Nooit eerder waren er zoveel psychologen

Een complexe samenleving met zeer veel verleidingen betekent dat de vraag naar psychologen alsmaar stijgt. De studie wint de laatste jaren dan ook aan populariteit. „Veel mensen gaan al heel jong in therapie.”

Nederland, Amsterdam, 05-09-2011 Het eerste college psychologie van de eerstejaars studenten pschychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Psychologie is in aantal studenten de grootste studie. Eerste jaars studente Fleur Monhemius. foto: Bram Budel
Nederland, Amsterdam, 05-09-2011 Het eerste college psychologie van de eerstejaars studenten pschychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Psychologie is in aantal studenten de grootste studie. Eerste jaars studente Fleur Monhemius. foto: Bram Budel Bram Budel

Meer dan vierduizend eerstejaars psychologie zijn er dit nieuwe collegejaar in Nederland, meer dan ooit tevoren. Een van hen zit maandagochtend half tien op de achterste rij in zaal A van gebouw A aan de Roetersstraat, Universiteit van Amsterdam. Ze heet Lisa Roelofs (20), ze ontbijt met koek en appelsap. Waarom deze studie? „Omdat ik op televisie eens iets zag over mensen met een stoornis, volgens mij ging het over schizofrenie. Toen dacht ik: daar wil ik alles van weten.”

Eerst deed ze hbo psychologie, ze kwam van de havo. Vorig jaar ging ze naar de universiteit. Het was moeilijker dan ze had verwacht. Veel stof, alles in het Engels. In februari stopte ze om een bindend studieadvies (‘ga iets anders doen’) te voorkomen. Ze volgde een cursus statistiek en nu zit ze klaar om opnieuw te beginnen. De rijen voor raken bezet met 449 medestudenten – zoveel kunnen er zitten, de rest moet staan of ’s avonds terugkomen, als het college herhaald wordt.

Verderop zit Ellis Eelzak (21). Ze studeert communicatiewetenschap, psychologie wordt haar minor. „Vorig jaar kreeg ik een vak over beïnvloeding van het menselijk denken, waarom je dingen wel of niet doet. Ik betrok het op mezelf en toen raakte ik steeds geïnteresseerder.” Hoezo op zichzelf? „Omdat ik te weinig aan mijn studie deed. Van niks doen ga je nog minder doen en ja, daar werd ik depressief van.” Nu is ze echt gemotiveerd, de lamlendigheid is verdwenen en ze fantaseert al over wat ze later worden wil. Misschien wel communicatiemedewerker bij een non-profitorganisatie.

Psychologie is populair. Moeten we daar blij mee zijn? Klaas Visser (61), de onderwijsdirecteur van de afdeling psychologie van de UvA, geeft een diplomatiek antwoord. „Het is een zegen voor de maatschappij als er zoveel mogelijk goed opgeleide mensen zijn.” Mensen? Of psychologen? Daar zegt hij liever niets over.

Na een uur praten wordt hij wat openhartiger. Zelf is hij een van de zes zoons van een gereformeerde grasdroger uit Friesland. Zoals hij is opgevoed, zo gebeurt dat niet meer. „Wij gingen op ons achttiende de deur uit en als we één keer per maand naar huis belden, was het vaak.” Nu maakt hij mee dat de ouders van vierdejaars studenten verhaal komen halen als hun zoon of dochter te lage cijfers heeft gehaald.

Ouders uit zijn generatie, zegt Klaas Visser, doen er alles aan om het goed te houden met hun kinderen. Ze willen niet dat hun kinderen ongelukkig zijn, of dat ze net zo over hen denken als zij over hun ouders dachten. Dus durven ze niet streng te zijn. Scholen, zegt hij, durven het ook niet. Hij hoort het van zijn studenten. Op school, zeggen die, was er altijd een oplossing als ze een onvoldoende gehaald hadden. „Een meisje barstte hier in huilen uit omdat ze bij ons nergens voor kon slagen zonder er hard voor te werken.”

Is het de welvaart? Narcisme? Daar zegt hij liever ook niets over. Alleen dit: „Veel mensen gaan al heel jong in therapie. Ze hebben de neiging om alles wat hun overkomt uit te vergroten. Ik hoor het om me heen als ik in de metro zit. Ik ben depressief. Ik heb een trauma. Ik heb daar ontzettend veel stress van. Dan denk ik: joh, hou eens even op. Je bedoelt dat je een beetje down bent.” Nee, die woorden betekenen niets meer.

Is dat wat we psychologisering van de samenleving noemen? Klaas Visser: „De beschikbaarheid van psychologische hulp is groter geworden, mensen maken er gebruik van. Vroeger hadden ze ook problemen, toen gingen ze ermee naar de dokter of de dominee.”

In zaal A begint de docent, Peter Starreveld, om twee over tien met zijn college. „Ik ben blij dat ik jullie in zulke groten getale mag begroeten.” Hij zal het eerst hebben over effectief studeren, zegt hij. Want studeren aan de universiteit is wat anders dan leren op school. „Wat je op school in een jaar deed, doe je hier in een maand.” Discipline, bijblijven, zélf uittreksels maken en niet kopen. Huisregel: wie volgende keer te laat komt, gaat op het balkon zitten. „Mag ik er nog in?”, vraagt een jongen die nu te laat is. Schorre stem.

„Ik studeerde medicijnen”, zegt Sandra Bouman in de pauze. „Maar er waren te veel dingen die ik niet leuk vond.” Histologie, fysiologie, alles over organen. Ze ging naar een psycholoog. „Ik kwam binnen en ik zei: ik twijfel niet over mijn studie.” Dat deed ze wel. Ze leerde dat ze de impact van de overgang naar een zelfstandig leven misschien onderschat had. „Dat doet meer met je dan je denkt.” Nu weet ze wat ze wil: alles leren over het menselijk gedrag. Dan: forensisch psycholoog worden. „Mensen die zich misdragen, waarom is dat? De spanning van een onbekende wereld.”

Hoe meer herkansingen, hoe vaker studenten zakken. „Daar zijn we dus mee opgehouden”, zegt hoogleraar Agneta Fischer (53). Ze is de voorzitter van de afdeling psychologie. „Minder herkansingen, meer contacturen.” Ja, studenten worden meer bij de hand genomen dan vroeger. Van hen haalt 75 procent binnen een jaar de propedeuse. Alleen al van de UvA komen er jaarlijks driehonderdvijftig afgestudeerde psychologen bij.

Niet te veel, vindt Agneta Fischer. „We hebben een complexe samenleving, met veel verleidingen. We moeten voortdurend keuzes maken.” Waren er maar meer psychologen, zegt ze. Niet alleen klinisch psychologen, die mensen in therapie nemen. Maar vooral sociaal psychologen, organisatiepsychologen. Dan zou er, zegt ze, bij allerlei „beslissingen en processen” vaker rekening gehouden worden met de „menselijke factor”. Neem de Noord/Zuidlijn. „Bij zulke projecten bestaat er een collectieve neiging tot optimistisch denken. Als daar een psycholoog bij was gezet, was dat hele project misschien wel afgeblazen.” En wat zou het schelen als de financiële wereld ook eens wat meer aan die menselijke factor dacht.

Dertigduizend psychologen – zijn er ook nadelen?

„Ik zie ze niet. Zijn we doorgeschoten? Waarin dan? Bij problemen gaan we naar een psycholoog, ja. Is het gek om hulp te zoeken als het niet goed gaat met de opvoeding van je kinderen of met je relatie? Ik vind het juist goed als mensen leren zich bewust te zijn van hun gedrag en het effect ervan op anderen.”

Zeker, zij ziet ook mensen die naar een psycholoog gaan omdat hun studie niet goed gaat, terwijl ze gewoon harder zouden moeten werken. „Maar dat kan die psycholoog dan toch zeggen? Harder werken!”