Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beurzen en beleggen

Aandelen zijn lucratiever dan kunst

In 1796 werd op een veiling in Amsterdam de schelp van een Carinaria Cristata verkocht voor 299 gulden. Vermeers Brieflezende vrouw in het blauw, afkomstig van dezelfde eigenaar, bracht een zevende van dat bedrag op. De zeeschelp is nu bijna geen cent meer waard, terwijl Vermeers schilderijen inmiddels van onschatbare waarde zijn.

Christophe Spaenjers promoveert vandaag in Tilburg op het rendement van ‘emotionele activa’. Smaken verschillen door de tijd heen. Daarom zijn volgens Spaenjers ‘passie-investeringen’ zoals in kunst, postzegels, violen of wijn, riskant.

„Er zijn wereldwijd steeds meer rijke huishoudens die beleggen in kunst, wijn, postzegels en dergelijke”, zegt hij. „Maar er is weinig langetermijnonderzoek gedaan naar de rendementen. Via databases met veilingprijzen uit de hele wereld over de periode 1900-2009 kon ik voor het eerst het rendement van de handel in kunst vergelijken met dat van andere beleggingen.”

Investeringen in kunst lonen, ook na aftrek van inflatie, concludeert Spaenjers. Maar ze leveren wel minder op dan aandelen. Het gemiddelde van postzegels, kunstwerken en violen varieert van 2,5 procent tot 2,9 procent, terwijl aandelen 5,3 procent per jaar opbrachten.

Bij de kunst renderen meesterwerken het best. „Je zou een laag rendement verwachten, want de aankoopprijs is vaak hoog. Maar ze zijn in de laatste vijftig jaar meer in waarde gestegen dan de rest van de kunstmarkt.” Spaenjers denkt dat het te maken heeft met de groeiende groep hele rijken die tegen elkaar opbieden. Daardoor zijn de prijzen van meesterwerken veel sterker gestegen dan de rest.”

Maar door de hoge transactiekosten is beleggen in kunst niet voor iedereen interessant. „Eigenlijk alleen voor zeer vermogende investeerders met een langetermijnhorizon. Investeren buiten het topsegment of op de korte termijn is weinig lonend. Bovendien kent kunst zeer specifieke risico’s, zoals smaakveranderingen en vervalsingen.”