Multiversum (6)

Dat de (ene) wereld of het (unieke) universum een nogal beperkt perspectief is, is een serieuze natuurwetenschappelijke optie van onder meer Julian Barbour en Hugh Everett III. Het artikel ‘De vele wegen naar het multiversum’ (wetenschapsbijlage 20 & 21 augustus) ontlokte een lezer de reactie dat reeds in de negentiende eeuw een zekere Jacob Lorber verdedigde dat er meerdere werelden bestaan. Het is misschien aardig om hierbij op te merken, dat naar het getuigenis van een betrouwbare bron ook onze natuurkundige filosoof Spinoza de opvatting was toegedaan: multos dari mundos. Zijn argument is dat de eeuwige Natuur, ‘die geen delen heeft noch een geheel is’, wegens haar oneindigheid wel uit oneindig veel versies moet bestaan. Elk kruispunt van wegen en factoren is een wereld apart, dat in een andere constellatie en voor andere wezens een andere geaardheid heeft. Op zijn, voor ons wat vreemde, manier formuleerde Spinoza dit aldus: ‘de substantie (= god) bestaat uit oneindig veel oneindige attributen’, waarbij ‘attribuut’ betekent: ‘de manier waarop wij zijn wezen kennen’.

Wim Klever

Capelle aan den IJssel