vertrekken. Het gaat gefaseerd, in groepen, en al die mensen hebben startnummers nodig, ze willen kunnen plassen en drinken en ze moeten hun kleren tijdelijk kwijt. Als de regen op alles en iedereen neerplenst, wordt het een nogal mistroostige gebeurtenis, een soort volksverhuizing tegen wil en dank.

Wie zich daar weinig van aantrekken, zijn de professionals, de groepjes mannen en vrouwen die aan de meute van amateurs voorafgaan en gewend zijn onder alle weersomstandigheden te lopen. Zij hebben hun eigen helpers en wagens waarin ze hun spullen opbergen. Afgezonderd van de amateurs bereidden ze zich geconcentreerd op hun wedstrijd voor, strekkend, buigend en sprintend.

De vrouwelijke professionals mochten het eerst vertrekken – met een voorsprong van 5 minuten en 46 seconden op de mannen. „Dit is elk jaar de enige legale jacht van mannen op vrouwen”, zei de speaker. Met elk jaar weer dezelfde voorspelbare afloop: de vrouwen worden snel ingelopen door de mannen. De winnaar, de 23-jarige Keniaan Leonard Komon, liep de afstand van 10 Engelse mijl (16,1 km) in 44.27, zijn landgenote Priscah Jepleting won in 51.57.

Komon heb ik een tijdje bekeken terwijl hij zich gereedmaakte voor de grote strijd. Hij droeg startnummer 2, een tanige jongen met dunne, maar ongetwijfeld uiterst krachtige benen. Hij viel me op doordat hij het langst van iedereen draalde voor hij naar de startstreep liep. Alle lopers, ook hij, hadden vóór die streep geoefend, ze moesten er nu met het gezicht naartoe teruglopen. En Komon wachtte en wachtte maar tot iedereen achter de streep stond. Hij vulde de tijd door eindeloos nieuwe strikken te leggen in de veter van de witte sportschoen aan zijn linkervoet.

God, wat leek dat moeilijk, zo’n strik, hij ging er helemaal in op. Om hem heen was een vacuüm ontstaan waar de blikken van de toeschouwers naartoe gezogen werden. Wat deed die jongen? Waar wachtte hij nog op?

Toen kwam hij langzaam overeind en drentelde naar de meet. „Daar is Komon, wereldrecordhouder op de 10 en 15 kilometer op de weg”, zuchtte de speaker. Pas toen zag ik waarom Komon zo lang had getalmd. Hij kon nu op de eerste rij gaan staan en zodoende als een van de eersten vertrekken. Geen gedoe met mannen die hem voor de voeten liepen, nee, meteen op kop lopen en die niet meer afstaan.

Zo is het ook gegaan. Hij miste het wereldrecord van Haile Gebrselassie met maar vier seconden. „Door de regen”, zei hij na afloop.

De regen was deze zomer de schuld van alles.