Ik maak geen programma voor negers

Tv-komiek Jörgen Raymann viert zondag de tiende verjaardag van zijn latenightshow. Hij maakt geen doelgroeptelevisie, zegt hij: „Zelfs de NTR kan niet zolang een excuusneger vasthouden als het niet zou werken.”

‘Raymann is laat!’ zegt Jörgen Raymann als hij – te laat – arriveert in het Rotterdamse kantoorpand waar zijn televisieprogramma’s worden gemaakt. Die grap heeft hij ongetwijfeld vaker gemaakt. Uitgesproken met een scheve grijns, als een zakenman die plichtsgetrouw de jas van cabaretier aantrekt.

Hier voldoet de presentator van tv-show Raymann is Laat (sinds dit jaar: Zo: Raymann) in ieder geval wél aan de stereotyperingen van een Surinamer. Anders dan wanneer het gaat om zijn werklust, lacht hij. Raymann (1966) is een workaholic. Zondagavond viert hij in een speciale aflevering van Zo: Raymann dat hij al tien jaar een latenightshow heeft op de Nederlandse televisie.

Naast de latenightshow presenteert hij ook andere televisieprogramma’s, staat hij in het theater, is hij ambassadeur van Unicef en sinds 2009 ook directielid van televisieproductiebedrijf Men at Work. En, vult hij zelf aan, dan is er nog zijn ‘nieuwe carrière’. Hij geeft motivatiespeeches aan jongeren en wil dat nu naar een next level brengen door zijn speeches ook voor managers, bedrijven en verenigingen te houden.

Waarom een nieuwe carrière?

„Ik wil niet alleen maar de grappenmaker blijven. Ik ben niet een van die cabaretiers die tot in lengte der dagen doorgaat. Liever wil ik anderen een kans geven om door te breken en jongeren helpen om hun dromen te verwezenlijken.”

Daarvoor bedacht Raymann een high five: wie succesrijk wil zijn, moet zijn hand als kompas gebruiken. Als een geoefende coach steekt hij zijn hand in de lucht en gaat zijn vingers één voor één af: „Je duim: je bent goed zoals je bent. Met je wijsvinger bepaal je de richting: wees trouw aan wat je doet. Je middelvinger is de grootste, die overziet alles. Je ringvinger staat voor trouw en betrouwbaarheid – ook belangrijk in het huwelijk, trouwens. En je pink: blijf vernieuwen, blijf jezelf ontwikkelen en blijf lezen. Durf klein te beginnen om uiteindelijk met kop en schouders boven de rest uit te steken.”

Met Jörgen Raymann als lichtend voorbeeld?

„Nee, ik zie mezelf niet als een voorbeeld. Maar misschien is de manier waarop ik er gekomen ben, wel een voorbeeld. Ik heb altijd een positieve instelling gehad, mijn doel gekend en vooral heel hard gewerkt. Het is me niet komen aanwaaien, ik moest van ver komen. Avond na avond reed ik voor honderd gulden overal naartoe.”

Wat is de belangrijkste les die u wilt doorgeven?

„Wees geduldig. Denk niet dat je er al bent na één uitverkochte zaal.”

Dat heeft u zelf wel gedacht?

„Oh ja, ik dacht dat ik arrivé was. En toen ging ik op m’n bek: de kaartverkoop van mijn theatershow nam af. Ik werd ermee geconfronteerd dat succes niet vanzelfsprekend is. Ik merkte dat ik trouw aan mezelf moest blijven om kaarten te verkopen. Als cabaretier ben je een brand. En dat merk moet verkocht worden.”

Waar ging het mis?

„Ik ging te ver voor een groot deel van mijn publiek. Ik wilde meer geëngageerd zijn, deed een programma over de psychische gezondheidszorg in Nederland en speelde een manisch depressieve accountant. Maar dat bleek te zware materie. Ik heb veel moeite moeten doen om mijn publiek terug te krijgen. Gelukkig begint dat nu te lukken.”

Is dat de reden dat u wilt afbouwen als cabaretier?

„Nee. Ik sta nog altijd achter dat programma, maar wie volle zalen wil halen, moet trouw blijven aan zijn oude principe. Niet veranderen waar je populair mee bent geworden. Mijn publiek vond mijn show te confronterend en dat zoeken ze niet bij mij.”

Dus u kon niet doen wat u wilde?

„Je gaat van mij geen ander antwoord krijgen dan wat ik je net gaf.”

Vindt u het niet jammer dat u uw engagement niet aan het publiek kon verkopen?

„Nee. Als iets niet werkt, moet je dat onder ogen zien. Ik had het alleen jammer gevonden als ik het niet had geprobeerd. De mislukking heeft me ook verder gebracht, het heeft me gevormd.”

Tien jaar een latenightshow, dat is een unicum in Nederland.

„Zelfs de NTR kan niet zolang een excuusneger vasthouden als het niet zou werken. Het mooie is dat we ons eigen format hebben gecreëerd, met onze eigen onderwerpen. Tien jaar lang hebben we ons eigen karakter weten vast te houden. Op zondagavond, voor de week begint, de kijkers met een goed gevoel naar bed laten gaan. Onbezorgd televisie kijken.”

Dat klinkt wel heel licht. Is dat echt de reden dat u de kijkers al tien jaar lang vast houdt?

„Nou ja, ik breng wel inhoud, natuurlijk, maar niet per se zo confronterend als Knevel en Van den Brink. En we worden ook niet lam, zoals in Oh oh Cherso. We hebben al genoeg hufter-tv in Nederland, dat wil ik niet in mijn programma hebben. Met de verhuftering van de televisie, verhuftert ook de maatschappij. Wordt er op televisie iemand op zijn bek geslagen, dan denkt iemand de volgende dag in de discotheek dat hij dat ook wel kan doen. Ik ben me heel erg bewust van de impact van televisie op de samenleving. Ik weiger mee te gaan in het toenemende populisme. Confronterende tv is passé, dat idee dat alles moet kunnen. Ik wil geen mensen beledigen.”

Na tien jaar bent u nog steeds de enige die een multicultureel publiek trekt. Waarom gaat dat zo langzaam op televisie?

„Waaraan refereer je dat? Kijk hier uit het raam! Dít is mijn referentiekader. Ik heb genoeg van het idee dat diversiteit op tv doelgroeptelevisie zou zijn. Denk je dat soms, dat die bruine presentator met zijn bruine publiek doelgroeptelevisie maakt?”

Het gaat erom dat uw publiek veel gekleurder is dan in andere tv-programma’s.

„Ik ken genoeg Surinamers die niet naar mijn programma kijken. En ik krijg positieve reacties van oudere, christelijke blanken. Ik bereik een heel breed spectrum. Ik heb nóóit gedacht: ik ga nu een programma maken voor negers. Ik wil dat iedereen zich erin terug kan vinden. Waarom moet alles een etiket krijgen? Is het meteen gekleurde tv omdat de presentator een kleur heeft?

„Alles op televisie is zo mainstream. Zelfs de provinciale diversiteit is op de Nederlandse tv ondenkbaar. Wanneer heb je voor het laatst iemand met een Limburgs accent het nieuws zien presenteren? Als we eerst de eigen diversiteit van Nederland accepteren, dan volgt de rest vast vanzelf. Misschien wordt de behoefte aan dat etiketplakken dan ook minder.”

U viert dus niet tien jaar multiculturele televisie in Nederland.

„Nee! Ik maak gewoon Nederlandse tv! Ik laat geen mensen uit het buitenland invliegen om in mijn programma te zitten!”

Maar als u televisie maakt voor iedereen, waarom is uw publiek dan zo zwart en dat in alle andere programma’s zo wit?

„Weet ik niet. Er zijn genoeg andere leuke programma’s. Het is natuurlijk wel uniek dat wij in Rotterdam opnemen. In Hilversum moeten ze complete sportverenigingen in grote bussen aanvoeren, hier kopen de mensen gewoon vrijwillig een kaartje om in het publiek te zitten. Misschien is dat het, dat wij uit Hilversum zijn gestapt. Het is allemaal zo klein daar.”

Het is dus niet blank versus multicultureel, maar Raymann versus het Gooi?

„Dat zou ik een mooi compliment vinden. We hebben het over dezelfde onderwerpen als in De wereld draait door en er komen dezelfde BN’ers. Alleen de gesprekken die ik met ze heb, zijn anders.

„Ik heb niets met GeenStijl en PowNews, maar hun ‘een neger omdat het moet’, naar aanleiding van het allochtonenquotum van de publieke omroep, vond ik briljant. Precies de vinger op de zere plek. Zodra je die dingen gaat opdringen, gaat het mis. Een programma over een Surinamer gemaakt door een Nederlander, flopt. We moeten meer gekleurde redacteuren, regisseurs en presentatoren toelaten in Nederland. Dat zou vanzelfsprekend moeten zijn. Het is pas een succes als Fatima Ik hou van Holland kan presenteren zonder dat het bijzonder is.”

Gaat dat gebeuren?

„Ja, want de maatschappij is veranderd. Dat zie je op de Amerikaanse televisie al terug. Bij CNN presenteren alle kleuren alle items. Er moet met een open mind gekeken worden: wie is goed?”

Dat is dezelfde discussie als die over vrouwen en mannen.

„Precies. Men durft gewoon niet. Het moet over de hele linie veranderen. Er móét meer ruimte worden gecreëerd, overal. Sorry, populisten, maar Nederland wordt nooit meer helemaal wit. Nederland is ook nooit zo eenvormig geweest als de figuren die we op televisie zien. Nederland bestaat ook uit Friezen, Drenten en Limburgers. We moeten eindelijk eens inzien dat kleur geen issue is.”

Een positief begin is het nieuwe programma van Jandino Asporaat – een comedian uit uw stal. Is hij uw opvolger?

„Een opvolger kan ik hem niet noemen, maar ik ben blij dat er iemand met een andere kleur op televisie geaccepteerd wordt. Hij is heel anders dan ik, veel brutaler en met een heel eigen stijl. Ik heb hem wel tips gegeven en ben bij opnames gaan kijken om hem bij te staan. Maar zijn programma is door hemzelf bedacht. Ik geef hem alleen mijn ervaring mee. Ik zeg bijvoorbeeld: lees dat negatieve gezeur op Twitter niet, maar luister naar de positieve reacties.

„En ik wijs hem erop wat hard werken en populariteit met je gezinsleven doen. Je wordt heel gauw egocentrisch als je voortdurend in het middelpunt staat. Dat gedrag neem je mee naar huis. Maar thuis ben je gewoon de man van je vrouw en de vader van je kinderen.”

Zo bent u door schade en schande wijs geworden? Kunt u daar een voorbeeld van noemen?

Resoluut: „Lieverd, dat gaat je niets aan.” Zachter: „Maar ik ben na 24 jaar huwelijk met Sheila een ervaringsdeskundige. In dit vak wil iedereen wat van je. Je moet daar mee om leren gaan.” Lachend: „Ik ben een workaholic, maar ik durf dat bijna niet te zeggen omdat ik dan mijn eigen Surinamergrappen ontzenuw.”

Zo: RaymannNieuw seizoen vanaf zondag, Ned. 1, 23.00 - 00.00 uur