Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Economie

De nieuwe werkelijkheid voor het kabinet Rutte

De begroting van het kabinet-Rutte voor 2012 beloofde lange tijd een formaliteit te worden. Het beleid stond op de rails. De voorgenomen 18 miljard euro aan bezuinigingen waren goeddeels ingevuld.

Maar de werkelijkheid onder de kabinetsplannen is sterk veranderd. De economische groei valt dit jaar al licht tegen ten opzichte van wat was gehoopt. Voor volgend jaar wordt de groei mager: geen 1,75 procent maar 1 procent. Met deze omstandigheden is nog wel om te gaan. Het begrotingstekort blijft met 2,9 procent binnen de marges van het kabinet. Extra ingrijpen kan goeddeels achterwege blijven.

Het werkelijke nieuws zit hem in de onzekerheidsvariant die het Centraal Planbureau (CPB) terecht een voorname plaats geeft in de Macro Economische Verkenningen. De Amerikaanse economie verliest snel vaart. De Europese schuldencrisis is hard bezig om te slaan in een bankencrisis. De financiële markten blijven bijzonder turbulent. En het vertrouwen in de toekomst van producenten én consumenten holt achteruit.

Deze context is bekend. In 2008 werd de Miljoenennota razendsnel ingehaald door de kredietcrisis. Een voorspelde kabbelende groei maakte toen plaats voor de zwaarste recessie sinds de jaren dertig. Dat risico is er nu ook. Het CPB hanteert als alternatief scenario, indien alles fout gaat, een economische krimp van 1,4 procent voor 2012.

Het werkelijke onderwerp van discussie zou nu moeten zijn wat het kabinet doet als dit scenario zich inderdaad ontvouwt. Formeel heeft het zich verplicht tot extra bezuinigingen van nog eens 5 miljard euro.

Het CPB wijst er terecht op dat dit een slecht idee zou zijn. In 2008 werd besloten de begroting mee te laten deinen met de tegenvallende conjunctuur, in plaats van op de rem te gaan staan. Dat heeft toen goed uitgepakt. Volgens CPB-calculaties zijn er 100.000 banen mee gered. Daarmee heeft Nederland een voor internationale begrippen nog steeds lage werkloosheid. Het is raadzaam dat beleid te herhalen, mocht het komend jaar zover komen.

Daarmee wordt dan wel een extra financiële last op de schouders van toekomstige generaties gelegd. Hier tegenover staat dat beleid er op moet worden gericht de Nederlandse economie dynamischer te maken. Grotere arbeidsparticipatie, betere kinderopvang, beter onderwijs en een gunstiger ondernemingsklimaat moeten meer prioriteit krijgen dan ze nu hebben. Dat strookt met het adagium van het Internationale Monetaire Fonds, waarvan hoofdeconoom Blanchard letterlijk door het CPB wordt aangehaald.

Niet alleen de huidige maar ook de toekomstige generaties hebben recht op een samenleving die zich beter staande kan houden en zo welvaart genereren kan.