Het is een grote circusact

Raoul Heertje schreef een boek over mediacodes. Zo toont hij in het boek Mark Rutte is lesbisch dat alle interviews zijn voorgekookt. NRC Next probeert hier in een interview door heen te breken. Hoe maak ik hier een gesprek van volgens de regels van jouw boek? Als ik nu mijn blocnote pak, wordt dit nooit een vertrouwelijk gesprek. Als ik me voorbereid, stuur ik het gesprek al in een richting nog voor we begonnen zijn.

„Mijn regels zijn dat je niet al weet wat je wilt horen. Het is stom als je iets vraagt wat je al weet.”

Want dat gebeurt om de haverklap in de media, schrijf je.

„In mijn boek wilde ik uitleggen dat wij in het dagelijks leven net zo goed een circusact opvoeren als dat in de media gebeurt. Mijn boek gaat niet over media. Het is gewoon makkelijker praten als ik Pauw en Witteman als voorbeeld geef dan wanneer ik jouw tante Bertha gebruik.”

Heeft het idee van de circusact je ertoe gebracht verschillende persberichten over je boek rond te sturen?

„Ja, ik vind het leuk om mezelf toe te staan dat spel te spelen. Aan Viva stuur ik een persbericht waarin staat dat mijn boek gaat over mijzelf als vader en als echtgenoot. In het persbericht voor Playboy heb ik het meer op de mannengrappen in mijn boek gegooid. Als ik die uit hun context haal, is het voor Playboy-lezers bijvoorbeeld hartstikke leuk dat Kluun en ik in een Thais restaurant gratis mogen wippen met een Thais kippetje als we voor de 25ste keer Tom Kha Kai bestellen. Het gaat erom waar je de nadruk legt, dat is de truc.”

Maar wat is dan precies het spel? Het klinkt vooral als een goede commerciële truc.

„Media krijgen tienduizenden persberichten te verstouwen, waarvan de meeste worden weggeflikkerd of letterlijk overgeschreven. Ik vind het leuk als mensen iets met mijn boek willen doen. En ik vind het leuk om zo te leren denken.”

Zo’?

„Ik praat hierover met reclamejongens. Die kijken de hele dag zo. Ik fantaseer graag over wat je níét ziet, terwijl zij kijken wat ze juist wel kunnen laten zien om een product te verkopen. En vervolgens vind ik het grappig om te kijken wat ermee gebeurt. Ik verkoop bijvoorbeeld advertenties in zijn boek. Viel jou dat op?”

Ja, ik zag er één van Crocs.

„Ik heb die advertenties dus echt verkocht en er veel geld mee verdiend.”

Hoeveel?

„Het hoort niet om dat te zeggen. Omdat ik het een heel inventief idee vond van mezelf, ging ik googelen of het al eerder gedaan is. Dat is weleens gedaan, maar niet erg vaak. Een boek heeft iets heiligs, dat vind ik ook, maar in mijn boek passen die advertenties heel goed. Ik speel graag met die dingen. Mijn boek wordt ook verkocht in Crocs-winkels. Een van de betere schoenenzaken.”

„Omdat ik denk dat de ruis die ontstaat steeds dikker wordt. Dat belemmert het contact tussen jou en mij en tussen mezelf en de wereld. Dat is slecht, want de mooie, leuke en lieve dingen komen uit een waarachtiger contact. Niet uit contact met ruis.”

Noem eens een voorbeeld van die ruis.

„Als ik naar Buitenhof kijk en er zit een minister, dan denk ik dat ik naar een minister kijk die antwoord geeft op wat hem gevraagd wordt. Maar eigenlijk kijk ik naar een theatervoorstelling. Want het echte gesprek is al geweest, namelijk met de voorlichter van de minister. De interviewer weet al voor 95 procent wat de minister gaat zeggen. Maar dat gesprek bepaalt wél hoe ik vervolgens over een bepaalde situatie ga denken.”

„Het zorgt allebei voor meer ruis. En omdat steeds meer mensen zich op steeds meer podia gaan manifesteren, ontstaat er steeds meer ruis. In mijn boek interview ik de man in de straat. De man in de straat ís niet de man in de straat, want hij heeft al honderden gesprekken met mannen in de straat op tv gezien. Hij gedráágt zich alleen als de man in de straat.”

Even later: „Wij hebben nu al meer contact dan ik normaliter met een journalist heb. Want wij hebben niet het contact van voorspelbare vraag en voorspelbaar antwoord. Mensen die regels volgen, komen niet zo ver. Het werkt niet om je vast te houden aan formats.”

Wordt het geen puinhoop zonder formats?

„De wereld wordt misschien ingewikkelder, maar ingewikkeld is ze toch al. Formats zijn er uit angst voor eigen posities en uit angst voor stiltes op tv. Ze zijn er om te voorkomen dat het misloopt. Maar wanneer heb je een leuker feest: als het precies hetzelfde verloopt als het vorige feest, of als er ineens iemand op tafel gaat dansen? Zonder formats is alles spannender en leuker.”

Maar waar ligt de grens tussen spannend en onbeschoft?

„Dat heeft te maken met vertrouwen. Als ik jou genoeg vertrouw, kun jij zeggen dat je mijn boek gelezen hebt en dat je het helemaal niks vindt. Ik weet dan dat je me niet omver wilt schoppen. In persoonlijk contact voel je of dat vertrouwen er is. Het gaat mij er niet om dat iedereen altijd eerlijk moet zijn. Het gaat mij erom dat iedereen letterlijk weet wat je uit je eigen leven weglaat in de verhalen die je vertelt, maar dat je de verhalen van anderen heel serieus neemt.”

Het wordt nu misschien wat vaag. Iets anders: vanavond ga je naar ‘Pauw en Witteman’. Ondanks al je kritiek op het strak geregisseerde format van dit programma.

„Het is dé manier om boeken te verkopen. Daarom beloof ik in mijn boek dat ik vanaf nu in bijna elk programma ga verschijnen dat me uitnodigt. En dat ik ze alles zal vertellen wat ze willen horen. Al vragen ze me naar mijn favoriete recept, wat ik tot nu toe altijd heb geweigerd te vertellen.”

Jouw boek is dus je excuus om mee te doen aan het spel.

„Maar ik ga niet vervelend doen. Ik ga echt over mijn favoriete recept nadenken. Ik vind het een leuke grap als mensen mijn boek lezen, die ene pagina tegenkomen en dan bedenken: ik zag in de Libelle van mijn vrouw inderdaad een interview met Heertje.”

Door op bijna alle uitnodigingen in te gaan, word je zelf de BN’er die je in je boek zo verfoeit.

„Ik zit met Dit was het nieuws al bij RTL. Ik zit er al vol in. Ik vind het goed om uit mijn comfortzone geduwd te worden.”

Is het niet hypocriet om tegen BN’ers aan te trappen terwijl je er zelf één bent?

„Ik kan niet tegen BN’ers die zichzelf heel serieus nemen. Of die een baby krijgen en daarna meteen een fotograaf bellen. Als je niet genoeg talent hebt, moet je het van die dingen hebben. Maar je moet wel begrijpen wat je aan het doen bent. Dat je gewoon je circusact goed probeert te spelen.”

„Goeie. Ik probeer altijd tot mensen door te dringen, maar het lukt mij nooit. Mensen hebben nooit het gevoel dat het over hen gaat. Bij Youp van ’t Hek zitten precies de mensen in de zaal over wie hij het heeft. En hij is zelf ook nog waar hij het over heeft. Zie je, het is één grote theateract. Ik benoem dat fenomeen, maar kom niet met hapklare oplossingen. Ik hoop alleen dat mensen na het lezen van mijn boek denken: en nu?”

Na het interview mailt Raoul Heertje het volgende: „Het is nogal eikelachtig om over mooie woorden als vertrouwen en echtheid te praten en me daar vervolgens zelf niet aan te houden.” Maar waar hebben we het dan over als de aan-de-kaak-steller zich zelf even zo goed schuldig maakt aan het creëren van ruis? Raoul verwoordt het zo: „Het is natuurlijk leuk dat pijnlijk duidelijk wordt dat ik echt niks beter ben, maar stiekem had ik mezelf toch hoger ingeschat.”

 Abonnees kunnen Raoul Heertjes reactie op dit interview hier lezen.