Dit is een artikel uit het NRC-archief

Boeken

Het publiek wil niks, en dat hoeft ook niet

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week over religieus rechts in de VS en prangende levensvragen. Heel mooi dat er zo snel na verschijning een Nederlandse vertaling is uitgekomen van Pigeon English (De Bezige Bij, vert. Paul van der Lecq, 287 blz. € 18,90). Dit romandebuut

De Certeau begint zijn analyse van de 'alledaagse ervaring' op het dak van het WTC
Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week over religieus rechts in de VS en prangende levensvragen.

Heel mooi dat er zo snel na verschijning een Nederlandse vertaling is uitgekomen van Pigeon English (De Bezige Bij, vert. Paul van der Lecq, 287 blz. € 18,90). Dit romandebuut van Stephen Kelman is genomineerd voor de Booker Prize die in oktober wordt uitgereikt. Hoofdpersoon is de elfjarige Harrison Opoku, die vers uit Ghana in een gewelddadige Londense achterstandswijk is komen wonen. Zelf weet het fantasierijke jochie niet dat hij kansloos is. Wij, lezers, hebben daar een inktzwart vermoeden van. Jammer dat voor de titel, die niet alleen naar duiven, maar ook naar Pidgin-Engels als mengtaal verwijst, geen Nederlands equivalent bedacht is. „Een half geslaagd debuut”, oordeelde Auke Hulst (Boeken 19-5-2011). Ik vind ’t, misschien omdat ik het na de recente rellen heb gelezen, ronduit meesterlijk.

„Literaire kritiek is een steeds breder terrein geworden. Ieder boek met enige morele relevantie valt volgens [de Amerikaanse filosoof Richard] Rorty onder het bereik ervan. De ironie van de beoefenaren van dit genre staat op gespannen voet met de metafysica.” Deze typering van Rorty ontleen ik aan René Boomkens. Erfenissen van de Verlichting (Boom, 376 blz., €34,50) dat zeker geen ironische behandeling verdient. Bedoeld als ‘basisboek’ voor het hoger onderwijs draagt deze eerste Nederlandstalige inleiding in de cultuurfilosofie uiteraard een schools karakter. Toch is dit gedegen overzicht ook interessant voor een breder publiek dat de moeite wil nemen zich op de hoogte te stellen van de geschiedenis en denkrichtingen in een discipline, die op de achtergrond van alle actuele politieke en maatschappelijke debatten een rol speelt. Boomkens plaatst de cultuurfilosofie „in het spanningsveld tussen alledaagsheid en verandering”. Zijn uitgangspunt wordt gevormd door een ander spanningsveld, dat tussen de Romantiek en de Verlichting, met hun conflictueuze en elkaar overlappende stijlen en denkrichtingen, van Montaigne tot Richard Sennett. Een rijk boek.

Denkwijzen waar ik als lezer en criticus niet of onvoldoende bekend mee ben, krijgen een leerzame introductie (Michel de Certeau bijvoorbeeld. Zijn analyse van ‘alledaagse ervaring’ begint op het dak van het World Trade Center, toen het nog bestond).

Tot de onderwerpen van Boomkens behoort de vraag naar de betekenis en de functie van kunst, die filosofen van Plato tot Derrida stellen. Bij hen voegt zich nu schilder en cabaretier Jeroen van Merwijk met Meneer Van Merwijks laatste woord over kunst & cultuur (Nijgh & Van Ditmar, 110 blz., €15,00). Met gespeelde zelfspot, maar intussen volkomen serieus, gaat hij in op het wat, hoe en waarom van kunst. Ik heb mijn bedenkingen bij het cabareteske toontje, maar zijn lichtvoetige protest tegen de verschraling van het culturele landschap is alles behalve een grap. „Het heeft geen enkele zin om het publiek te vragen wat het wil, het publiek wil namelijk niets. En dat hoeft ook niet.” Hear, hear!

„Religieus rechts, of liever gezegd het totaal krampachtige, leugenachtige en ronduit krankzinnige rechts, is in de Verenigde Staten heel erg mainstream.” Jezus in Amerika door Geert Lernout (De Bezige Bij, 288 blz., €19,90) is onderhoudend en angstaanjagend tegelijk. Lernout beschrijft de theologische wortels van de godsdienstwaanzin en geeft wat luchtige sociologische informatie, maar vooral waarschuwt hij tegen de invloed en omvang van het christenfundamentalisme in de VS en zijn ‘hondsdolle keffers’ in de media. Troostrijk is de conclusie: toch zijn de VS een multicultureel en seculier land.

Bête noire is Sarah Palin, kansrijker Republikeinen als gouverneur Perry ontbreken nog in dit pamflet. Wat helaas ook ontbreekt, is een register.

De mensendokter (Nijgh & Van Ditmar, 248 blz. €15), de verzamelde Vrij Nederland-stukjes waarin Arnon Grunberg op onnavolgbare wijze prangende levensvragen over plassen in pisbakken en wat te lezen tijdens zwangerschap beantwoordt, bevat zowel een personen- als een zaakregister. Wat hier nu weer ontbreekt zijn dateringen van de stukjes. Afgelopen week werd bekend dat Geert Wilders (zes vermeldingen in het register) tijdens de kabinetsformatie aan informateur Lubbers heeft laten weten dat hij graag vicepremier zou willen worden. Op de één of andere manier had Grunberg dat in de gaten. Als een lezer schrijft: „Men is zo bang voor Geert Wilders hier. Ziet u hem nog eens premier worden?”, antwoordt Grunberg: „Vicepremier. Als u bang bent voor Geert Wilders, dan raad ik u aan op hem te stemmen.” Visionair. Ook de niet-politieke doktersadviezen, verreweg de meeste, zijn spitsvondig en heilzaam.