Vizier draait op Haagse dorpsplein

Twee Kamerleden kwamen geschonden uit het zomer- reces. Hans Hillen schoot te hulp, vlak na het reces, met opmerkingen over de missie naar Kunduz. Tot vreugde van andere belaagde collega’s.

Verslaggever Rutger Castricum van PowNews ondervraagt kamerlid Mariko Peters (GroenLinks) op 'het dorpsplein'. Foto Peter Hilz Nederland, Den Haag, 6 september 2011, Powned nieuws interview met Mariko Peeters door Rutger Castricum van PowNed in de tweede kamer in Den Haag PowNed / omroepvereniging / publieke bestel / Publieke Omroep / foto: Peter Hilz
Verslaggever Rutger Castricum van PowNews ondervraagt kamerlid Mariko Peters (GroenLinks) op 'het dorpsplein'. Foto Peter Hilz Nederland, Den Haag, 6 september 2011, Powned nieuws interview met Mariko Peeters door Rutger Castricum van PowNed in de tweede kamer in Den Haag PowNed / omroepvereniging / publieke bestel / Publieke Omroep / foto: Peter Hilz Peter Hilz

Voordat politici de plenaire zaal van de Tweede Kamer betreden, lopen zij door een ruimte die in de wandelgangen wel ‘het dorpsplein’ heet. Daar wacht de pers ze op.

Dinsdag, op de eerste vergaderdag na het zomerreces, werd vooral uitgekeken naar GroenLinks-Kamerlid Mariko Peters (gedragscode van vorige werkgever geschonden) en PVV’er Dion Graus (het OM meent dat in 2003 genoeg grond was om hem te vervolgen voor mishandeling).

Maar tijdens het wachten kwam opeens ander nieuws binnen. Vrij Nederland liet in een persbericht weten dat minister Hans Hillen (Defensie, CDA) de politietrainingsmissie naar Kunduz een militair missie noemt. Dat hadden Kamer en kabinet niet afgesproken. Op het dorpsplein werd het vizier direct anders gericht.

Ivo Opstelten (Veiligheid, VVD) merkte het. Op drie meter afstand van Mariko Peters, die geduldig vragen over haar verleden beantwoordde, moest hij reageren op de woorden van zijn collega op Defensie. Nu al? Opstelten: „Ik tref Vrij Nederland altijd pas donderdags op de mat aan.”

Voor de Kamerleden, en niet alleen die van GroenLinks en PVV, kwam het interview helemaal op tijd. Een minister de maat nemen, dat is onderdeel van het vak, het controleren van de macht. Maar elkaar de maat nemen, dat ligt toch moeilijker. Dat was deze zomer al te zien. Alleen tegen De Telegraaf zeiden Kamerleden dat Peters moest opstappen. Anoniem. Werd hun openlijk om hun mening gevraagd, zoals in deze krant, dan steunden ze Peters. En niet alleen leden van de oppositie.

Zo zijn de mores op het Binnenhof, zegt Joël Voordewind (ChristenUnie). Hij zit samen met Peters in de commissie buitenland. „De gedachte is toch: morgen kan het mij gebeuren. Onze standaardformulering: fracties gaan over hun eigen verantwoordelijkheid. Ook toen gedoe met PVV’ers het nieuws domineerde.”

Voordewind heeft Peters deze zomer een sms’je gestuurd om haar sterkte te wensen. Henk Jan Ormel (CDA) heeft Graus geen sms’je gestuurd. Toch bevestigt hij de mores: hij noemt Graus, zijn collega-woordvoerder dierenwelzijn, „attent en betrokken”. Ooit noemde Graus hem, in een Kamerdebat „een beginnend lijder aan Alzheimer”. Maar daar zijn excuses voor gemaakt. Ormel, dierenarts, heeft nadien nog de hond van Graus behandeld. De CDA’er nu: „Ik waardeer hem bijzonder als collega. Daar verandert zo’n kwestie uit het verleden niets aan.”

Al die partij overschrijdende solidariteit onder Kamerleden, zo meent oud-Kamerlid Rob Oudkerk (PvdA), is te verklaren uit calculerend gedrag. Oudkerk: „Het is natuurlijk prettig als een collega-woordvoerder een deuk heeft opgelopen maar niet hoeft af te treden.” Oud-Kamerlid Sytze Faber (CDA) deelt Oudkerks analyse: „Zo’n collega is toch een van zijn tanden kwijt.”

Faber was lid van de CDA-fractie die afscheid moest nemen van de eigen voorzitter, Willem Aantjes, na onthullingen over diens oorlogsverleden. Faber onderstreept dat „vooral bij grote fracties” de grootste vijanden in de eigen fractie zitten. „Er is sprake van een zeker leedvermaak. En ook de vraag: wat betekent dit voor mij? Kan ik hier misschien een interessantere portefeuille uit halen? Ik mocht op uitnodiging van de CIA eens zes weken naar Amerika. Ik heb dat eindeloos uitgesteld, omdat ik me afvroeg of collega’s dan mijn portefeuille niet zouden inpikken.”

Faber had misschien toch naar Amerika moeten gaan, in de logica van Oudkerk. Die zegt dat in integriteitscrises „het calculerend gedrag van politici nog beter bloot komt te liggen dan normaal”. Daarom wenst hij het ook ieder Kamerlid toe, de situatie waarin Graus en Peters nu verkeren. „Ideaal, echt. In tijden van nood leer je niet zozeer je vrienden kennen, als wel je fractiegenoten. Dan weet je voortaan bij wie je altijd achterom moet kijken.”

Het vizier van de pers staat nu op Hillen – volgende week zal premier Rutte Hillens uitspraken in de Kamer komen verdedigen. Tegelijk blijft op achtergrond de vraag spelen: komen Peters en Graus hier doorheen?

Graus zeker. Die heeft het geluk dat collega-PVV’ers bleven zitten na erger. En Peters? Voorlopig volgt de fractie de voorzitter, die zich pontificaal achter haar heeft gesteld. De geschiedenis van gevallen Kamerleden leert dat waarschijnlijk alleen nieuwe onthullingen tot vertrek kunnen leiden. Bekend voorbeeld uit de jaren tachtig: Leo Duyn, CDA’er. Hij zat nog maar net in de Kamer toen hij werd beboet: hij had op tv laten zien hoe hij met een verboden ‘geboortekrik’ een kalf ter wereld bracht. Een jaar later werd hij betrapt op rijden onder invloed. Opnieuw bleef hij zitten. Toen daarna ook nog bleek dat hij parkeerde op een invalidenplek, was het voorbij. Exit Duyn.