Spelen zet bij muizen wit vet om in 'slank' bruin vet

Mouse in exercise wheel
Mouse in exercise wheel Jupiterimages

Laboratoriummuizen worden slank als zij in ruime kooien leven met veel speeltoestellen, als tredmolens en doolhoven. Ze verliezen gewicht niet omdat ze meer bewegen of minder eten, maar omdat hun witte lichaamsvet gedeeltelijk overgaat in bruin vet. Bruin vet bevat veel mitochondriën en kan het opgeslagen vet direct omzetten in energie. Dat ontdekten onderzoekers onder leiding van Matthew During van de de Ohio State University in Columbus (Cell Metabolism, 7 september).

Ze vergeleken de muizen in een ‘verrijkte’ omgeving met muizen in een kale kooi. Na vier weken hadden de dieren met speeltjes bijna de helft minder buikvet. Om te controleren of dat kwam door de extra beweging lieten de onderzoekers ook een groep muizen vier weken lang rennen in een tredmolen. Maar de afname in wit vet bleek onder de renners half zo groot als die van de spelende muizen.

Vervolgens gaven de onderzoekers spelende muizen en controlemuizen extra vet eten. Na vier weken bleken ze allemaal aangekomen, maar de spelende muizen bijna driekwart minder dan hun soortgenoten. De speelmuizen hadden een verhoogde lichaamstemperatuur (34,86 tegenover 34,17 °C), een aanwijzing dat zij de overtollige energie (via bruin vet) verstookten.

Na drie maanden was het buikvetweefsel van de speelmuizen duidelijk van rozewit naar roodbruin veranderd. Deze omzetting van wit naar bruin vet staat onder controle van de hersenen, zo bleek uit het onderzoek.

Bij muizen waarvan het lichaamsvet ‘verbruinde’ bleek het eiwit brain-derived neurotrophic factor (BDNF) verhoogd in de hypothalamus. Via het sympathische zenuwstelsel lopen van hieruit zenuwuitlopers naar het vetweefsel. Als de werking van BNDF kunstmatig werd geblokkeerd, stopte de vorming van bruin vet.

De hamvraag is nu of mensen door veel te ‘spelen’ wit vet in bruin zouden kunnen omzetten. Die is echter nog niet beantwoord. Wel, schrijven commentatoren Kathleen Griffioen en Mark Mattson van het National Institute on Aging, zijn er veel aanwijzingen dat mensen die een interessante loopbaan hebben en een veelheid aan hobby’s hebben over het algemeen gezonder zijn dan mensen die minder betrokken zijn.

Sander Voormolen