Met een Prodentgrijns je excuus aanbieden en de deuk is weg

Nederland is een vrolijk tranendal geworden. Met tovertaal probeert Rutte van rampen kansen te maken, aldus Jan Kuitenbrouwer.

Het meest kenmerkende aan dit kabinet, Rutte I, is de manier waarop het de grenzen van de logica verlegt. Het begon al met die term ‘gedoogsteun’. Gedogen is iets door de vingers zien waar je tegen bent en steunen is iets mogelijk maken waar je vóór bent. Dat kan nooit allebei tegelijk. Als je dat soort tovertaal zó makkelijk ingeburgerd krijgt – dat biedt perspectief!

Jan Peter Balkenende werd vaak vergeleken met Harry Potter, maar dat was alleen vanwege zijn uiterlijk. Qua modus operandus zou Mark Rutte eerder in aanmerking komen voor die vergelijking. Neem die speciale onderpand-deal van Finland in het Griekse steunpakket: eerst bestond hij niet, toen was het een schande dát hij bestond en vervolgens wilde Nederland er ook een.

Het verhaal over de missie naar Kunduz spot ook met cognitieve conventies: eerst was zij ‘militair’, toen werd zij ‘civiel’, vervolgens werd zij weer ‘militair’, en inmiddels is zij, allebei? Geen van beide?

Of neem de manier waarop dit kabinet het woord ‘kwaliteit’ gebruikt.

De gezamenlijke busondernemers luiden de noodklok omdat de aangekondigde bezuinigingen van Melanie Schultz van Haegen tot een dramatisch verlies van lijnen en diensten gaan leiden. De staatssecretaris laat (via een woordvoerder!) weten dat haar ingrepen ‘kansen bieden’ en ‘niet tot een vermindering van de kwaliteit hoeft te leiden’. Dat worden dus niet-bestaande buslijnen van uitstekende kwaliteit?

Schultz’ collega Paul de Krom van Sociale Zaken doet precies hetzelfde. Hij wil ongeveer de helft van alle bijstandsgerechtigden uit die uitkering hebben, maar wat zegt hij? Hij gaat ‘de kwaliteit van de bijstand verbeteren.’

Ook VVD-fractieleider Stef Blok volgt die lijn: van al die bezuinigingen wordt de overheid alleen maar ‘beter’, stelt hij. Ombuiging, heroverweging, hervorming, sanering, eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid, de politiek telt heel wat eufemismen voor ‘bezuinigen’, maar ‘kwaliteitsverbetering’ is toch wel de radicaalste die ik ken.

Werkgevers en vakbonden proberen samen allochtone werknemers de Nederlandse taal bij te brengen. Gezien de integratieagenda van dit kabinet hadden zij steun uit Den Haag verwacht, maar Rutte I trok de subsidie juist in. ‘Dit is het Jomanda-kabinet,’ sprak een ontgoochelde vakbondsman in het Journaal, ‘ze doen alsof ze ’t oplossen, maar het is allemaal nep’. Rutte lijkt een zone te hebben opgezocht waar logica en consistentie er niet meer toe doen. Een soort verborgen dimensie, net achter de gewone. Alles lijkt normaal, en ineens loopt er iemand door een muur heen. Het past perfect bij de tijdgeest: de oude politieke algebra werkt niet meer, geen enkele vergelijking komt nog uit op nul. We willen geen compromissen, maar ook niet kiezen. En allebei kan niet. Hoewel? Wie zegt dat eigenlijk?

Staat er een sanctie op irrationaliteit? O ja, ‘liegen’ is slecht voor je imago. Of moeten we dat nuanceren tot opzichtig liegen? Toen Rutte zijn fameuze verklaring aflegde over het steunpakket voor Griekenland was hij nog een beetje op zoek naar de grens. Conclusie: met één zwaai 50 miljard wegtoveren is íétsje te veel van het goede. Maar honderd keer met een Prodentgrijns je excuses aanbieden en de deuk is weer weg.

Op zich is dit als strategie weer een uiterst rationele keuze. Mark Rutte is een wandelende paradox: hij is de altijd lachende autoverkoper, de prototypische allemansvriend, maar hij heeft getekend voor een missie waarmee je eigenlijk alleen vijanden kunt maken. Hij weet het, maar hij accepteert niet dat het één het ander uitsluit. Wie zegt dat we er geen vrolijk tranendal van kunnen maken? Een gezellige amputatie? Rutte is de goeroe van het neurolinguïstisch programmeren. Energiek beent hij heen en weer over het podium, jasje dicht, 1000 watt-grijns, en roept: ‘Dit ís geen ramp, dit is een káns! Dit ís geen probleem, dit is een úítdaging! Dit is geen afbraak, dit is een kwaliteitsverbetering! Het leven is mooi! Het leven is geweldig! Tsjakkaaaaa!’

Rutte is een soort Ratelband.

De feiten zijn wat je gelooft, wat je gelooft zijn de feiten. Welkom in het post-empiristische tijdperk.

Ik chargeer nu, denkt u wellicht.

In 2004 beschreef politiek journalist Ron Suskind in The New York Times hoe hij na een kritisch artikel over de Bush-regering op het Witte Huis werd ontboden. Een senior staflid maakte zijn ongenoegen kenbaar en zei toen dat lieden zoals Suskind tot de ‘reality-based community’ behoren.

Dat waren volgens hem mensen „die geloven dat oplossingen voortkomen uit een gewetensvolle bestudering van de waarneembare werkelijkheid”. Suskind knikte en mompelde iets over de Verlichting en het empirisme. Het staflid onderbrak hem. „Zo werkt de wereld dus niet meer”, sprak hij, „wij zijn ons eigen rijk, en met ons handelen creëren wij onze eigen realiteit. En terwijl jullie die realiteit bestuderen, gewetensvol, zoals jullie dat doen, handelen wij opnieuw, en scheppen weer andere nieuwe werkelijkheden, die jullie ook kunnen bestuderen, en dat is hoe de kaarten zullen worden verdeeld. Wij zijn de hoofdrolspelers van de geschiedenis, en jij, jullie allemaal – jullie rol is slechts om te bestuderen wat wij doen.”

Kijk, dát is nog eens een vernieuwende kijk op de democratie. Alsof er iemand uit The Matrix aan het woord is. En dat dus één deur naast The Oval Office.

Maar misschien werpt het ook licht op de strategie van Rutte I: links zit nog opgesloten in het empirisme en de Verlichting, in de reality based community. In het domein van emotie en irrationaliteit zijn zij uit hun element, dus dáár moet het spel gespeeld worden. Links brengt steeds meer prefrontale cortex in stelling (Cohen jurist, Plasterk geneticus, Samsom kernfysicus, Sap econometrist – rechtlijniger komen ze niet), dus dan verleg je het spel naar een andere hersenkwab.

In het debat over zijn misrepresentatie van het Griekenland-pakket zei Rutte uiteindelijk dat hij geen verkeerde informatie had verstrekt omdat zijn ‘som klopte’. De som klopte inderdaad, maar de uitkomst was onjuist. Inmiddels roept hij dat zijn kabinet gaat ‘nivelleren’, een effect dat deskundigen nog niet in de cijfers hebben teruggevonden. Maar het is natuurlijk dé manier om links in verwarring te brengen.

‘Ja maar wacht eens, dat klopt niet!’ Ik hoor het Jolande Sap roepen. Ruttes reactie zie ik ook voor me. ‘Dat zou kunnen,’ zegt hij vriendelijk, met die typische, korte heen-en-weer beweging van zijn hoofd, om aan te geven dat hij niet diep nadenkt. ‘Maar eh, wat was de vraag?’

Jan Kuitenbrouwer is journalist en schrijver.