Magisch kruispunt

De oasestad Kashgar in het noordwesten van China wordt gerenoveerd. In het lemen labyrint van de oude stad is modern China ver weg.

Kashgar, een oorlogsgebied? De Chinese media beschrijven de geïsoleerde oasestad in de noordwestelijke woestijnprovincie Xinjiang als het gevaarlijkste gebied van het land, als een centrum van Oeigoerse terroristen die hier de onafhankelijke Republiek Oeigoeristan willen vestigen door middel van bommencampagnes.

Oud-Kashgar, het meer dan 2000 jaar oude labyrint van leem, stro en hout, roept inderdaad associaties op met de Gaza-strook. Aan de randen van de best bewaarde traditionele islamitische stad in Centraal-Azië verkruimelen huizen tot brokken leem en stof; tussen de ruïnes worden kookvuren gestookt met versplinterde draagbalken en zoeken zwervers naar verhandelbare metalen.

En, het is ook waar dat er zo nu en dan, om de paar jaar, door Oeigoeren aanslagen worden gepleegd op Chinese doelwitten, vooral op politiebureaus en legerplaatsen. Maar in de oude stad zelf heerst een weldadige rust: de stilte van de ramadan.

Gids Munum kent de spookverhalen: „Weet je dat hier de film The Kite Runner is opgenomen omdat het hier altijd zo vredig is? Kashgar is geen Kabul, geen Bagdad, geen Tripoli. Nooit geweest ook. De verwoestingen die je ziet zijn aangericht door bulldozers omdat de oude huizen van leem vervangen worden door huizen van steen.”

Tot ontsteltenis van Chinese en internationale cultuurhistorici wordt de oude stad, waar al voor de christelijke jaartelling de Noordelijke en Zuidelijke Zijderoutes bijeenkwamen, gedeeltelijk gesloopt en vervangen door antiek ogende nieuwbouw. Ook de VN-organisatie voor het behoud van het werelderfgoed protesteert tegen het omstreden renovatieproject. Oud-Kashgar is nog steeds niet op de VN-lijst gezet, omdat de VN het niet eens is met de renovatiemethode.

„Als je iedere dag naar de kapper gaat, ben je aan het eind van de week net zo kaal als hij daar”, wijst Munum naar een oude man die zich net bij de kapper heeft laten scheren, van kin tot kruin. „Zo gaat het met de oude stad ook. Iedere dag wordt er wel een kamer gesloopt, want ze willen er hier een toeristische attractie van maken”, legt hij uit tijdens een daglange wandeling door de oude stad, de bazaars en de grootste veemarkt van Centraal-Azië. „Wat de Mongoolse leider Ghengis Khan niet is gelukt, lukt de Chinezen natuurlijk wel”, grijnst hij. Het klinkt als een formulering die hij al eens eerder heeft gebruikt.

Kamelen

Op een nieuwe wandelpromenade, bij de Yengi Bazaar, pal tegenover de oude stad, herinnert een bronzen beeldengroep van kamelen aan de nomadische handelaren die in de negende eeuw na Christus de islam naar China brachten. Hier verfilmde in 2007 regisseur Marc Foster de roman van Khalid Hosseini, omdat de situatie in de Afghaanse hoofdstad Kabul te gevaarlijk was voor een westerse filmploeg. Munum claimt dat hij Foster en zijn cameraman heeft gewezen op de mooiste locaties voor de vliegerwedstrijden tussen de Pashtunse jongen Amir en zijn vrienden.

Dat was nog een heel gepuzzel, herinnert hij zich. Ook toen al werd het uitzicht bedorven door Chinese geprefabriceerde hoogbouw, een surrealistisch reuzenrad bij het Volksplein en de rokende torens van kolencentrales aan de rand de Taklamakanwoestijn. Diep in de oude stad echter, lijkt het oprukkende moderne China ver weg, alle opschriften zijn eentalig, Arabisch. Vanwege de ramadan werken de pottenbakkers, koperslagers, jadehandelaren, houtbewerkers en naan-bakkers op halve kracht.

Kaalgeschoren kinderen spelen op de keien en in de goten, er wordt geknikkerd op aangestampte modderpaden. Op de binnenplaatsen, versierd met reusachtige potplanten en oleanders, praten op fluistertoon mannen met hoge, witte mutsen en islamgroene vierkante hoeden. Half gesluierde vrouwen, onder wie weduwen die herkenbaar zijn aan hun ruwe, bruine hoofddoeken, zijn bezig met de iftar-maaltijden. Als de imams in de moskeeën roepen – het gebruik van versterkers is hier niet toegestaan – staan alleen de mannen op en slenteren in de richting van de gebedshuizen. In de stegen hangt een penetrante zwavelgeur van kolenbriketten, vermengd met de lucht van pis en rottend afval.

Een paar Europese en enkele jonge Chinese toeristen verbazen zich over „de viezigheid, chaos en intimiteit”, zoals Colin Thurbon schreef in Schaduw van de Zijderoute. De autoriteiten vinden dat de oude stad voor toeristen schoongemaakt moet worden, zegt Munum.

Navraag bij de hoogste Oeigoer in Kashgar, Aisajang Aihaiti, lid van het plaatselijke bestuur van de Communistische Partij van China, leert dat de autoriteiten de oude stad veiliger en hygiënischer willen maken. „Er wonen 120.000 mensen in de oude stad en die lopen grote risico’s bij aardbevingen zwaarder dan 6 op de schaal van Richter. Dit is een zeer gevoelig aardbevingsgebied. Sinds de aardbevingen van 2003 in het Iranese Bam en in Sichuan, waar 26.000 en 70.000 mensen omkwamen, zijn we plannen gaan maken. Dat is de enige reden”, legt hij uit. Bam in Iran werd geheel verwoest door een schok met een kracht van 6,6, delen van Sichuan werden verwoest door een dreun van 8 op de Richterschaal.

Hij vertelt verder dat alle bewoners zijn geraadpleegd en dat voor degenen die moeten verhuizen alle kosten worden betaald, inclusief de aanschaf van een nieuw huis. Bovendien, zegt hij, worden lang niet alle huizen vervangen, maar alleen die waarvan is vastgesteld dat zij een zware schok nooit kunnen doorstaan.

Munum legt contact met bewoners die kunnen blijven en met enkelen die moeten vertrekken. Het argument van bestuurder Aihaiti dat zij worden gecompenseerd, blijkt te kloppen. Dat is voor meneer Umair, een smid, ook het probleem niet. Hij en zijn familie, die hier al vele generaties woont, taalt niet naar geld of een ander huis. Zij willen hier gewoon niet weg. Hij staat voor een dilemma. Als hij in de oude stad een ander huis koopt, maakt hij geen aanspraak meer op een financiële vergoeding.

„Ze willen ons hier weg hebben. Het betekent dat ik mijn winkel moet sluiten en wel een nieuw huis krijg maar geen inkomen meer heb”, zegt hij terwijl hij zijn lange, grijze baard gladstrijkt. Inderdaad willen de autoriteiten het aantal inwoners, desnoods onder dwang, beperken. „Het is er overvol, onhygiënisch, riolen ontbreken, het zijn middeleeuwse toestanden, er kan geen brandweerwagen of ziekenauto in”, reageert partijman Aihaiti. „We voeren het plan zorgvuldig uit met behoud van het karakter van de oude stad want we hopen dat de toeristen blijven komen.”

Gids Munum haalt zijn schouders op over het gemopper van meneer Umair. „Hij vindt wel een oplossing, zo gaat dat hier al duizenden jaren”, zegt hij laconiek. Dat lijkt een juiste inschatting, want later op de ochtend komen we meneer Umair opnieuw tegen maar dan op de beestenmarkt, de Mal Bazaar. In het stof, dat zich als een tweede huid vastplakt, voorziet hij bij de ingang van de markt balkende ezels van nieuwe hoefijzers. Hij knipt ook de gekromde hoeven van roodbonte koeien.

Ramadan of niet, de markt met volgens gids Munum meer dan 100.000 schapen, geiten, ezels en Barkolpaarden is in vol bedrijf, er is zelfs een hoek met Hollands zwartbont vee. Kamelen ontbreken op deze zondag in augustus. Veehandelaren gaan overal ter wereld op dezelfde wijze te werk; ze kijken, ze keuren, ze onderhandelen. De stevige Oeigoeren, lange, slanke Kazachstanen, ronde Kirgiziërs en tanige Tadzjieken doen dat precies zoals Woerdenaren of Middelburgers.

In ieder boek over de globalisering van de wereldeconomie mag deze duizenden jaren oude markt niet ontbreken. Munum wijst naar een groepje Afghaanse handelaren. Verkochte ezels worden met mankracht in vrachtwagens geladen met Kirgizische, Pakistaanse en Tadzjiekse nummerplaten: schapen, waarvan de kasjmierwol apart wordt verhandeld, staan met de koppen bij elkaar vastgebonden en gaan in kuddes van tien en meer exemplaren van de hand.

Vooral voor de sjouwers is het werk in de zon zwaar, des te zwaarder omdat de stallen met noedels, thee en vers vruchtensap zijn gesloten vanwege de vasten. In de hoek met huisdieren, in de schaduw van de platanen, wordt gegokt op de uitkomst van een gevecht tussen pitbulls. Een bejaarde Oeigoerse probeert haar kat te verkopen aan een paar Han-Chinese meisjes die zich gedragen alsof zij toeristen zijn in een ver van China verwijderd buitenland. Zo voelt Kashgar ook aan, geen oorlogsgebied, nog geen China, maar een ver, magisch kruispunt op allang gesloten Zijderoutes.