Wreed spelletje

CrossFit is een nieuwe fitnessrage. De oefeningen zijn gebaseerd op het dagelijks leven: geen fitnessapparaten maar slepen met tractorbanden.

Nederland, Nieuw Vennep, 27 augustus 2011 Crossfit training foto/copyright: Martijn van de Griendt
Nederland, Nieuw Vennep, 27 augustus 2011 Crossfit training foto/copyright: Martijn van de Griendt Martijn van de Griendt

Wie te laat komt, moet strafoefeningen doen. Voor deze ‘burpees’ moet je je op je buik laten vallen, opdrukken en omhoogspringen terwijl je in je handen klapt. „Laten we allemaal vijf burpees doen”, zegt de instructeur. Even zijn we solidair met de laatkomers. De oefening ziet er gezellig uit, alsof we een schoolpleinspelletje doen. Maar na drie burpees weigeren mijn armspieren en kom ik niet meer omhoog. Hier is niets gezelligs aan.

Ik volg vandaag een proefles CrossFit. CrossFit is een fitnessrage uit Amerika, waarbij het hele lichaam tijdens een korte, intensieve work-out wordt getraind. „Bij ons wordt je allround fit”, zegt instructeur en eigenaar Jarno Bonhof. „Ons credo is: no machines, no mirrors, no excuses.”

In de gymzaal in Nieuw Vennep hangen inderdaad geen spiegels. Er zijn ook geen apparaten te bespeuren. Wel liggen er verzwaarde koebellen en vier tractorbanden op de grond. „Perfect trainingsmateriaal”, zegt Bonhof. „De spieren die je traint als je die door de zaal sleept, heb je in het dagelijks leven ook nodig. Al onze oefeningen zijn afgeleid uit the daily life.”

Voor we aan de work-out beginnen, doen we een warming-up. Het blijkt net zo’n wreed spelletje als de burpees voor de laatkomers. Er zijn twee grote dobbelstenen die de kring rondgaan: iedereen mag ze een keer werpen. De eerste dobbelsteen bepaalt de oefening, de tweede het aantal uitvoeringen (vermenigvuldigd met de eerste dobbelsteen). Als je dubbel gooit, worden de getallen naast elkaar gezet: zes betekent sit-ups, nogmaals zes betekent zesenzestig sit-ups.

Onze groep, bestaande uit zeven mannen en mijzelf, is uiterst beheerst. Niemand zucht of kreunt. Als we voor de vierde keer burpees moeten doen (vijftien) strand ik. „Ik ben pas bij zes”, zeg ik als de anderen al klaar zijn, en hoop dat de instructeur doorgaat naar de volgende oefening. Maar hij zegt: „Ga wel echt door je armen, anders is het no rep.” En no rep, weet ik inmiddels, betekent: je hebt de oefening niet goed herhaald. En dus moet hij helemaal opnieuw.

Dat CrossFit uit Amerika komt, verklaart alle Engelse kreten. Daar werd het in 1993 ontwikkeld met als doel om mensen minder eenzijdig te trainen. Bonhof: „Ons trainingsprogramma is een combinatie van gewichtheffen, gymnastiek en cardio. Dus niet alleen die bovenarm geïsoleerd oppompen tot een reuzenspier, zoals in de sportschool, maar ook uithoudingsvermogen trainen, coördinatie en explosiviteit.”

Na de warming-up is het tijd voor de ‘workout of the day’. Een herhaling van oefeningen die je zo snel mogelijk moet uitvoeren. Je eindtijd wordt opgeschreven op het schoolbord en gefotografeerd. Op Facebook kun je tijden van andere cursisten checken. „Zo houden we de competitie levend”, zegt Bonhof. Alles wat ik ooit bij yoga leerde over het negeren van prestatiedrang telt niet meer. Door je ooghoeken naar de buren kijken is hier geen schande; het wordt juist aangemoedigd.

„Onze workout is elke dag anders, dat houdt het afwisselend”, zegt Bonhof. „Bovendien train je op die manier zo veel mogelijk spieren.” Mijn buurman Paul (45), die zelf ook instructeur wil worden, knikt geestdriftig. „Die verrassing maakt het leuk, je kunt je mentaal nooit voorbereiden.” Inderdaad blijk ik niet voorbereid op de workout.

Op het bord staan de oefeningen: honderdvijftig maal touwtje springen, twintig keer de tractorband heen en weer trekken en tien kniebuigingen op één been (‘one leg squats’). Als ik eindelijk klaar ben zie ik dat alle mannen, zelfs die immense borstkas tegenover me, nog bezig zijn. Even voel ik me onsterfelijk. Totdat de instructeur naar me gebaart: „Drie rondes.” Ongelovig raap ik het springtouw op en kijk naar de mannen. Lekkere competitie.

Normaal doen er ook veel vrouwen mee, volgens Bonhof. „Zeker 40 procent.” Leon (28), de immense borstkas, zegt: „Je hoeft ook niet alleen tegen deze mensen te battelen.” Hij is marinier en ligt vrijwel altijd voor op de rest. „Maar dan kijk ik op Facebook naar de scores van andere CrossFitters en dan blijkt dat een gast uit Amerika twee keer zo snel gaat als ik. Dan wil ik wel weer een tandje harder.”

De CrossFit Community is hecht, zegt Bonhof. „We krijgen vaak toeristen die hier langskomen om een Amsterdamse les te volgen. Dan wisselen we shirtjes uit.” Ook Paul bezoekt tijdens zijn vakantie als het even kan een buitenlandse ‘box’, zoals de CrossFitcentra worden genoemd. „Het is een saamhorig gevoel, wij tegen de rest”, zegt hij. „Daarmee bedoelen we de fitniks”, zegt Bonhof, „onze concurrent.”

Dan is de work-out toch nog snel voorbij. Als ik mijn eindtijd, 19: 51 minuten, op het bord schrijf, heeft smokkelen weinig zin. Ik heb er drie keer zo lang over gedaan als Leon. Maar we hoeven nu ook niets meer. Ruim voor het einde van het uur zijn we klaar. De mannen geven me een high five. Mijn bovenbeenspieren branden, ik druip van het zweet. „Je traint hier in twintig minuten even efficiënt als in anderhalf uur gewone fitniks”, zegt Bonhof. Leon knikt en neemt een teug kokoswater. „Alleen als je mooie billen en tv wil kijken, moet je naar de sportschool gaan.”