Je zingt een hymne tegen de sterfelijkheid in

Schrijver Erwin Mortier (1965) moest een boek schrijven over zijn moeder die aan alzheimer lijdt. ‘Er kwam een voile tussen mezelf en de poëzie, en tussen de beleving van de  wereld. Alsof mijn zintuiglijkheid doffer werd.’ Een gesprek over zijn pas verschenen boek. Dit boek was geen keuze. Hij moest het schrijven, zegt Erwin Mortier.

Erwin Mortier (foto Leo van Velzen) Schrijver Erwin Mortier (1965) moest een boek schrijven over zijn moeder die aan alzheimer lijdt. ‘Er kwam een voile tussen mezelf en de poëzie, en tussen de beleving van de  wereld. Alsof mijn zintuiglijkheid doffer werd.’ Een gesprek over zijn pas verschenen boek.

Dit boek was geen keuze. Hij moest het schrijven, zegt Erwin Mortier. Had hij dat niet gedaan, dan had hij waarschijnlijk nooit meer een letter op papier gezet. ‘Ik liep het risico dat mijn schrijflibido werd lamgelegd.’ Deze week verschijnt zijn boek over zijn moeder die al tien jaar aan alzheimer lijdt. Een gruwelijke ziekte, schrijft Mortier, ‘een trage dood’. Hij beschrijft hoe zij alsmaar hulpelozer wordt en steeds vaker vervlogen woorden vervangt door tranen. “Zelfs walvissen zijn nu communicatiever dan mijn moeder.” [..]

Hoe ontdekt u: dit moet ik schrijven?

‘Zodra de diagnose alzheimer werd vastgesteld, ze was net 57, begon ik met het maken van notities. Die heb ik in een doos gegroepeerd. Omdat je als schrijver altijd denkt: misschien wordt het ooit een boek. Maar ook om het van me af te zetten. Mijn eerste gedachte was dat, als er ooit iets uit zou komen, ze dood moest zijn. Maar ik werd steeds vaker naar die teksten terug gezogen. Gaandeweg werd dat een wanhopig iets, want ik merkte dat ik me niets meer kon herinneren van de periode voor ze ziek was. Alsof alzheimer ook in de geest van de nabestaanden amnesie verspreidt. Ik merkte dat mijn vatbaarheid voor poëzie afnam, terwijl die voor mij altijd inspirerend werkte en mijn schrijversverbeelding aanblies.’[..] Op gegeven moment zag de schrijver in mij dat er iets moest gebeuren. Anders zou ik zwaar neerslachtig worden.’

[..]

Hoe was uw moeder?

‘We hadden thuis vooroorlogse verhoudingen. Mijn vader ging werken, zij zorgde voor de vijf kinderen. Ze was wel heerlijk onconventioneel en kon dierlijk veel van het leven genieten. Als in de lente de zon doorbrak, trok ze alle kleren uit en ging in een ligstoel de zon opzuigen, als een marmot na een winterslaap.

Ondanks de klassieke verhoudingen was mijn vader de warme kracht, zij was in haar emoties geremd. Dat is te verklaren door het verzwijgen van een beladen oorlogsverleden, zoals ik dat in Marcel beschrijf. Ze was wel gastvrij, het was bij ons de zoete inval.’

Het boek beschrijft de aftakeling, nauwelijks wie zij was.

‘Het moest een portret zijn van een ziektetoestand. Wat doet zo’n destructieve neurologische aandoening? Toen de diagnose kwam, liep ik naar de bibliotheek, naar het rek zelfhulp. Ik merkte een discrepantie tussen die boeken en wat wij ondervonden. Mijn boek is niet bedoeld als zoeterige troost. Maar als mensen die zich in gelijkaardige situatie bevinden hierin een op rauwe maar tedere herkenning vinden zal ik daar zeker niet rouwig om zijn.’

[..]

U schrijft: ‘De sterfelijkheid van vaders is makkelijker te aanvaarden.’ Waarom?

‘Het is een universele waarheid dat al het menselijke leven voortkomt uit de vrouw. En ook, als relaties met ouders getroebleerd zijn, is dat moeilijk als het om de moeder gaat. Dat zit toch dieper.’

Abonnees kunnen het volledige interview hier lezen.