Hysterisch in de auto als de borden '50' knipperen

Elke dag uren reizen van en naar het werk. Zij neemt de auto, hij pakt de trein. Paniek in de file, of als de trein weer eens stilstaat. Gekmakend? Absoluut. Toch is verhuizen vrijwel nooit een optie voor ‘duo-forensers’. „We wonen hier zo heerlijk aan de kust.”

Toen Barbara van Veen en haar man jaren geleden naar Lelystad verhuisden, stonden ze er niet zo bij stil. Tuurlijk: ze zouden voortaan allebei moeten reizen naar hun werk in Utrecht, maar ach, dat doen wel meer mensen. En dat, zegt ze nu, heeft ze zwaar onderschat. „Het forenzen werd een stressfactor die mijn leven ging beheersen.” Haar dagen verliepen noodgedwongen volgens een strak patroon: heel vroeg opstaan en de auto in om de files voor te zijn, en ’s middags vóór vier uur naar huis. „Om half acht zat ik achter mijn bureau in Utrecht. Maar de files terug naar huis begonnen steeds eerder en werden steeds langer. Op een gegeven moment werd het me te veel: het vroege opstaan, de lange files naar huis, de stress als ik ’s ochtends een paar minuten te laat vertrok. Die paar minuten konden namelijk betekenen dat ik de file in zou rijden en er vervolgens geen plaats meer zou zijn in de parkeergarage, waardoor ik nóg later zou kunnen beginnen en dus langer door zou moeten werken om de verloren tijd te compenseren. Wat weer zou betekenen dat ik op de terugweg nog langer in de file zou staan etcetera. Ik stond ból van de stress. Vergat dingen, was ontzettend moe en kreeg lichamelijke ongemakken. Het ging niet langer. Ik heb mijn baan opgezegd en ben op zoek gegaan naar werk in Lelystad.” Haar man is „wat laconieker”, zegt ze. „Hij heeft geen stress als hij in de file staat. Dus hij reist nog wel gewoon op en neer naar zijn werk.”

Iedere ochtend haasten 1,2 miljoen ouderparen zich van huis via school of kinderopvang naar het werk. ’s Ochtends stress om op tijd op kantoor te verschijnen, ’s avonds een race tegen de klok om voor sluitingstijd de kinderen van crèche of naschoolse opvang te halen. Voor file of vertraging is geen ruimte in dit strakke schema. De meeste stellen regelen het woon-werkverkeer zo: de een (meestal zij, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek) werkt in de buurt van huis en school, de ander heeft een langere reistijd. Dan is er altijd iemand die binnen een half uur thuis kan zijn.

Maar sommige stellen doen aan ‘duo-forenzen’: beide partners zijn langer dan een half uur onderweg en werken in een andere stad dan hun woonplaats. Hoeveel dat er zijn, is niet berekend, maar met de groei van het aantal tweeverdieners is het aantal duo-forensers ongetwijfeld toegenomen. In de meeste gezinnen werken tegenwoordig immers beide ouders. En de meeste mensen (drie op de vijf werknemers) werken buiten hun eigen woonplaats. Die werknemers wisselen bovendien veel vaker van werkgever dan 10, 20 jaar geleden. Tussen 2007 en 2008 veranderden ruim 880.000 mensen van baan, in 1999 waren dat er nog 500.000.

De combinatie van deze ontwikkelingen leidt ertoe dat steeds meer stellen besluiten om niet te verhuizen voor het werk, stelt verkeerspsycholoog Karel Brookhuis. „Mensen kiezen voor een vaste plek om te wonen en de kinderen op te laten groeien. Een comfortabele woning in een prettige omgeving is het belangrijkst. De reistijd naar het werk is vervolgens van ondergeschikt belang.”

Zo ook Gideon de Haan. Hij woont met zijn vrouw Marina en twee kinderen in Castricum. Zelf werkt hij fulltime als coach en trainer in Amsterdam en reist hij dagelijks met de trein op en neer. Zonder vertraging een half uur enkele reis. Marina is directeur van de Stichting Mamma Weet Alles en biedt opvoedondersteuning aan ouders van pubers door heel Nederland. Ook zij is dus veel onderweg. Verhuizen voor het werk vindt De Haan geen optie. „We wonen hier heerlijk aan de kust.” Wel is hij blij dat Castricum een intercity station heeft en de trein rechtstreeks naar Amsterdam gaat. „Ik trakteer mezelf op reizen in de eerste klas. Dan heb ik in ieder geval een zitplaats. De reistijd gebruik ik om de sociale media bij te houden. Heel soms werk of lees ik in de trein. Onze fulltime banen, de kinderen en de honden vragen om afstemming: wie is er wanneer thuis? Wie kookt en doet de boodschappen? Het gaat meestal goed, maar natuurlijk hebben wij ook stress als mijn trein onverwacht vertraging heeft en Marina tegelijkertijd in de file staat.”

De meeste forensen accepteren de reistijd en ondergaan de bijbehorende vertragingen gelaten, volgens arbeidspsycholoog Jolet Plomp. „Als je besluit om in Noord-Holland te gaan wonen, dan wéét je dat je vaak in de file zult staan naar Amsterdam. Dat calculeer je in en accepteer je.” Die acceptatie is niet iedereen gegeven, weet Plomp. „De een staat bij wijze van spreken zingend in de file en gebruikt de tijd om te ontspannen en los te komen van het werk. Een ander wordt boos en opgefokt. Die mensen zitten echt hysterisch in de auto als ze de rode borden met ‘50’ boven de snelweg zien knipperen. Zij komen volledig gestresst aan op de plaats van bestemming.”

Mensen maken van de nood een deugd, ontdekte verkeerspsycholoog Brookhuis in zijn onderzoek. „Iedere discussie over de toename van het woon-werkverkeer, de immer groeiende files en de kosten van het autogebruik eindigt steevast met de opmerking van een geroutineerde reiziger dat hij zijn ongestoorde uurtje niet zou willen missen. Of dat nu in de auto is of in het openbaar vervoer.”

Neem Marieke Nievergeld. Zij is communicatieadviseur bij Syntrus Achmea Vastgoed en rijdt vier keer per week van haar woonplaats Utrecht naar haar werk in Amsterdam. Haar man rijdt bijna dagelijks voor zijn werk naar Amsterdam. „Als er geen file staat, ben ik 45 minuten onderweg. Dat vind ik geen enkel probleem. ’s Ochtends luister ik naar de radio en check ik twitter en mail. ’s Middags ga ik bellen. Eenmaal thuis ben ik helemaal klaar voor mijn zoontje.”

Veel mensen vinden hun reistijd gewoon fijn, concludeert Brookhuis. „Het is een rustig moment voor jezelf voordat thuis de hectiek van de avondspits losbarst en hongerige kinderen aan je rok gaan hangen.” De geschiedenis leert dat een overgangsfase tussen werk en thuis wel eens een noodzakelijke behoefte van de mens zou kunnen zijn, zegt de verkeerspsycholoog. De gemiddeld geaccepteerde reistijd naar en van het werk is al heel lang ongeveer constant. „Dat heet de Wet van Brever (Behoud van REistijd en VERplaatsing); die is een half uur tot drie kwartier, zowel heen als terug, dus maximaal anderhalf uur per dag woon-werkverkeer.” Zo begon de forens ooit met een half uurtje lopen en fietsen. Vervolgens kocht hij een auto, maar bleef hij grosso modo even lang forenzen. Brookhuis: „Als er nog snellere vervoermiddelen komen, gaan forensen gewoon nóg verder van hun werk wonen.”