Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Sport

Brancard

Het was gissen. Gebroken nek. Zware hersenschudding. Tong ingeslikt. Een verkeerd om gedraaide hals. Acute coma.

Het publiek in het stadion in Eindhoven en de televisiekijkers fantaseerden erop los. Wat had de Poolse PSV-keeper Przemyslaw Tyton nadat hij in botsing was gekomen met zijn verdediger Timothy Derijck?

Hij gaat misschien hartstikke dood. Dat werd ook al gefluisterd. Alle voetbalfans ontdeden zich van hun clubshirts en sjaals en trokken haastig een witte doktersjas aan. Je kon het ze niet kwalijk nemen, ze kregen een live aflevering van een ziekenhuisprogramma voorgeschoteld.

Vorige week werd ik met de auto tegengehouden langs de Maas in Rotterdam. Er stonden hoge zwarte schermen op de weg met een agente ervoor. Ik zag niets.

Ik draaide mijn raampje open. „Brandweeroefening?”, vroeg ik. De agente knikte vriendelijk. Weg was ik. Pas later hoorde ik dat er een boot in brand stond.

Op straat word je bij een ongeluk weggehouden van het onheil. Het afzetlint wordt uitgerold en wanneer nodig gaat er een partytent (denk aan de moord op Theo van Gogh) over de ellende heen.

In het stadion van PSV mochten de fans alles zien. Ik zat thuis ook op de eerste rij. De camera’s registreerden de botsing en de afloop als een filmscène. Keeper Tyton lag roerloos. Aan de armgebaren van alle spelers zag je: het is ernst.

Het tegenspel voor de levenloze Tyton kwam van twee collegae. De camera vond de naar de tribune verbannen keeper Andreas Isaksson. Hij kwam tot twee keer toe close in beeld. Stalen smoel. Als een chique ploert; met een zwarte stropdas op een zwarte blouse.

Isaksson als de bad guy. Wij moesten de gedachte krijgen dat hij over lijken ging: een basisplaats ten koste van alles.

Een goede scène heeft ook een luchtig moment nodig. Daar zorgde Khalid Sinouh voor. Terwijl Tyton als een straaljagerpiloot in de gordels werd gesnoerd, maakte Sinouh absurde opwarmbewegingen. De 36-jarige invaller zwaaide zijn armen er bijna af, zo wild. Vervolgens begon hij aan een serie rompoefeningen zoals je ze alleen nog ziet in het bejaardenprogramma Nederland in Beweging.

De regisseur van Eredivisie Live schakelde meesterlijk. We hadden de lachtranen voor Sinouh nog niet weggeveegd of er verscheen een stilstaand beeld van het hele stadion met dreigende wolken in de lucht en een knipogende zon erachter.

Ik veerde op. Zon? Was er nog hoop voor Tyton?

Twee mannen reden een brancard het veld op, met een wit laken waaronder de dood een abonnement had.

De brancard was van de firma Stryker. Kijken op Google: ‘Nieuw mechanisme om bij krachten van 5 G automatisch hoofdeinde van onderstel te vergrendelen. De brancardbevestiging hoeft niet gesmeerd en kan met hoge druk worden gereinigd.’

Tyton – dood of levend – ging in ieder geval op een schoon en veilig bed het stadion uit.

Onder groot applaus werd de anti-held van de dag afgevoerd. De sporen van de brancardwielen bleven nog een tijdje zichtbaar. Toen de eerste helft na ruim een uur eindelijk was afgelopen, zag je de ogen van alle spelers turen naar de zijlijn. Het was de blik van: „En?”

Alle supporters trokken in de tweede helft hun witte jas weer uit. De wedstrijd eindigde in 2-2. De belangrijkste uitslag volgde later: zware hersenschudding.

Wilfried de Jong