Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Economie

Als je buurman niets heeft, kun je best delen

Door Andreas Kouwenhoven

‘s Ochtends een cursus bewegen voor ouderen, ‘s middags knutselen voor kinderen en ‘s avonds bardienst. Henk Kreupeling (62) doet het allemaal. Hij is gastheer bij diverse wijkcentra in Amersfoort. Maar niet lang meer. Nog voordat hij over drie jaar met pensioen gaat, sluiten alle wijkcentra in de stad. Idee van de plaatselijke wethouder om de bezuinigingen op gemeente-uitgaven op te vangen.

Wijkcentra, bromt Kreupeling, vormen het hart van de buurt. „Voor sommige bewoners is dit hun lust en hun leven. Iedere week zijn hier zestig man aan het klaverjassen. Dat kun je hen toch niet zomaar afpakken?”

Over zijn eigen pensioen maakt Kreupeling zich geen zorgen. In zijn vorige baan als cipier heeft hij genoeg geld verdiend. Samen met zijn vrouw woont hij in een 50-pluswoning aan een watertje in de Bomenbuurt. Niets te klagen. Maar om zich heen ziet hij collega’s vrezen voor hun baan. Ze hebben een gezin. Zetten hun huis in de verkoop.

Of dichterbij: zijn eigen buurman, Rick Stel (63). Moet ieder dubbeltje omdraaien. Hij komt uit een „moeilijke situatie”. Woonde bij zijn moeder toen hij de internetwinkel Wehkamp ontdekte. Hij schafte online zoveel goederen aan dat hij het niet meer kon betalen. Nam een lening. En kocht nog meer spullen. „Dat was geen leuke tijd”, zegt Stel. „Ik zat tot over mijn oren in de schulden.”

Hij kon meteen terecht bij schuldhulpverlening. In het terugdringen van de wachttijd voor budgetbeheer heeft het kabinet de laatste jaren extra geld geïnvesteerd. Voor Stel heeft dat geholpen: hij heeft zijn leven weer op de rails. Iedere week krijgt hij vijftig euro om boodschappen te doen. Het geld dat hij overhoudt, doet hij in een potje. „Om te besteden aan iets leuks.” En de buurman, dat is een toffe peer. Die wast zijn kleren en serveert hem dagelijks een bord eten. Kreupeling: „Kwestie van solidariteit. Als je buurman niets heeft, kun je best iets delen.”

Het is een speciale vorm van mantelzorg die, met het oog op de bezuinigingen, volgens Kreupeling ook in de rest van Nederland steeds noodzakelijker wordt. „De regering geeft minder, dus we moeten meer voor elkaar zorgen.” Stel knikt. „Ik hoorde dat er nog 700.000 andere mensen in Nederland zijn die diep in de schulden zitten. Ik hoop dat die allemaal een buurman zoals Henk hebben.”