Laat zo'n dwaalgast rustig sterven

De keizerpinguïn Happy Feet is onder veel belangstelling opgelapt en uitgezet. Over de aangespoelde orka Morgan woedt een richtingenstrijd. Waarom moeten dwaalgasten worden gered, terwijl hun leefwereld wordt afgebroken, vraagt Kees Camphuysen zich af.

‘In Nieuw-Zeeland hebben duizenden dierentuinbezoekers afscheid genomen van de verdwaalde keizerspinguïn Happy Feet. De pinguïn vertrekt maandag met een schip naar Antarctica en zal ergens in de Zuidzee worden vrijgelaten. De pinguïn werd op 20 juni verzwakt aangetroffen op een strand. Na meerdere operaties knapte hij op.”

Ik geloofde dit niet. Liever gezegd: ik kon dit niet geloven. Deze tekst kwam evenwel van een NOS-website en zou dus wel een kern van waarheid bevatten. Het was inderdaad waar. Inmiddels is Happy Feet vanaf een schip in zee gekieperd en begonnen aan zijn reis naar Antarctica.

Een keizerspinguïn is een vogel. Een vogel die op een verkeerde plek opduikt, heet in de ornithologie een ‘dwaalgast’. In camouflagekleuren gehulde heren met dure telescopen reizen af om zeldzame dwaalgasten te bezoeken en een vinkje te plaatsen op hun soortenlijst. Veel dwaalgasten zijn niet fit en zullen de terugreis zelden ondernemen, laat staan voltooien.

Oplappen en terugbrengen dan maar? Normaal gesproken komt dat niet in ons hoofd op. Het zou ook volstrekt onbegonnen werk zijn. Dwaalgasten komen veel voor. Het fenomeen ‘dwaalgast’ is een volstrekt natuurlijk aspect van het systeem van migratie en dispersie in het dierenrijk.

Toch vond men het in Nieuw Zeeland nodig om de aangespoelde pinguïn vier keer te opereren en voor achttienduizend euro naar het Zuiden te brengen. Het is opmerkelijk dat het bedrijfsleven de kostbare revalidatie en repatriatie van deze keizerspinguïn heeft gesponsord. Zijn dat diervriendelijke bedrijven? Is het goed voor hun imago? De keizerspinguïns van deze wereld worden hiervan in elk geval niet beter.

Ook wij in Nederland hebben een dwaalgast – ook zwart-wit en ook groot. Dit dier was erg verzwakt, werd gevangen, opgelapt en kreeg een naam: Morgan. Nu zitten we met een gezonde, jonge orka. We weten niet wat we met haar aan moeten.

Doodgaan is een onverbrekelijk onderdeel van het leven, al schijnt niet iedereen daarvan op de hoogte te zijn. Sommige dieren mogen van het publiek evenwel niet dood. Waar precies de grens ligt tussen dieren die van ons wel en niet mogen doodgaan, is onduidelijk. Het hangt ook af van wie je het vraagt. Een Noor ziet er vandaag de dag geen been in om een harpoen in een gezonde walvis te laten exploderen – business as usual.

Opgemerkt moet worden dat de opvang in Harderwijk niets te verwijten valt. Die heeft een verzwakt, groot zeezoogdier bijzonder deskundig behandeld en op krachten gekregen. Als de opvang niets had gedaan, zou het Nederlandse publiek dat ongetwijfeld onacceptabel hebben gevonden, maar het in gevangenschap houden van een zieke, jonge orka leidt tot dreigtelefoontjes en verdachtmakingen aan het adres van onderzoekers en tot rechtszaken tegen het bevoegd gezag.

Niemand schijnt zich te realiseren dat we ondoordacht hebben ingegrepen in een volkomen natuurlijk proces. Een verweesde orka waarop de familiegroep niet langer heeft kunnen of willen wachten, stervend op grote afstand van zijn oorspronkelijke leefgebied, moest zo nodig worden gered. Nu zitten we met de gebakken peren. Er zat geen adreskaartje aan. We weten niet waar deze orka vandaan kwam.

Gespeculeerd wordt dat Morgan afkomstig is uit een Noorse populatie. Zelfs als dat waar zou zijn – Noorwegen is groot en daar zwemmen duizenden orka’s. Morgan is nog te jong om zelfstandig in zee in te leven blijven. Ze zou dus moeten worden geaccepteerd door een familiegroep. Orka’s zijn sociale en intelligente dieren, maar zij accepteren niet zomaar vreemdelingen in hun midden. Er zijn weinig precedenten waaruit kan worden afgeleid dat zo’n repatriatie succesvol zal zijn. Vrijlaten in zee betekent, naar mijn stellige overtuiging, een zekere en vermoedelijk vrij snelle dood. Dat is niet erg. Het is zelfs een legitieme optie, maar noem het dan geen ‘redding’ of een ‘diervriendelijke daad’!

Het is natuurlijk gemakkelijk om commentaar te geven op goedbedoelde reddingsacties van individuele dieren als Happy Feet en Morgan. Sommige redders hebben evenwel iets fundamentalistisch. Tegenspraak of rationele afwegingen worden niet gewaardeerd. Kennis ontbreekt of wordt omgebogen, opdat de aanpak gerechtvaardigd lijkt.

Een kras staaltje onkunde werd kort geleden vertoond bij Egmond, bij het in zee terugduwen van een spitssnuitdolfijn. Dat is een buitengewoon geluidsgevoelige walvisachtige. Met brullende buitenboordmotoren werd het dier de branding door geduwd. De redders hadden geen idee wat voor dier zij aan het redden waren. Dat het geredde dier enkele dagen later dood in Engeland aanspoelde, zal deskundigen niet verbazen, maar hun werd niets gevraagd.

Het lijkt wel alsof allerlei diersoorten het zonder menselijke hulp niet zouden redden. Dierenbescherming heeft daardoor iets infantiels gekregen. Prachtige, krachtige dieren krijgen iets zieligs.

Het redden van een individu is gemakzuchtig. Waar het werkelijk om draait, blijft buiten beeld – de grootschalige aantasting van natuurlijke rijkdommen.

Kees Camphuysen is verbonden aan het Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek op Texel.