De unieke liefde tussen Marilyn en de camera

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week over de grootheidswaanzin van Europa, over Mulisch en Monroe. 

Europa ontwikkelt zich volgens een essay van de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger tot een heerschappijvorm die de burger bevoogdt en controleert, betuttelt en heropvoedt. „Het originele eraan is dat zij geweldloos te werk gaat.” Het zachte monster Brussel of Europa in de klem (Cossee, vert. Gerda Meijerink, 90 blz., €9,90) is een aanklacht tegen de bureaucraten en lobbyisten. Met grenzeloze grootheidswaan bepalen de Europese instituties, „genadeloos mensvriendelijk”, wat voor ons allen het beste is. Zij bedrijven een vorm van ‘politieke onteigening’, waar logischerwijze de economisch onteigening op volgt in de vorm van belastingverhogingen, pensioenverlagingen, valuta-aanpassing: socialisering van de verliezen, privatisering van de winsten. Enzenbergers aanval past naadloos in de huidige scepsis over het europroject, maar wie dit anti-Europees noemt, kan op zijn hoon rekenen. Maakt Brussel soms uit wie een ‘goede Europeaan’ is? De leuze dat er nu eenmaal ‘geen alternatief’ is voor de Europese Unie doet Enzensberger af als een dooddoener, terecht lijkt me. Maar welk alternatief hém voor ogen staat, onthult hij niet.

De iconografie van Marilyn Monroe is onafzienbaar. Hugo Camps schreef een nieuwe tekst als inleiding bij de Nederlandse uitgave van Marilyn Monroe en de camera (Lido, vert. Hilde Pauwel, 248 blz., €49,90), een schitterende verzameling van 152 foto’s uit de jaren 1945-1962. Mogelijk zijn de ware aanbidders al in het bezit van een eerder in het buitenland verschenen versie, bijvoorbeeld de Duitse uit 1989, die was voorzien van het beroemde interview met de diva uit 1960 van de Franse schrijver George Belmont. Deze uitgave volstaat met citaten uit dat interview. Wel is het voorwoord van de in februari op 89-jarige leeftijd overleden actrice Jane Russell opgenomen. In een voor zijn doen sereen sermoen schrijft Camps: „Bladerend door dit fotoboek denk ik al: kijken is obsceen, spreken ontoereikend”. Voor hem is Monroe ‘het mysterie van het onuitsprekelijke’, het ‘voltooide lichaam, de voltooide erotiek’. Zij heeft de status van onsterfelijkheid bereikt. Maar waar het uiteraard om gaat, is de unieke liefdesgeschiedenis van Marilyn met de camera, die alleen door de foto’s verteld kan worden.

Van iconografie naar idolatrie. Wat moeten wij aan met de als documentaire gepresenteerde knipselverzameling Harry Mulisch 1927-2010 door Hans Dütting (Aspekt, 377 blz., €22,95)? Op zijn best is het een eerbetoon van een bewonderaar, deze lawine van citaten en aantekeningen van en over de schrijver, maar ik betwijfel of het zelfs maar als voorwerk voor een biografie geschikt is. Want vaak is niet duidelijk wie er waar en wanneer aan het woord is, welke selectiecriteria zijn toegepast, waarom sommige Mulischkenners zoals Arnold Heumakers worden genegeerd. Kortom, elke leidende gedachte ontbreekt in deze onevenwichtige verzameling ongelijksoortige teksten, eerder gepubliceerd in 2008 en na de dood van Mulisch aangevuld tot ‘definitieve versie’. Enfin, de bewondering spat af ervan af, dus de meester zelf zou er zijn goedkeuring aan hebben gehecht.

Van Fouad Laroui , de Nederlands-Marokkaanse schrijver die in 2010 met twee boeken werd genomineerd voor de Franse Prix Goncourt, is nu de prikkelende bundel Poldermarokkanen.Tragikomische verhalen over emigratie verschenen (De Geus, vert. Frans van Woerden, 157 blz. € 15,-) Klein en groot integratieleed, van ramadanperikelen tot de moord op Theo van Gogh, voorziet hij in column-achtige stukjes van scherpzinnig commentaar. Naar aanleiding van de Deense cartoonaffaire stelt hij dat niet Hollandse moslims een beperking van de vrijheid van meningsuiting willen, maar de christendemocratie en de SGP. Dit staaft hij met uitspraken van voormalig CDA-minister en Europees commissaris Hans van den Broek. Als hoogleraar aan de VU maakte Laroui mee dat moslimstudenten die protesteerden tegen colleges over Darwin steun kregen van christenfundamentalisten. „Voor hen is het verschijnen op de universiteit van een bataljon obscurantisten die regelrecht, en niet via de aap, uit de Rif komen, een godsgeschenk.”

Dat Poldervlamingen het intussen ook niet makkelijk hebben blijkt uit De biografie van John Muts (Prometheus, 374 blz., €17,95) de nieuwe roman van Herman Brusselmans. Roman? Ja, want John Muts heeft nooit bestaan en deze nepbiografie is dus pure fictie. Alhoewel: de tragische Muts lijkt wel erg op zijn biograaf. Met dit supergeestige boek zet Brusselmans vooral (auto)biografen die zichzelf te serieus nemen voor joker.