'Ik ben geen Rutte-fluisteraar'

Ben Verwaayen, een van Nederlands meest succesvolle bestuurders in het buitenland, adviseert premier Mark Rutte: gooi Nederland open. Wees niet bang.

Ben Verwaayen voor de Haagse Hofvijver: "Ik ben de cateraar." Foto Olivier Middendorp Den Haag 15-09-2011. Ben Verwaayen. Foto: Olivier Middendorp
Ben Verwaayen voor de Haagse Hofvijver: "Ik ben de cateraar." Foto Olivier Middendorp Den Haag 15-09-2011. Ben Verwaayen. Foto: Olivier Middendorp

Ver weg van de Nederlandse politiek heeft Ben Verwaayen twee zorgen. Eén: „Zullen we praten over het risico dat we over zes maanden geen functionerend financieel systeem meer hebben?”

En zijn tweede angst: dat de Eiffeltoren op zijn kantoor valt. Ooit. Na een aanslag, bijvoorbeeld. Verwaayen kijkt uit het raam van zijn kantoor op een steenworp afstand van de toren en maakt een zwiepende handbeweging. Boem. „Precies hier mijn kamer in. Het zóú kunnen.”

Hij lacht, en zal dat vaker doen. Verwaayen wekt de indruk een zorgeloos man te zijn, net zoals zijn protegé, de Nederlandse premier. Zelf omschrijft hij de relatie met Mark Rutte heel anders – „Een Rutte-fluisteraar ben ik al helemaal niet, ik weet niet eens wat dat is.” Het is eerder, zegt hij, „als een vader die iets tegen zijn zoon zegt”. En hij praat met de VVD’ers in het kabinet „net zoals jij met je vrienden”. Ze sms’en, bellen, „eten eens een happie” en hij nodigt ze ’s zomers uit op zijn terras, thuis in Zuid-Frankrijk.

Ben Verwaayen is – hoewel onzichtbaar voor de buitenwereld – een machtig man in de Nederlandse politiek. Hij was lid van het hoofdbestuur van de VVD, is al veertig jaar lid van die partij, zo zegt hij bij herhaling tijdens het gesprek in Parijs. Daar is hij nu – na eerdere functies bij bedrijven in New York en Londen – bestuursvoorzitter van Alcatel-Lucent, een Amerikaans-Frans telecombedrijf met 80.000 werknemers. Zijn binnenlandse politieke macht mag informeel en moeilijk concreet vast te stellen zijn, één ding is evident: wie wil weten waar Mark Rutte over vijf jaar is, waar het kabinet dan over praat en waar Prinsjesdag 2016 over gaat, luistert nu naar Verwaayen.

Hij heeft ook nog huizen in Londen en Parijs, maar voelt zich toch vooral Nederlander. Dat wil zeggen: een bepaald sóórt Nederlander: „Het Nederland van de bange kruidenier, van de gordijnen dicht, de deur op slot en de potkachel op vier – daar heb ik niks mee”, zegt hij.

Wat is uw Nederland dan wel?

„Nederland voldoet nog aan veel criteria waaraan het altijd heeft voldaan. Het is een betrouwbaar land: we doen wat we zeggen. Het is een tolerant land: we laten heel veel mensen zichzelf zijn. Het is een handelsland: we leven van slim zakendoen in het buitenland. Het is een land van dominees. En Nederlanders staan nummer één op de Fifa-voetballijst. Om daar dan badinerend over te doen, dat is nou typisch Nederlands. Wij zijn wereldkampioen kankeraars.”

Waarom doen we dat?

„Dat vinden we lekker. Ik niet hoor, ik vind het verschrikkelijk. Maar in Nederland wordt wel alles en iedereen afgebrand. Terwijl uit onderzoek blijkt dat we over het algemeen gelukkige mensen zijn. Met dien verstande: ik betaal te veel belasting, maar mijn buurman te weinig.”

Hoe verandert het land?

„Wat wezenlijk verandert, zijn de omgangsvormen – hoe hoort het eigenlijk? Vrijer. Individueler. Minder groepsgedrag. Daar horen botsingen bij en dus moeten we opnieuw vaststellen wat de regels zijn.

„Daar is het kabinet mee bezig. Het is geen bevlogen kabinet met nieuwe denkbeelden over de toekomst. Ze doen nu de zaken die het straks mogelijk maken voor Rutte II vernieuwend beleid te voeren. Er wordt orde op zaken gesteld, bijvoorbeeld op het terrein van...”

130 rijden?

Ironisch: „Om maar een van de meest belangrijke zaken te noemen! We reden allemaal al 130, maar nu mag het. Luister, en dit geldt ook voor dat gedoe over dubbele paspoorten: het is onzin, echt onzin. Ik heb er niks mee. Het zijn politieke dingetjes waar we te veel tijd aan besteden. Terwijl de grote fundamentele besluiten vallen als hamerstukken.”

Natuurlijk doet het kabinet wel belangrijke dingen, zegt Verwaayen. „Het saneert de financiën, wil een kleinere overheid. En voor de rest: samenleving, alsjeblieft, doe het zelf.” Dan schiet hem nog iets te binnen. „Bij openbare veiligheid wordt ook orde op zaken gesteld.”

Alsof dit het eerste kabinet is dat daarmee bezig is.

„Niet het eerste. Om te zien wat ze echt doen, daarvoor ben ik te weinig in Nederland. Maar het gevoel is: dit zijn gezondverstanddingen.”

Het gaat niet om wat het kabinet echt dóét, maar om het gevóél dat daarbij zou horen?

„Ja. Dat gevoel is nodig om het vertrouwen in autoriteiten te herstellen. Nu is elke autoriteit verdacht. Pas als dat vertrouwen terug is, kan een overheid weer aan het optimisme gaan werken dat zo hard nodig is.”

Over optimisme gesproken. U zei eens dat het makkelijk is ‘oh oh wat erg’ te roepen en ‘de buitenlanders’ de schuld te geven.

„Absoluut. Hartstikke makkelijk. Het is net zo eenvoudig nu de Grieken de schuld te geven, zeggen dat het geldgraaiers zijn. Natuurlijk is alles wat de Grieken gedaan hebben fout. Maar het essentiële is dat we erbij stonden en niets gedaan hebben.”

Toen u in 2006 het VVD-programma schreef, besteedde u maar een paar zinnen aan integratie.

„Ik dacht: daar is nu wel genoeg over geluld. In míjn wereld was dat misschien logisch, maar niet in de wereld van alle andere mensen. Die werden razend en wanhopig, maar het was niet chic erover te zeuren. Ik heb even nodig gehad dat in te zien.”

Toch paradoxaal dat dit kabinet dan geen integratiebeleid heeft.

„Misschien is het wel mooi. Misschien is er geen beleid omdat het gewoon wordt. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren de Italiaanse schoorsteenvegers in Amsterdam een groot probleem. We hebben er nooit meer iets van gehoord. Het onderwerp is een beetje uitgepieterd.”

Dat vindt de gedoger niet.

„Geert Wilders is ook aan het veranderen: minder islam. Voor hem zijn Grieken de nieuwe moslims.”

U denkt dat Wilders het onderwerp islam laat vallen?

„Als hij verstandig is... Het zweet ook door in de samenleving, hè. Voor zoiets wordt dan een oplossing gevonden. Nederland is natuurlijk geen anti-islamland. Het probleem was alleen het onderbuikgevoel. Ik mág er niet over praten, dus ik zál er godverdorie wél over praten.”

Wat is er precies gebeurd in Nederland dat het nu geen echt probleem meer is?

„Dat weet ik niet. Soms zijn daarvoor geen duidelijke momenten aan te wijzen. Goede mensen in de politiek hebben er een neus voor en weten: de hype is voorbij. Laat ik het zo zeggen: een aantal van de Nederlandse politieke spelers heeft een goed gevoel over de teneur van de Nederlandse samenleving, maar voelt minder goed de wereld waarin we leven aan.”

Wie bedoelt u?

„De politieke smaakmakers.”

Of Rutte tot die smaakmakers behoort, Verwaayen zegt het niet. Over de premier praat hij liefst in superlatieven. Dat hij grote dingen „ontzettend goed” naar iets kleins vertaalt, zodat burgers er iets mee kunnen. Of dat hij een „grote optimist” is.

Verwaayen vertelt daar een anekdote over: een paar jaar geleden zat Rutte in de problemen en hadden de twee „een heel persoonlijk moment”. Verwaayen vertelde Rutte dat hij misschien zou worden weggestuurd, en daar moesten ze over praten. Rutte hoorde hem aan „zoals je je vader zijn toespraak laat houden”. En zei vervolgens: Ben, ik ga in het Torentje zitten. „Ik dacht: denial, total denial. Totale ontkenning. Hij hoort alles, maar het glijdt als regendruppels van hem af.”

„ Zo is Rutte dus, concludeert Verwaayen. „Hij weigert zich emotioneel te engageren aan negatieve scenario’s.”

Rutte lacht zijn problemen weg?

„Nee, nee, nee. Hij lacht niks weg. Hij is een optimist. Neem Griekenland. Ik zou de neiging hebben daar uiterst nadrukkelijk de dimensies van aan te geven. ‘We leven in zeer, zeer bange tijden.’ Ik zou benadrukken hoe erg het is. Mark doet het andersom. Hij zegt: ‘Het probleem is, ach, we komen er wel uit, weet je, maar we moeten wel eerst even zorgen dat we elkaar bij de les houden’.”

Moet een leider de problemen niet juist durven benoemen?

„Ik haal bedrijven uit de shit, dat is mijn werk. Maar ík heb geen parlement hier, ík word niet elke dinsdag naar de Kamer geroepen om te vertellen of het wel waar was dat ik gisteren in de auto zat en 82 kilometer per uur reed. Dus kan ik zaken steviger benoemen dan een politicus. Over de eurodiscussie zeg ik dan: ‘Eruit stappen is gezwets en ondermijning van het systeem waarin we goed zijn voor ons woord’.”

U heeft geen last van het volk. Zegt u dan maar wat Rutte niet goed doet.

„Hij had natuurlijk de arbeidsmarkt flexibeler moeten maken. Maar goed, dat soort dingen volgt in fase twee. Want Mark is geen premier voor vier jaar. Hij is er voor acht jaar. Straks móét hij de volgende stappen zetten. En na acht jaar moet Rutte dan wegwezen.”

Waarom?

„Leiderschap is beperkt houdbaar.”

Zegt u nooit: je tijd is beperkt, zet eens wat grotere stappen?

„Nee, nooit. Daar ga ik niet over.”

Want denk niet dat Verwaayen het in alles met zijn partij eens is. Dat de VVD het KNMI ter discussie stelt omdat het meewerkt aan klimaatonderzoek vindt hij evident belachelijk. Van de fixatie van het kabinet voor het uitroeien van dubbele nationaliteit begrijpt hij niets. En hij zou véél meer aandacht aan onderwijs willen besteden.

Want dat vindt Verwaayen allesbepalend voor de toekomst van Nederland. Maar met dat soort gedachten zegt hij Rutte niet lastig te willen vallen. „Ik ben slechts de cateraar van een proces. Ik zorg ervoor dat de mensen die daar staan, die daarvoor gekozen hebben, als team hun werk kunnen doen.”

Dus over iets fundamenteels als nationaliteit of afkomst discussieert u niet?

„Ik vind het niet wezenlijk. Kijk, Mark is liberaal, maar met de vrije markt als zodanig heeft hij niets. Vrijheid, dát is zijn alles. Op zijn bank kunnen zitten, in zijn huis, zoals hij dat zelf wil.”

Een liberaal die de vrijheid van anderen beperkt vanwege hun nationaliteit...

„...het is niet mijn keuze. Maar er zijn belangrijkere zaken waar ik mij wel honderd procent in kan vinden.”

Wat zou u doen als u Nederland kon leiden zonder politieke tegenstand?

„Ik zou de grenzen opengooien voor al het talent in de wereld. Dat moet naar Nederland komen.”

Alleen hoogopgeleiden?

„Kennis heeft niet alleen de kernfysicus. Ook als je wat weet van zorg, van kunst. Kennis is niet elitair: een toploodgieter is van harte welkom.”

Ook uit Polen of Marokko?

„Van harte welkom. Van harte welkom. Alleen zo kan Nederland blijven floreren.”

Stoort het niet dat uw VVD een partij nodig heeft die hier diametraal anders over denkt?

„De PVV is een enabler, een partij die iets mogelijk maakt. De luxe om je druk te maken over wie je enabelt hebben we niet.

„Boven alles ben ik wijzer geworden: wat ik vind is niet noodzakelijkerwijs wat moet of kan. Het vermogen een stapje terug te doen, is ook een verstandig vermogen.”