Dit is een artikel uit het NRC-archief

Cultuur

Ik was uit en jij was aan

Jannetje Koelewijn schreef De hemel bestaat niet, over het leven van haar ouders. “Ik heb er helemaal niks meer mee, met die periode.” Over de dood en het geloof, nylons en gymbroeken, liefde en seks. Een voorpublicatie.  Ik kijk met mijn ouders naar de foto’s uit de tijd dat ze verliefd werden en zich verloofden.

Jannetje Koelewijn schreef De hemel bestaat niet, over het leven van haar ouders. “Ik heb er helemaal niks meer mee, met die periode.” Over de dood en het geloof, nylons en gymbroeken, liefde en seks. Een voorpublicatie. 

Ik kijk met mijn ouders naar de foto’s uit de tijd dat ze verliefd werden en zich verloofden. De foto’s zitten in een van de albums die mijn zusje heeft gevonden in mijn moeders ladekast. Ik heb ze nooit eerder gezien.

Mijn moeder zit naast me aan tafel en mijn vader zit tegenover ons. Hij probeert mee te kijken, maar hij ziet niet veel, want de foto’s zijn klein. Het zijn zwart-wit foto’s met een kartelrandje, vijf bij acht centimeter, keurig ingeplakt en met een vulpen voorzien van onderschriften als ‘hèhè, even een slokje’  water en ‘wie doet ons wat’.

Er komen bladzijden vol vakantiefoto’s uit Gaasterland, Bergen aan Zee, Valkenburg, Vaals, Overijssel, Twente, Drenthe. Groepjes van vijftien, twintig jongens en meisjes, allemaal uit Tuindorp Oostzaan . Ze gingen op de fiets, onder begeleiding van een broeder uit de kerk en zijn vrouw. Hij staat ook op een van de foto’s: korte broek, sandalen, pijp in zijn mond. Ze sliepen in stallen en schuren, ze wasten zich bij de pomp, maar evengoed waren de zomerjurkjes van de meisjes altijd schoon en gestreken. In het begin, vlak na de oorlog, droegen ze mannenschoenen met witte sopjes, maar al snel werden het Grace Kelly schonen met een lage hak. Daarna kwamen de witte pumps met opengewerkte teen, onder wijd uitlopende plooirokken en strakke bloesjes. Ze zwommen en wandelden en zongen liedjes bij een kampvuur. Ze klommen op elkaars schouders, zetten hun tanden aan twee kanten van de boterham en probeerden zo in de camera te kijken, ze deden Jonas in de walvis, of ze maakten een rij van groot naar klein, de meisjes vooraan en de jongens achter hen. En altijd werd er veel gelachen.

Abonnees kunnen hier verder lezen.