Van excuuskaffer tot rugbyheld van Zuid-Afrika

Zuid-Afrika is de titelverdediger op het WK rugby in Nieuw-Zeeland. Chester Williams was in 1995, toen de Springboks in eigen land voor het eerst wereldkampioen werden, de enige zwarte speler in het team. „Rugby zal een politieke sport blijven.”

South African winger Chester Williams runs downfield during the Rugby World Cup quarter final match against Western-Samoa at Ellis Park June 10. Williams scored four tries and 20 points for his team. South Africa won 42-14 and qualified for the semi-finals
South African winger Chester Williams runs downfield during the Rugby World Cup quarter final match against Western-Samoa at Ellis Park June 10. Williams scored four tries and 20 points for his team. South Africa won 42-14 and qualified for the semi-finals

Zuid-Afrika krijgt nooit genoeg van het wereldkampioenschap rugby dat het in 1995 in eigen land speelde – en onder het goedkeurend oog van toenmalig president Nelson Mandela won. In de aanloop naar het gisteren begonnen WK in Nieuw-Zeeland zenden de sportzenders avond aan avond hoogtepunten uit van de finale.

„Het was de wedstrijd waarin het land samenkwam, dat geloof ik nog steeds”, zegt Chester Williams, de enige zwarte rugbyer die destijds de selectie haalde. „We hebben geschiedenis geschreven die geen toekomstig WK ooit kan brengen. Ik denk dat de hele wereld daar heeft gezien hoe sport helpt om problemen op te lossen. Mandela was niet alleen onze president, maar een icoon voor de wereld. Zo iemand zie ik nu niet snel meer opstaan. En voor zover ik weet zijn er geen landen meer met apartheid waar een sporttoernooi de bevolking moet verenigen.”

Williams zelf, nu 41 jaar oud en gearriveerd zakenman, wordt dagelijks op het succes van weleer aangesproken. „Ik praat nog altijd over niets liever”, glimlacht hij op een terras met uitzicht in een non-descripte buitenwijk van Kaapstad. Iedereen die hier met uitzicht op de Tafelberg zit te lunchen lijkt hem te kennen.

De kleine gedrongen Williams was in 1995 de posterboy van het WK. Het enige zwarte gezicht in het team van lelieblanke kleerkasten moest zo kort na de apartheid het verdeelde land bijeen brengen. Op billboards, in televisiespotjes: overal was hij te zien. De druk was hoog, erkent hij. Zeker toen hij kort voor het toernooi geblesseerd raakte en pas in de halve eindstrijd kon aanhaken.

Rugby is van oudsher een witte sport in Zuid-Afrika en veel gekleurde Zuid-Afrikanen, die meer met voetbal hebben, steunden tijdens de apartheid vaak het gemengde team van aartsrivaal Nieuw-Zeeland. Williams begon op de middelbare school met rugby en werd in 1993, een jaar nadat de door de apartheid gescheiden rugbybonden voor witte en gekleurde spelers waren gefuseerd, opgeroepen voor het nationale team.

„Zelfs mijn moeder wist niet of ze nou moest juichen toen ik voor het eerst voor de Springboks uitkwam”, vertelt Williams. Zoals het WK voetbal vorig jaar blanke Zuid-Afrikanen moest winnen voor de onder zwarte populaire sport, zo moest het rugbyteam van 1995 zwarte Zuid-Afrikanen over de streep trekken.

Het geraffineerde plan van Nelson Mandela om het hele land in deze fragiele tijd achter het nationale team te krijgen – vorig jaar nog vereeuwigd in de Hollywood-film Invictus waarvoor Williams een van de adviseurs was – drong tot de meest spelers echter nauwelijks door.

„Mandela en (aanvoerder) Francois Pienaar wisten dat er een groter plan was. Dat Pienaar bij Mandela op de thee was geweest, wist niemand. Ik hield me destijds bezig met het rugby, ik wilde winnen voor het team en voor het land. Het was Mandela die dit politieke plan had. Ik had geen idee”, lacht Williams. En dan: „Dat is waarom ik sporter werd en hij politicus.”

Pas toen Pienaar in de kleedkamer vertelde dat de selectie zwarte woonwijken bij Johannesburg en Kaapstad zou gaan bezoeken, werd hem duidelijk dat er meer aan de hand was. Maar het verzoek stuitte op veel scepsis. „Sommige spelers vreesden echt voor hun leven als ze Soweto of een andere township in moesten. Ze vonden het een te groot risico terwijl er een WK gespeeld moest worden. Maar ze waren blij verrast toen bleek dat ze daar door kinderen als helden onthaald werden.”

De film Invictus, die kort voor het WK voetbal van vorig jaar uitkwam, had vooral oog voor het politieke wonder dat Zuid-Afrika begin jaren negentig doormaakte. Dat er ook forse spanningen in het bewierookte team waren, blijft achterwege. Het team zong het nieuwe nationale volkslied uit volle borst mee en leek de net een jaar eerder aangetreden Mandela te adoreren. Maar de enige zwarte speler heeft aan de onderlinge verhoudingen minder goede herinneringen.

Zeven jaar na de zege in 1995 vertelde Williams aan zijn biograaf dat het voor hem eenzame jaren waren bij de Springboks. Werd er gegeten, dan schoven maar weinig spelers bij hem aan. Enkele prominente teamgenoten hadden hem tijdens het toernooi bovendien voor ‘excuusneger’ en ‘kaffer’ uitgemaakt. „Waarom wil je ons spel spelen? Je weet dat je het niet kunt”, zou collega-wing James Small gezegd hebben. „De marketingmensen zagen me als een symbool van verandering, maar niets was een grotere leugen geweest”, schreef Williams in zijn felle exposé. Een week na het WK was Zuid-Afrika volgens hem al weer net zo racistisch als ervoor.

Zijn onthullingen sloegen in 2002 in als een bom. Teamgenoten van destijds noemden hem een verrader.

„Ik wilde eerlijk zijn”, zegt hij er nu over. „Je moet beseffen dat er spelers waren die uit hele conservatieve families kwamen. Dat leidde soms echt tot problemen. Ik moest dat accepteren en ik deed dat door heel lang stil te blijven. Misschien te lang, maar toen ik met mijn uitspraken naar buiten kwam wist ik dat Zuid-Afrika een ander land was geworden. We praten nu vrijuit over huidskleur en afkomst en in de sport is de racistische ondertoon echt verdwenen. Het is meer kameraadschappelijk.”

Dat betekent overigens niet dat er nu veel meer zwarte rugbyspelers op het veld staan. „Nog altijd is het merendeel van de spelers wit, dat is teleurstellend. Er zijn genoeg goede zwarte rugbyers, maar de coaches durven het niet aan om ze op te stellen.” In de huidige selectie van coach Peter de Villiers, zelf de eerste zwarte coach van Zuid-Afrika, zitten vier gekleurde spelers, waarvan de onder Zuid-Afrikanen meest populaire de vorig jaar haastig genaturaliseerde Zimbabweaan Tendai Mtawarira is.

„Zwarte spelers”, zucht Williams, „moeten zich nog altijd veel meer bewijzen dan witte spelers. Dat teamgenoten mij destijds een token black noemden en dachten dat ik het makkelijker had dan zij, heb ik altijd raar gevonden. Als je vanwege je kleur opgesteld wordt en faalt, dan komt de kritiek extra hard terug en kom je nooit meer in de selectie. Ik ben acht jaar voor de Springboks uitgekomen en dat kan niet alleen om mijn huidskleur zijn geweest. Haast iedere wedstrijd heb ik wel twee tries gescoord.”

Morgen speelt de selectie van coach De Villiers zijn eerste wedstrijd in Wellington tegen Wales. Duizenden Zuid-Afrikanen, van alle kleuren van de regenboog, zwaaiden afgelopen maand in Johannesburg de Springboks uit voor vertrek. De vuvuzela’s van het WK voetbal werden weer uit de kast gehaald. „Prachtig”, vond Williams, die zelf als televisiecommentator bij het WK optreedt. „Het liet zien dat ondanks alle problemen in ons land rugby ook onder zwarte Zuid-Afrikanen steeds populairder is geworden.” Hij dicht het team van De Villiers grote kans toe om de WK-titel van 2007 te prolongeren.

Net als in 1995 en net als bij het voetbaltoernooi in 2010, riep de minister van Sport het hele land op om het team aan te moedigen. „As ons verloor, verloor ons saam. As ons wen, wen ons saam. Vorentoe Die Bokke!”, riep de minister in het Afrikaans, nog altijd de voertaal van het rugby. Hij waarschuwde de pessimisten dat het WK niet het juiste moment is om het over quota voor zwarte spelers en de transformatie van het rugby te hebben. Dat zou het nationale team alleen maar afleiden.

„Maar rugby”, denkt Williams, „zal in Zuid-Afrika voorlopig een politieke sport blijven. Het is goed als ministers af en toe pleiten voor een minimum aan zwarte spelers dat door coaches wordt opgesteld.” Hij heeft wat dat betreft vertrouwen in de toekomst. „Als je kijkt naar schoolcompetities, dan zie je teams die voor meer dan de helft uit zwarte spelers bestaan. Daar zitten enorme talenten tussen. Nog even en er moet een voorkeursbeleid voor witte rugbyers komen.”